Voltens stoere maar sierlijke buitenbeelden

Beeld van André Volten in Nieuw Dakota Foto Rink Hof

Overall aan, lasbril op, sjekkie in de mond en een vlammend lasapparaat erbij – kunst was arbeid voor André Volten (1925-2002). Staal en stoom. Het zijn stoere archiefbeelden in een filmpje dat kunstruimte Nieuw Dakota liet maken voor een expositie over Volten, een van Nederlands belangrijkste naoorlogse beeldhouwers. Volten maakte grote constructivistische sculpturen van ijzeren H-balken, constructies die niets dragen. Hij smeedde de balken zelf tot hij ontdekte dat ze in alle maten te koop waren, maar gelukkig waren deze dampende filmbeelden al gemaakt.

Die vormen een groot contrast met de expositie van ongenaakbare staalobjecten – bollende cirkels, subtiele vierkante reliëfs. Het lijken bijna sieraden. Er staat een stoel van drie zilverkleurige cirkels, en zelfs een avondjurk die Volten met Frans Molenaar maakte. Alleen te dragen zonder bh was de jurk een precair stukje evenwichtskunst, het voorpand op zijn plek gehouden door twee rvs-gewichten onderaan de blote rug. Abstracte kunst met sexappeal.

Maar die gladde schoonheid is enigszins misleidend. Volten was allesbehalve een edelsmid en abstractie was een serieuze zaak. Voortbordurend op het vooroorlogse kubisme en De Stijl zette hij zijn geometrische beeldtaal vooral in voor de openbare ruimte. Dat hij een groot vernieuwer was, bewijzen de jaartallen op de zaalbrieven: uit de jaren zestig. Dat was toch een tijd dat veel monumentale kunstenaars nog bezig waren met keramische reliëfs van vissen en vogels.

Voltens constructies waren radicaal anders. Abstracte kunst gold als een bevrijding, maar ook een abstracte beeldtaal kan slaafs zijn aan de zichtbare wereld door de functionaliteit ervan te herhalen – strak, zakelijk – en zo op te lossen in zijn omgeving. Dat overkwam zijn tijdgenoten, zeker toen de kunst veranderde in ruimtelijke indelingen. Kunstenaars wilden macht, inspraak in architectuur, kregen die, maar gingen daar soms aan ten onder.

Volten niet. Zijn werk bleef overeind in de openbare ruimte, zoals zijn havenbeeld aan het IJ: twee palen en stalen ringen die ineengrijpen, als huwelijk van stad en haven. Vorm en metafoor zijn simpel, open deuren zelfs, maar het werkt wel. Stoer en sierlijk gedijt het beeld in het decor van havenindustrie. Bestudeer binnen in Nieuw Dakota Voltens autonome schoonheidsbesef, en ga dan gauw naar buiten. Daar staat het echte werk.

    • Sandra Smets