CIA, Castro, maffia, Johnson of Oswald?

Nog steeds wemelt het in Amerika van de complottheorieën over de moord op de Amerikaanse president J.F. Kennedy, op 22 november, vijftig jaar geleden. Enkele boeken bieden vraagtekens en verrassende inzichten in Amerika anno 1963.

Op 26 november 1963 tekende president Johnson het National Security Action Memorandum 273 waarin militaire steun aan Vietnam opnieuw werd aangemerkt als kerndoel van Amerika. Dat was een streep door NSAM 263 dat op 11 oktober was goedgekeurd door president Kennedy, over spoedige terugtrekking van Amerikaanse troepen. In 1991 werd een ontwerptekst voor NSAM 273 ontdekt. Die bleek te zijn opgesteld op 21 november, de dag voor de moord op Kennedy.

Ook verdacht en ook op 21 november: de avondbijeenkomst in Dallas bij oliemiljardair Clint Murchison met onder anderen ex-vicepresident Richard Nixon, George H.W. Bush (toen werkzaam in de olie-industrie en CIA-informant) en FBI-directeur Herbert Hoover. Later arriveerde ook vicepresident Johnson. Na afloop belde hij met zijn maîtresse Madeleine Brown en zei: ‘Na morgen zullen die verdomde Kennedy’s me nooit meer belemmeren – dat is geen dreigement, dat is een belofte.’

Het zijn twee voorbeelden die wijzen op een complot, beide aangehaald in Cold Case Kennedy van oud-advocaat en forensisch bedrijfsauditor Flip de Mey – en over beide valt een nieuw boek te schrijven. Uiteraard heeft Madeleine Brown zelf een boek geschreven, Texas in the Morning (1997). En voor een doorwrochte analyse over NSAM 263 en 273 kunnen we terecht op jfklancer.com.

Zo zijn er honderden twistpunten tussen complotdenkers en de aanhangers van het Oswald-did-it-paradigma. En intussen is de moord nog steeds niet opgelost. Integendeel, hoe meer we weten hoe ingewikkelder het wordt. Dus wat hebben al die 600 à 1000 boeken voor zin?

Het meest houdbare argument is dat ze ons verrassende inzichten bieden in het Amerika van 1963. Het zijn varianten van de door de Britse krijgshistoricus Basil Liddell Hart bepleite strategy of the indirect approach. Wil je weten hoe de Amerikaanse maffia van de jaren zestig in elkaar stak? Schrijf dan niet het boek De Amerikaanse maffia van de jaren zestig maar ga, bijvoorbeeld, op zoek naar aanwijzingen dat de maffia schuldig was aan de moord op Kennedy.

Over Cuba idem. Zou het kunnen dat Castro achter de moord zat? Bijvoorbeeld omdat de CIA en Kennedy Castro uit de weg wilden ruimen? Absurd? Lees Ultimate Sacrifice – John and Robert Kennedy, the Plan for a Coup in Cuba, and the Murder of JFK (2005) van Lamar Waldron. Op 1 december 1963 moest volgens Waldron de liquidatie plaatsvinden, de maffia was bij de uitvoering betrokken en kaapte een deel van het plan om niet Castro maar hun vijand Kennedy te vermoorden. Waldrons boek is verguisd en bejubeld, maar zeker is dat je na lezing veel weet over de maffia, de CIA, de Kennedy’s en de explosieve relatie tussen Amerika en Cuba.

Anatomie van een aanslag van Philip Shenon doet iets dergelijks met de Warren Commissie (8 man; staf van 28 man) die op 29 november door Johnson werd ingesteld om aan te tonen dat Oswald alle schoten loste en alleen handelde; het was een onderzoek met een theorie als startpunt. De Commissie onderzocht van alles, Shenon volgt de onderzoekers, maar als ze iets belangrijks over het hoofd zien waarschuwt hij de lezer niet.

Een voorbeeld. Voorafgaand aan de lijkschouwing werden er twee kisten afgeleverd bij het Bethesda Naval Hospital in Washington: de bronskleurige waarin het lichaam Dallas had verlaten arriveerde in een lichtgekleurde ambulance samen met Jackie en Robert Kennedy bij de vooringang. En iets eerder was het stoffelijk overschot in een goedkope aluminium legerkist door een zwarte ambulance bezorgd bij de achteringang. Anders dan bij vertrek uit Dallas zat het lichaam in een body bag. (Meer hierover in Best Evidence uit 1992 van David Lifton.)

Shenon kan dit onvermeld laten omdat de Warren Commissie er (vermoedelijk) niet van wist, maar we weten het nu. Shenon had zijn lezers erop kunnen wijzen dat de Warren Commissie verzuimde te spreken met Paul O’Connor, assistent bij de autopsie, met begrafenisondernemer Gawler in Washington die de aluminium kist in een document vermeldde, en nog zes getuigen.

Toch heeft Shenon een nuttig boek geschreven. Jaren bronnenonderzoek en interviews, vooral met de inmiddels bejaarde junior stafleden, hebben geresulteerd in een fascinerende non-fictie thriller. Dat de Commissie een prulrapport heeft afgeleverd staat al decennia vast. Maar Shenon maakt duidelijk hoezeer de jonge staf van de Commissie er op uit was om een eventueel complot te vinden, en hoezeer de CIA en vooral de FBI de waarheidsvinding dwarsboomden. Intussen zat Gerald Ford, de latere president, in de Commissie als spion van de FBI. En Warren zelf besloot dat geen van zijn ondergeschikten de nare autopsiefoto’s mocht zien.

Honderd blunders

De CIA en de FBI hadden veel fouten te verbergen, zeker als je met de Commissie en Shenon aanneemt dat Oswald alleen handelde. Oswalds FBI-contact in Dallas, agent James Hosty, had kort voor de moord nog een brief van Oswald gekregen die hij op last van zijn chef na de liquidatie op Oswald, op 24 november, versnipperde en door de wc spoelde. En zo beging de FBI nog zeker honderd blunders waarmee Shenon zijn lezers scherp houdt. Waarom werden de Secret Service en de politie van Dallas niet door de FBI ingeseind als Oswald zo gevaarlijk was? In december probeerde de FBI, lees Hoover, de Commissie de pas af te snijden met een eigen onderzoek, dat onverkort uitlekte toen de Commissie nog bezig was met het uitkiezen van meubilair van hun kantoor.

Na de moord had de CIA in Mexico City ineens ook veel problemen. Twee maanden eerder was Oswald daar een week om een visum voor Cuba te halen. Op de ambassade had hij contact met medewerkster Silvia Duran, een ‘Mexicaans pepervaatje’ en ‘sexy’, aldus Shenons geïnterviewden. En ze was ‘heel, heel vriendelijk’ geweest voor Lee. Was hij in Mexico geronseld? Door wie? Zei hij, al dan niet tussen de lakens, tegen Silvia dat hij JFK wilde vermoorden? En zo ja, kon de CIA in Mexico dat weten? Let wel, dit was voordat Oswald zijn baantje bij de Texas School Book Depository (TSBD) kreeg. Shenon volgt Warrens staf tot in de kleine lettertjes van hun notulen en rapporten en krijgt het bejaarde pepervaatje uiteindelijk zelf te spreken.

Over de moord als zodanig is Cold Case Kennedy een betere keus, want De Mey komt met sterke analyses. Neem de ontmoeting tussen Oswald en politieagent Baker in de kantine van de TSBD. Oswald was kalm, hijgde geenszins en stond daar met een half leeg flesje Cola. Niet iemand die net de president had vermoord, die al zijn vingerafdrukken van een geweer had gepoetst, die het geweer op een lastige plek had verborgen en bedekt en vervolgens 72 traptreden was afgerend.

Volgens Warren kon dat best, en ook volgens Discovery Channel – Unsolved History (zie YouTube), een analyse waar De Mey bekwaam gehakt van maakt. Hij concludeert na veel rekenen dat Baker en Oswald toevallig beiden minimaal 76 seconden nodig hadden om het ontmoetingspunt te bereiken. Net geen alibi voor Oswald dus. ‘Er rust een vloek op dit dossier’, schrijft De Mey, want dat alibi had hij Oswald graag gegund.

Zijn analyse van mogelijke schoten is complex, met paginagrote tabellen vol verticale en horizontale hoeken in graden en in minuten. Geen boek om zonder een pocketcalculator te lezen. Mogelijk heeft De Mey gelijk en vielen er drie schoten, alle drie vanuit de TSBD. Een misser is dat hij niets schrijft over de plausibele mogelijkheid dat het derde, fatale schot op Kennedy’s hoofd in feite bestond uit twee gelijktijdige schoten: een vanuit de TSBD achter Kennedy en een van rechtsvoor van de Grassy Knoll.

Al jaren roept James Files – nu 71 en gevangene in Illinois – dat hij van de Knoll schoot. Zo’n getuigenis kun je misschien ontzenuwen, de mogelijkheid van twee gelijktijdige schoten is forensisch wellicht onhoudbaar – maar dit overslaan maakt Cold Case Kennedy nodeloos koud.

Zondebok

Dus heeft Oswald het gedaan? Daar lijkt het niet op, concludeert De Mey aan het eind van zijn boek nogal verrassend. ‘Er zijn flink wat onwaarschijnlijkheden nodig om de hypothese overeind te houden.’ En als je aanneemt dat Oswald slechts de zondebok was die hij zei te zijn, valt er ineens veel op z’n plaats. Cold Case Kennedy is al met al een heldere analyse van de casus tegen Oswald, een goed boek om naast Shenon te lezen.

Wat zullen we naast De Mey lezen? Het zou een boek moeten zijn waarin alle Oswald-did-it-theorieën er flink van langs krijgen, zoals Into the Nightmare van Joseph McBride. Als junior campagnemedewerker ontmoette hij JFK in 1960 persoonlijk en dat werkt door in zijn gepassioneerde pil. Dit is geen boek voor starters, ook omdat het voor de helft gaat over de moord op politieagent Tippit, drie kwartier na de moord op JFK en volgens Warren gepleegd door Oswald. David Belin van Warrens staf noemde het de Steen van Rosetta van de moord op Kennedy: als je bereid bent een agent te doden die jou staande houdt en wat vragen stelt, heb je kennelijk iets vreselijks op je geweten. McBride keert het hele dossier binnenstebuiten nadat hij jaren getuigen interviewde, ook van Tippits leven. Hij oppert net niet dat Tippit een van de schutters op Dealey Plaza was maar maakt aannemelijk dat hij met de moord op JFK had te maken. Van Warrens bewijs voor Oswalds betrokkenheid laat hij geen spaan heel.

McBride gaat uitvoerig in op aanwijzingen dat de moord aanstaande was. Op 2 november werd een aanslag in Chicago verijdeld, en net als in Dallas was ook daar een zondebok klaargezet, Thomas Vallee. FBI agent William Somerset vernam op 9 november van de ultrarechtse racist Joseph Milteer dat Kennedy spoedig vermoord zou worden ‘vanuit een kantoorgebouw’ – de geluidsopname staat nu op YouTube. De FBI nam extra veiligheidsmaatregelen toen Kennedy op 18 november in Tampa en Miami was. Op 27 november werd Milteer ondervraagd door de FBI, die geen aanwijzingen vond voor zijn medeplichtigheid. Maar dat was natuurlijk niet de vraag – de vraag was van wie hij zijn voorkennis had.

Milteer was niet de enige die verwachtte dat er op Kennedy geschoten zou worden vanuit een hoog gebouw – Kennedy zelf zei het vaak, op 22 november nog. Die laatste maanden was hij op z’n best. Hij had in juni gepiekt in Berlijn. Op 7 oktober tekende hij tot zijn grote voldoening het Test Ban Treaty over beperking van de kernproeven van de VS, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië. En zes dagen voor de moord toonde Werner von Braun hem op Cape Canaveral de vorderingen voor een bemande maanmissie. Mede als gevolg van de dood van hun twee dagen oude zoon Patrick op 9 augustus was JFK nader tot Jacqueline gekomen en had hij zijn promiscuïteit deels of helemaal afgelegd.

Na zijn bezoek aan Tampa en Miami zei Kennedy: „Godzijdank heeft vandaag niemand geprobeerd me te vermoorden!” In beide plaatsen had hij een rijtoer gemaakt in een open auto – in Miami maar heel kort, in Tampa, anders dan in Dallas, met Secret Service-agenten op de treeplanken.

En er staat nog veel meer in de prachtige biografie van Thurston Clarke, een ideaal boek voor naast alle moordliteratuur. De laatste honderd dagen van JFK is een warm en sprankelend verslag over wie en wat er verloren ging in Dallas, iets wat te midden van al die kogelbanen en half betrouwbare getuigen vaak wordt vergeten.