Op het Keniaanse platteland zaait Strafhof verdeeldheid

Speciale projecten en een politiek akkoord moeten in Kenia de stammen verzoenen. Is vrede mogelijk zonder gerechtigheid?

Verwar kalmte niet met vrede, zeggen de boeren van Majani Mingi (Veel Gras). Hier op het herhuisvestingsproject in de Keniaanse Riftvallei leven leden van de Kalenjin-stam en de Kikuyu-stam samen. Vijf jaar geleden raakten ze ontheemd door de moordpartijen tussen hun stammen na omstreden verkiezingen. Er heerst nu een fragiel tribaal evenwicht. Of dat stand houdt, hangt af van wat er „ver weg in de koude wereld van de blanken” plaatsvindt: in Den Haag bij het Internationaal Strafhof en in New York bij de VN-Veiligheidsraad.

Kenianen zijn volledig in de ban van de vorige maand begonnen rechtszaak tegen vicepresident William Ruto (een Kalenjin) en de zaak tegen president Uhuru Kenyatta (een Kikuyu), die volgens plan op 12 november moet beginnen. De samenwerking tussen de twee grootste en meest invloedrijke stammen staat namelijk op het spel, evenals de stabiliteit van de regering.

Ruto en Kenyatta hebben altijd betoogd dat hun stammen zich verzoenden toen zij twee jaar geleden een politieke alliantie aangingen. Vrede gaat in Afrika boven gerechtigheid, luidt hun redenering. Ze zeggen dat er na hun vredesakkoord geen reden meer bestaat om hen te vervolgen wegens vermeende misdaden tegen de menselijkheid tijdens het verkiezingsgeweld in 2007 en 2008. Dat de Kenianen hen daarin gelijk geven, zou blijken uit hun verkiezingszege in maart dit jaar.

Echte verzoening of schijn

Heeft het verbond tussen Kenyatta en Ruto inderdaad gezorgd voor verzoening tussen Kikuyu en Kalenjin? Of schermen ze hier slechts mee om onder hun processen uit te komen?

Zeker is dat het politieke verbond tussen Ruto en Kenyatta een meesterzet was. Bij de verkiezingsronde in 2007/2008 vochten de stammen nog tegen elkaar, maar na de aanklacht van het Strafhof in Den Haag hadden beide politici en stamleiders een gemeenschappelijk belang om het hof juist te dwarsbomen.

„Zowel Kikuyu’s als Kalenjins zien de zaken bij het Strafhof als samenzwering tegen hun stammen, ze zien het Strafhof niet als instituut met rechtvaardige rechtspraak”, vertelt Philip Ng’ok, een mensenrechtenactivist op bezoek in Majani Mingi. „De bewoners van de Riftvallei zien het Strafhof als een arena voor de competitie tussen stammen en politici”.

Bij het verkiezingsgeweld ruim vijf jaar geleden kwamen officieel 1.500 mensen om, merendeels in de Riftvallei. Vooral Kikuyu’s raakten toen hun bezittingen kwijt. Ze durven sindsdien niet meer terug naar hun woonplaatsen. Herhuisvesting bij Majani Mingi is hun redding. Er is nog geen politiepost en ook ontbreekt het aan zaden voor het aanstaande regenseizoen. Maar iedere familie kreeg een stukje grond van ruim 8.000 vierkante meter. En kinderen krijgen er les onder de boom.

De Kikuyu Peter Kiari moest sinds 1992 al twee keer verkassen voor geweld. Hij is dolgelukkig met zijn akker in Majani Mingi. Kiari moet lang nadenken over de vraag: vrede of gerechtigheid. „Tsja, onze leiders sloten vrede, maar ik weet niet of de Kalenjins zich er aan zullen houden. Eigenlijk vind ik dat iedere politicus zijn eigen kruis moet dragen. Als Ruto en Kenyatta onschuldig zijn, laat ze dat dan maar bewijzen.”

Joseph Molel is een Kalenjin. Ze verbrandden destijds zijn oogst en namen zijn koeien af. Met liefdevolle ogen tuurt hij naar de groene bergen, de golvende maïsvelden en het moeras vol reigers. Op Majani Mingi voelt hij zich thuis. Ook hij moet lang peinzen over de vraag over het Strafhof. „Als de wond bijna is genezen, moet je die niet open krabben door rechtszaken te beginnen. Door Ruto en Kenyatta kregen we vrede”, zegt hij. „Laat het Strafhof sterven.”

Geen vrede zonder ritueel

Het dilemma is groot: gerechtigheid ten koste van vrede? Of vrede maar geen gerechtigheid? Mensenrechtenactivist Philip Ng’ok schudt zijn hoofd. „Ruto en Kenyatta werken niet aan verzoening tussen hun stammen. Er is helemaal niets opgelost in de Riftvallei. De oude wijzen van hun stammen hebben elkaar geen koeien aangeboden als compensatie. Er werd geen enkel vredesritueel doorlopen. Ten onrechte doen Ruto en Kenyatta alsof ze op Afrikaanse wijze vrede brachten. Een wond waar nog vuil in zit, kan niet genezen.”

Een uur rijden van Majani Mingi ligt Nakuru. In een bar in deze stad zijn alle ogen gericht op de televisie. Beelden van een nieuwe dag in het proces tegen Ruto in Den Haag. Zelfs Mexicaanse soapseries kunnen de Kenianen niet zo boeien. Jackline Chebe zegt: „Wij Kalenjins vertrouwen de Kikuyu’s niet. Volgens mij werken ze eraan om Ruto te laten hangen en Kenyatta vrij te spreken”. Ze refereert aan verwijten dat Kikuyu’s in het regeringsapparaat bewijzen van vermeende misdaden door vicepresident Ruto zouden hebben doorgespeeld aan het Strafhof. Dit zou verraad zijn aan het politieke verbond tussen Ruto en Kenyatta. „De Kikuyu’s zijn huichelachtig. Als alleen Ruto wordt veroordeeld in Den Haag”, zegt Chebe, „zal het vuur hoog opvlammen in de Riftvallei”.

Chebe laat zo blijken hoe gepolitiseerd de rechtszaken voor het Strafhof zijn. Ook als de Veiligheidsraad besluit alleen de zaak tegen Kenyatta een jaar uit te stellen, kan het verbond met Ruto ontrafelen en het geweld weer oplaaien.

    • Koert Lindijer