Een gevaarlijke vredesmissie

Vandaag maakt het kabinet waarschijnlijk bekend dat Nederlandse militairen naar Mali gaan Dat is een fragiel land in strijd met islamitische extremisten De kans is groot dat de Nederlanders bij gevechten betrokken raken

correspondent afrika

De Nederlandse militairen die straks wellicht afreizen naar Mali komen terecht in een fragiel land dat is verwikkeld in een strijd met islamitische extremisten.

De Nederlandse missie is officieel geen vechtmissie, maar het is goed mogelijk dat de militairen wel bij gevechten betrokken raken. De aanwezige extremisten zijn bewapend: de Fransen doodden eerder enkele honderden van hen, maar slaagden er niet in veel wapens buit te maken.

In augustus van dit jaar werd Ibrahim Boubacar Keita gekozen als president. Daardoor kreeg Mali weer een rustig aanzien, na terreur van islamitische extremisten en een coupe van een groep militairen vorig jaar. Maar een maand geleden hervatten de opstandelingen hun acties. Ze voerden een zelfmoordaanslag uit in Timboektoe, vuurden zeven granaten af op Gao en bliezen een kleine brug op ten zuiden van deze stad. De meest opvallende actie betrof een aanval in Tessalit, op een kamp van soldaten uit Tsjaad. Daarbij werden twee Tsjadiërs gedood, evenals het handjevol aanvallers.

De gevechten maken duidelijk dat de veiligheidssituatie fragiel blijft maar zijn al met al onvergelijkbaar met de opstand van vorig jaar, onder leiding van de groepen Ansar Dine, Mujao en Aqmi. De twee laatste bewegingen maken onderdeel uit van een internationaal netwerk van terroristen. Zij doorstonden de Franse aanvallen.

Aqmi en Mujao slagen erin steun van de bevolking „te kopen” door samenwerking met criminelen. Door de Sahara worden harddrugs uit Latijns-Amerika, wapens en mensen gesmokkeld, een lucratieve handel die de twee groepen faciliteren. De plaatselijke bevolking pikt er een graantje van mee. Een einde maken aan die verbintenis tussen extremisten en gewone misdadigers geldt als een van de belangrijkste uitdagingen voor de VN-missie.

Frankrijk zal een hoofdrol blijven spelen in Mali. Ten minste duizend Franse militairen blijven tegen het einde van het jaar achter. De troepenmacht die de VN beloofde (12.600 man) is nog niet op de helft van zijn sterkte. De Europese Unie trainde drie bataljons van het Malinese leger, dat nog steeds lijdt onder gebrek aan discipline.

Waar vooral behoefte aan bestaat, is dat er inlichtingen worden verzameld om een duidelijk beeld van de situatie te krijgen. De vraag is hoe de militairen zich in de grote zandbak gaan mengen onder de deels nomadische bevolking die moeilijke Afrikaanse talen en Arabisch spreken.

Veel groter dan de taak om veiligheid te creëren, is de uitdaging van Mali weer een functionerende staat te maken. Het regeringsapparaat en de rechtbanken zijn tot op het bot door corruptie aangevreten. De missie van de buitenlanders in Mali behelst dus meer dan vrede stichten: ze moeten helpen de staat opnieuw op te bouwen. Op een donorconferentie in Brussel eerder dit jaar werd vier miljard dollar toegezegd voor die taak.