De laatste column

Toen ik begon met deze column, was mijn grootste angst: wat als de onderwerpen op zijn. Wat als ik wakker word en denk: nu is alles beschreven, bedacht, geanalyseerd, geobserveerd, nu is elke vergelijking met een middelgroot knaagdier gemaakt. Wat rest is duisternis, tumbleweed dat voorbij rolt, een krekel in de verte. Je herkent iets

Toen ik begon met deze column, was mijn grootste angst: wat als de onderwerpen op zijn. Wat als ik wakker word en denk: nu is alles beschreven, bedacht, geanalyseerd, geobserveerd, nu is elke vergelijking met een middelgroot knaagdier gemaakt. Wat rest is duisternis, tumbleweed dat voorbij rolt, een krekel in de verte.

Je herkent iets wat je tot nog toe niet had benoemd, of leert juist iets compleet vreemds

Daarom begon ik met lijstjes maken. Ideeën verzamelen. Eerst in de tientallen notitieboekjes die ik voor verjaardagen kreeg („Je bent schrijver! Hier is iets om in te schrijven! Kom, schrijf maar!”), later in mijn telefoon. Het werd een lijst waar ik warme gevoelens voor koesterde, vooral op momenten dat sommige ideeën zelfs mij compleet cryptisch voorkwamen.

Nu, bij de laatste column, kijk ik naar de lijst en onderwerpen die nog steeds trouw op hun kans staan te wachten:

Facebook moestuin. (Dat ik Facebook zie als de moestuin waar ik nooit om gevraagd heb en die ik maar laat verschimmelen terwijl om mij heen de blakendste paprika’s groeien, en het bijbehorende schuldgevoel dat ik nooit helemaal van me af kan schudden.)

De ‘ik doe even die’-zwaai als je weggaat van een verjaardag. (De halfslachtige zwaai waar je voor kiest wanneer je begrijpelijk genoeg geen zin hebt om alle aanwezigen uitgebreid te gaan zoenen, maar waardoor je wel een ijskoude heks lijkt die geen tijd wil nemen voor de mensen om haar heen.)

Meisjemeisje. (Die vreemde indelingen voor typen meisjes.)

Mensen hebben soms slechte vrienden. Hebben de slechten dan altijd de goede vrienden? (Wat ik hier dan mee wilde is ook mij onduidelijk.)

Roken. (Waar mijn geliefde vindt dat hij best afkeurend mag kijken als ik een sigaret opsteek, omdat hij niet wil dat ik snel en pijnlijk sterf, en ik vind dat mijn sterven een privé-aangelegenheid is.)

Presentators van spelletjesprogramma die het goede antwoord zeggen alsof ze het zelf wél wisten. (Dit ergerde me.)

De spil zijn. (Hoe fijn het lijkt om de persoon te zijn die iedereen het beste kent, totdat al jouw vrienden zich enthousiast op elkaar storten en enkel nog jouw aanwezigheid erkennen door gemene grapjes over je te maken als gezamenlijke bonding.)

Toch bleek mijn angst ongegrond: het is nooit op. Voor mij is een goede columnist er één die je meeneemt in een bepaalde manier van kijken. Hij of zij geeft een nieuwe invalshoek, verwondert zich ergens over, analyseert iets wat je tot dat moment compleet vanzelfsprekend vond, geeft een nieuwe naam aan welbekende zaken. Je herkent iets wat je tot nog toe niet had benoemd, of leert juist iets compleet vreemds kennen. Een mooie column toont het bijzondere in het alledaagse, en het alledaagse in het absurde.

De afgelopen drieënhalf jaar heb ik op deze plek mijn best gedaan. Het was geweldig en spannend en soms alsof ik met pagina 2 getrouwd was. Dank voor het lezen. En tot over zeven maanden: een nieuwe lijst, een nieuwe blik, een nieuwe column.

Dit was de laatste column van Renske op deze plek. Vanaf komende week schrijft Simone van Saarloos om beurten met Marcel van Roosmalen.