Mijn Rabobank

Sinds de bankencrisis voelden ze zich bij de Rabobank verheven boven andere banken. Als trouwe klant werd ik daarvan keurig op de hoogte gehouden. ‘Bij de Rabobank willen we iedereen een kans geven’ is een van de slogans. Geen holle kreet: mijn bloedeigen Rabo-filiaaltje wordt – geheel volgens de Rabo-visie – bemenst door de structurele

Sinds de bankencrisis voelden ze zich bij de Rabobank verheven boven andere banken. Als trouwe klant werd ik daarvan keurig op de hoogte gehouden. ‘Bij de Rabobank willen we iedereen een kans geven’ is een van de slogans. Geen holle kreet: mijn bloedeigen Rabo-filiaaltje wordt – geheel volgens de Rabo-visie – bemenst door de structurele breedtesporters onder de bankmensen.

Op mijn Rabo-filiaal werken medewerkers die je wel willen, maar niet kunnen helpen

Medewerkers die je wel willen, maar niet kunnen helpen.

Een man met een baard, altijd in gevecht met het computersysteem; een mevrouw die altijd „Oei, daarvoor kunt u beter even 0900-0905 of de Rabofoon bellen” zegt en ‘een wisselstagiair’, tegenwoordig een jongen die alles van mobiel bankieren weet. Dat staat tenminste op de oranje button op zijn jasje: ‘Ik weet alles van mobiel bankieren.’

Ik schreef ooit op deze plaats over ze, nadat ze het verdomden om mij een nieuwe random reader te geven omdat het niet mocht van ‘het systeem’.

Gisteren moest ik er weer zijn, voor een gesprek over mijn flexibel krediet. De timing had wat mij betreft niet beter gekund. Met de nrc.next onder de arm betrad ik het filiaal. Op de voorpagina stond het betrouwbare hoofd van Jochem de Bruin, jarenlang hoofdpersoon in de Rabobank-commercials.

Ik mocht aanschuiven bij de man met de baard, die net als Rijkman Groenink een hangarm heeft, verder leek hij in niets op de oud-topman van ABN Amro. Hij bekeek de krant vluchtig, zuchtte en gooide er een cliché uit: „Wie geschoren wordt moet stil zitten.”

En voor de rest had hij een spreekverbod. Het hoofdkantoor had gezegd dat ze de vragende klant moesten doorverwijzen naar www.rabobank.com en moesten verzekeren dat verder alles bij het oude zou blijven. „Wij doen hier niets geks en dat blijf ik zeggen.”

De computer startte niet op, de jongen die alles wist van mobiel bankieren werd erbij gehaald, die gaf er op een gegeven moment een klap op. We moesten daarom van plaats wisselen met de mevrouw die tegen iedere klant „Oei, daarvoor kunt u beter even 0900-0905 of de Rabofoon bellen” zegt, een gebeurtenis waarbij haar kopje koffie omviel. Mijn adviseur snelde naar het keukentje, kwam terug met een blauwe lap en begon te poetsen. Toen hij klaar was, zei hij: „Zo, waar waren we gebleven?”

Bij mijn flexibel krediet dat moest worden aangepast, hetgeen even later niet bleek te kunnen vanwege het systeem.

„Hij pakt ‘m niet, uw rekeningnummer.”

We zaten tegenover elkaar, hij zei dat hij met de handen in het haar zat. Als hij mij was, zou hij een andere keer terug komen.

Mijn Rabobank was nog gewoon mijn Rabobank.

    • Marcel van Roosmalen