Hij waakt nog altijd beter dan een website

Op internet kijken of er in de buurt is ingebroken Dat moet tot inbraakpreventie en opsporingstips leiden Het zal niet werken, maar de site heeft wel een andere functie

Verslaggevers

‘Heb je het al gehoord? Er is ingebroken bij de Janssens!’ Vroeger praatte de buurvrouw je bij over inbraken in de buurt. Maar steeds meer mensen wonen alleen. Nu is er een digitaal alternatief: Misdaad in Kaart.

Misdaad in Kaart is een digitale kaart met het aantal inbraken waarvan aangifte is gedaan in een straal van vijfhonderd meter rond een bepaalde postcode. Zo praat de politie de buurt bij over inbraken in de wijk.

Het ziet er als volgt uit: een grote blauwe stip met een cijfer laat het aantal inbraken zien in een postcodegebied. En er is een lijstje met de meest recente delicten dat meldt of het om poging tot inbraak ging of om inbraak zelf. Andere details worden niet prijsgegeven.

De kaart is terug te vinden op depolitie.nl/mijnbuurt, de pagina waar je lokale politie-informatie kunt raadplegen. Je vindt er de wijkagent en het nieuws uit je buurt. De site bestond al langer, maar de kaart is nieuw. Die werd maandag met veel media-aandacht gelanceerd. Een paar uur na het verschijnen van de kaart lag de site plat.

Ook voor opsporingstips

Met de digitale inbraakkaart wil de politie „bereiken dat u zich bewust wordt van de noodzaak om zelf maatregelen te nemen tegen woninginbraak”. Nevendoel is het verzamelen van opsporingstips. De politie hoopt „dat u in uw eigen buurt alert bent op verdachte personen en gebeurtenissen. Ziet u iemand bij een woning rondhangen, een onbekende scooter of auto door de straat heen en weer rijden of andere verdachte zaken? Bel dan direct met 112. Zo helpt u inbraken voorkomen”, schrijft de politie in het persbericht op de site. Maar of het ook daadwerkelijk helpt, is nog maar de vraag.

De politie hoopt dat bewoners tot maatregelen overgaan, zoals het plaatsen van betere sloten of anti-inbraak strips. Gedragsverandering die je niet voor elkaar krijgt met een site, zegt Ben Vollaard, onderzoeker en misdaadeconoom aan de Universiteit van Tilburg. Vollaard doet al jaren onderzoek naar de effectiviteit van misdaadbestrijding en preventiemaatregelen.

Er zijn volgens hem drie manieren waarop je iemand bewust kan maken van criminaliteitsrisico: omschrijving van het delict (via een bericht in de wijkkrant of de digitale kaart), directe observatie als getuige, of persoonlijke beleving als je zelf slachtoffer bent. En uit zijn onderzoek blijkt dat eigenlijk alleen die laatste situatie leidt tot gedragsverandering. Alleen als mensen zelf de schok van een inbraak hebben ervaren, weten ze hoe ingrijpend dat is. Pas dan gaan ze over tot actie. Zo werkt het menselijk brein, zegt Vollaard.

Waarschuwen tegen woninginbraak helpt niet. „Het is alsof de overheid je vertelt dat je gezonder moet gaan leven of dat je moet gaan sparen voor later”, zegt Vollaard. Een voorbeeld. De gemeente Schiedam ging een paar jaar geleden langs 6.200 huishoudens om ze tot 200 euro subsidie aan te bieden voor inbraakpreventie. Aantal aanvragen voor subsidie: zes. Na een inbraak neemt daarentegen bijna de helft van de slachtoffers wél voorzorgsmaatregelen.

Ander bezwaar: de site is niet geïntegreerd in sociale media. Dat betekent dat nieuws over woninginbraken uit de buurt niet ‘automatisch’ voorbijkomt via Twitter of Facebook. De informatie gaat langs de buurtbewoner heen. En de bewoner die uit eigen beweging naar de site surft, is zich meestal al bewust van het inbraakrisico.

Het maakt de site ook meteen minder geschikt voor opsporingsdoeleinden, wat toch een nevendoel van de website is. Een toevallige passant moet waardevolle informatie in verband brengen met de inbraak en dan ook nog de tegenwoordigheid van geest hebben om naar de site te surfen en de kaart te raadplegen. Dat is volgens Vollaard „teveel toeval op toeval”. Daarom zegt hij dat het effectiever is om burgers te stimuleren de wijkagent te volgen op Twitter. Dan kunnen ze ook rechtstreeks communiceren met de wijkagent, een laagdrempeliger initiatief.

De site is bovendien te weinig gedetailleerd om echt bij te dragen aan opsporing. De interne kaarten die de politie zelf hanteert – en waarvan deze publieke variant een afgeleide versie is – bevat veel meer informatie. Zo kan je op Misdaad in Kaart om privacyredenen niet inzoomen op straatniveau en worden er geen signalementen van daders gegeven.

Tonen dat politie eraan werkt

Waarom dan toch die kaart? Vollaard: „Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan een daling van het aantal woninginbraken. Zo’n site maakt zichtbaar dat inbraakpreventie een van de speerpunten van de politie is.”

In 2011 waren er bijna 90.000 woninginbraken, 8 procent meer dan in 2010. Daarop kondigde de politie een ‘offensief’ aan tegen woninginbraken. Vooral het oplossingspercentage bij inbraken moest omhoog. Tot dan toe werden de daders van woninginbraken maar in 7 procent van de gevallen gepakt, terwijl het algemene oplossingspercentage rond de 25 procent lag.

Maar een kaart als preventiemaatregel werkt niet. Daarover is emeritus-hoogleraar en criminoloog Cyrille Fijnaut het in grote lijnen met Vollaard eens. Fijnaut pleit voor betere handhaving. „Als de aanpak van de politie overal zo gedesorganiseerd is als ik in een grote stad van dichtbij meemaak, dan moet de politie eerst zelf orde op zaken stellen. De informatieve, technische en tactische recherche gebeurt daar zonder enige onderlinge samenhang en de opvolging is al even stuurloos. Hoe kan de politie voorspellingen doen als het oplossingspercentage van woninginbraken zo laag ligt? De politie moet eerst eens heel goed kijken hoe zij inbraken doeltreffend kan aanpakken.”

In de jaren negentig verschoof de nadruk van preventie naar handhaving. Dat had een enorme afname van het aantal woninginbraken tot gevolg. De veelplegers – vaak junks die inbraken om in hun dagelijkse behoefte te voorzien – werden opgepakt, waardoor met name in de centrumwijken van grote steden het aantal inbraken terugliep. Nu is er opnieuw aandacht voor preventie, met Misdaad in Kaart. Of mensen betere sloten laten zetten is nog maar de vraag.

Anoniem naast elkaar leven

Toch heeft de kaart wel een functie, denkt Fijnaut. „Onze samenleving is enorm geanonimiseerd. Ik woon in Tilburg in een wijk met veel sociale samenhang. Dan weten mensen snel of er wordt ingebroken. Maar in veel steden leven mensen volledig anoniem naast elkaar en die hebben geen idee. Dus de natuurlijke sociale communicatiekanalen fungeren niet. Het publiceren van dit soort digitale overzichten compenseert dat wel.”

Betere sloten en andere beveiligingsmaatregelen, zoals het licht aanlaten thuis, helpen echt tegen inbraak, zegt Vollaard. Het zou volgens hem het beste zijn om preventie voor de mensen te regelen, in plaats van ze daarvoor zelf verantwoordelijk te maken. Dit kan bijvoorbeeld door inbraakpreventie te verplichten bij nieuwbouw en renovatiewoningen. Dat eerste is gebeurd in het Bouwbesluit van 1999. Huizen die na die tijd zijn gebouwd, moeten aan bepaalde beveiligingsnormen voldoen. In die nieuwbouwwoningen is het aantal inbraken een kwart lager dan bij huizen die vlak voor die periode zijn gebouwd, zegt Vollaard.

Fijnaut ziet een risico van Misdaad in Kaart. „Je maakt de prestaties van de politie op deze manier wel heel zichtbaar. Wat gebeurt er als burgers zien dat het aantal inbraken in een wijk maar niet daalt? De kaart kan zich ook tegen de politie keren.”

De politie wil niet inhoudelijk reageren op de kritiek. Een woordvoerder zegt in een reactie alleen: „Wij vinden het belangrijk om informatie te delen met de Nederlandse bevolking. Mensen die nieuwsgierig zijn naar de cijfers kunnen ze nu zien.”

    • Rolinde Hoorntje
    • Tom Vennink