Stem van Bob Dylan is karaktervol, maar klinkt als een pruttelende kapotte uitlaat

Een zangstem zou je kunnen verdelen in twee aspecten: klank en persoonlijkheid. Wat is het belangrijkst, een rijke klank of een persoonlijke lading? In het geval van Bob Dylan (72) is de onderverdeling inmiddels definitief doorgeslagen naar de persoonlijke lading. Klankkleur is nauwelijks nog aanwezig, de zang van Dylan grauwt en pruttelt als een kapotte uitlaat.

Karakteristiek is hij bij momenten nog wel, bleek gisteravond in de uitverkochte HMH, in Amsterdam. De timing was als vanouds en Dylan ingehouden ironie schemerde soms nog door de woorden heen.

Ook de nasale dictie, van iemand die stiekem zijn neus ophaalt voor het aards geploeter, kon af en toe gloriëren. En zijn inzet is er niet minder om. Hij gromt zich geduldig door de twintig coupletten van Spirit On The Water, en houdt het kalme tempo van het mooi gespeelde Scarlet Town zorgvuldig in acht.

Toch is zijn ‘Neverending Tour’, die dit jaar een kwart eeuw bezig is, een nieuwe fase ingegaan. Dylan stond bekend om zijn optredens zonder setlist, waarbij de muzikanten aan het intro moesten horen welk liedje bedoeld werd. Die ongebreidelde muzikaliteit is geblust. Bij ieder concert speelt de band dezelfde nummers, in dezelfde volgorde. Muzikaliteit spreekt nog wel uit het spel van zijn band. De ouderwetse fiddle-klanken, gespierde bastonen en akoestische gitaarakkoorden van zijn vijfkoppige, in stemmige crisiskleding gestoken band smelten samen tot een warmbloedige omlijsting voor de prikkerige voordracht van de meester.

De vaste set bestaat vooral uit recente nummers; maar liefst voor eenderde uit liedjes van zijn nieuwste cd Tempest (2012), zoals Pay In Blood en het opgewekte Duquesne Whistle. Dat nieuwe werk voegt zich naar zijn huidige stembereik. Oud repertoire kwam er minder goed vanaf: Blowin’ In The Wind veranderde gisteravond in een langzame boogie, en Tangled Up In Blue leek achterstevoren te worden uitgevoerd.

    • Hester Carvalho