Heel veel gebral en beetje gevaar

Politiechef sociale media moet elke dag 30.000 berichten in de gaten houden.

Politie en marechaussee op 25 september in de binnenstad van Haarlem, nadat op Twitter dreigberichten waren verstuurd aan de lokale V&D-warenhuizen. Foto Hollandse Hoogte

Ze had tot vandaag 1.268 tweets gestuurd – en die gaan niet allemaal over twitcops, heli’s, lokagenten en pepperspray. Ze deelt ook haar gedachten over de zon, de Rotterdam marathon en Feyenoord.

Martine Vis is plaatsvervangend politiechef van de eenheid Rotterdam en portefeuillehouder sociale media bij de nationale politie. Dat betekent dat ze politie-eenheden helpt bij het gebruiken van en speuren op sociale media. En dat ze de laatste instantie is – „het hoogste escalatiepunt”, zegt ze zelf – die de korpsleiding adviseert hoe te handelen bij potentiële dreiging via sociale media.

Komt de politie vaak in actie wegens berichten op sociale media?

„Elke dag doet de politie tussen de 100 en de 200 serieuze interventies naar aanleiding van wat ze online ziet. Verdeeld over alle eenheden in Nederland zijn daar tientallen agenten continu mee bezig. Interventie kan variëren van een tweet terugsturen – „hou op met die onzin!” – tot de inzet van een arrestatieteam. Zo’n tweet terug helpt. Dan zie je zulke mensen twee weken daarna geen bericht meer versturen. We hadden een groep jongens die massaal een klasgenootje pestten. Het meisje deed een zelfmoordpoging. Die jongens pakken we dus allemaal tegelijk op, liefst op school.”

Komt het gros van de bedreigingen van opgewonden scholieren?

„We filteren dagelijks alle denkbare open en minder open sociale netwerken. Dat gaat in eerste instantie niet handmatig. Er worden tussen de 3 en de 5 miljoen tweets per dag verstuurd. De ene keer is het drukker dan de andere – als er over Zwarte Piet wordt gediscussieerd bijvoorbeeld.

„Naar ongeveer 1 procent moeten we iets beter kijken. Dat zijn dus nog altijd minimaal 30.000 berichten. Die monitoren en analyseren we. Zo scheiden we de opgewonden scholieren van de potentieel gevaarlijke mensen.”

Hoe gaat dat?

„We betrekken de context erbij. Als we zien dat een dreigtweet van een jaarclubje met studenten komt, is het meestal gebral. Een bericht waarin de burgemeester van Rotterdam wordt bedreigd, maar vanaf een mobiele telefoon in Thailand is verstuurd, is toch iets anders dan een bericht dat van de Coolsingel komt. Waar we ons echt zorgen over maken, is een pas geopend twitteraccount met nul volgers, van iemand die zelf ook niemand volgt, en die in zijn eerste berichten begint te dreigen.”

Legt de politie dossiers aan van wat mensen online doen?

„Zonder aanleiding mag de politie geen dossier over iemand aanleggen. Maar bij sociale media hoeft je geen dossier te maken, het ligt er gewoon. Als we mensen willen volgen, kunnen we gewoon hun berichten meelezen.”

Op Twitter en Facebook stuit je regelmatig op afgeschermde berichten. Kan de politie daar in kijken?

„Met iets meer moeite: ja. Maar daar hebben we wel toestemming van het Openbaar Ministerie voor nodig.”

Begrijpt u alles wat u leest? Faka. Kkr. Kowed – je komt nogal ondoorgrondelijke straattaal tegen.

„Je leert snel. Bovendien werken er genoeg jonge agenten bij de politie die het wel begrijpen. En anders halen we er straatjeugd bij. Het filtersysteem wordt elke dag aangepast, elke dag gaan er nieuwe woorden in.

„Wij gebruiken sociale media niet alleen om te kijken of mensen elkaar bedreigen. Ook om mogelijke getuigen te vinden. Als iemand Twittert: ‘Schietpartij in de straat’, kan het best zijn dat hij ook foto’s heeft genomen of in elk geval meer heeft gezien.

Sociale media als deel van de publieke ruimte.

„Online ligt onze eerste line of defense. Als we via sociale media interveniëren, dat betekent vaak dat je grootschaliger inzet achterwege kunt laten.

„Kort na de rellen in Londen van 2011 werd in Rotterdam een Antilliaanse overvaller neergeschoten door de politie. Op Twitter ging al snel een foto rond, van de agenten die met getrokken pistool over de verdachte gebogen stonden. Het was strakblauw, lekker warm: in no time 400, 500 man op straat. Op sociale media heette het: politie schiet onschuldige man neer.

„Ik werd erover gebeld. Wat moesten we doen? We hebben een Tweet geplaatst: ‘Politie schiet na een gewapende overval een man neer. Wapen en buit zijn teruggevonden.’ Binnen vijf minuten was de angel eruit. Dat zagen we real time gebeuren.

„We hadden er ook twee pelotons ME naartoe kunnen sturen en de hele wijk blauw verven. Die optie heb ik trouwens wel achter de hand gehouden.”

    • Bas Blokker