Champagne!

Mogen we al aan de Champagne? Ja, we mogen al aan de Champagne. Omdat we vandaag in de donkere feestmaanden zijn gekomen, de periode waarin naar verluidt 95 procent van de jaarlijkse hoeveelheid flessen wordt verkocht. Champagne is nog steeds de feestwijn. Tot verdriet overigens van de producenten die er alles aan doen om hun belletjes tot dagelijkse kost te bestempelen. Of anders dan toch wel als regelmatige gast aan tafel in plaats van dat deze louter als mondverfrissend aperitiefje fungeert.

Ondanks het feit echter dat Champagne gastronomisch gesproken zeer veelzijdig is (‘In het geval van twijfel welke wijn te kiezen bij een gerecht, drink Champagne’, luidt het advies van een gekende sommelier), benutten we deze kwaliteit niet of nauwelijks.

En om eerlijk te zijn, ook ik ontken Champagne’s voedseltolerantie. Met alle respect voor de zeldzame wijn-spijscombinaties die Moshik Roth bij &Samhoud places onlangs wist te creëren met een aantal vintages van Billecart-Salmon.

En voor de gerechten die Joël Robuchon ooit eens presenteerde bij de creaties van Champagne-tycoon Bruno Paillard tijdens een ongedwongen samenzijn…

Doe mij toch maar een glaasje uit de losse hand. Of nog beter: een halve fles. En dan bij voorkeur droog mogelijk. Daar houd ik van. Laatst bleek dat vooral een traktatie na een proeverij van vijftig bonkige rode afgevaardigden uit de ambitieuze wijnwereld.

De proeffles Laherte Frères Millésime Extra Brut 2004 bleek perfect om de tannineresten, houtsplinters en vanillestokken mee weg te spoelen. Na een avalanche van zestig Malbecs, Argentijnse en uit Cahors, die om het hardst brulden dat zij de ware waren, was het een verademing om de broertjes Laherte uit de traumahelikopter te zien stappen.

Met in hun gevolg revitaliserende zuren, levensverlengende paddenstoelen, een comfortabel zacht schuimbedje en – toen de smaakpapillen toch nog even een flatliner dreigden te krijgen – de zinderende shock van de sherryzweem. Misschien heeft By the Grape er nog wat van.

Zo niet, dan niet getreurd.

Na een middagje met wat jeugdig-onstuimige Bordeaux rouge te hebben doorgebracht, wist ik dat daarna een fles Brut Nature Cumières Premier Cru van Georges Laval op mij wachtte.  Droger dan droog. Als een gipskamer in de Gobi-woestijn. Als een mummie met een droge huid. Als een weduwe in een nonnenklooster.

Daarbij: puurder dan puur. Biologischer dan biologisch, want bio-dynamisch. Vondst van vondstenwerver David Bolomey, een importeur waarover collega en geen-Champagne fan Nicolaas Klei mij toevertrouwde: ‘Die heeft mij zelfs aan de belletjes gekregen.’