Genoeg van de siësta

Anders dan het cliché wil, gebruiken nog maar weinig werknemers in Spanje de siësta om een dutje te doen. De roep om afschaffing groeit. Dat zou goed zijn voor de economie en het gezinsleven.

De lange middagpauze was logisch in een warm land met een boerensamenleving. Maar ook nu veel Spanjaarden in luchtgekoelde kantoren en winkels werken, blijft zij het nationale dagritme bepalen. Foto’s Hollandse Hoogte, AP

Het verjaardagsfeest van Tomás zou zaterdagochtend om 11 uur beginnen, meldde de uitnodiging. Maar om half 1 – tijd om de vier kaarsjes uit te blazen en de taart aan te snijden – was zijn klasgenootje Marisol er nog altijd niet. Haar ouders belden niet veel later. Ze kwam wat later, ze was pas net op.

Marisol haalde die ochtend slaap in die ze doordeweeks tekort komt. Zoals miljoenen Spanjaarden in het weekeinde doen. Werk- en schooldagen zijn er langgerekt, omdat ze opgebroken worden door een twee tot drie uur lange pauze rond de lunch. Anders dan het cliché wil, wordt deze siësta amper nog gebruikt om een dutje te doen.

Het middagslaapje was logisch in een warm land met een boerensamenleving. Maar ook nu Spanje grotendeels is verstedelijkt en veel mensen in luchtgekoelde kantoren en winkels werken, blijft hij het nationale dagritme bepalen. Eten, zorg, vrijetijdsbesteding worden hierdoor diep de late avond ingeduwd.

Met grote gevolgen voor economie, maatschappij en volksgezondheid. Zo zijn Spanjaarden weinig productief tijdens hun versnipperde werkdagen. Volgens onderzoek van consultancybedrijf Proudfoot wordt slechts 61 procent van de tijd efficiënt gewerkt. Dit staat gelijk aan een productiviteitsverlies van 8 procent van het bruto binnenlands product, wat overeenkomt met bijna 100 miljard euro per jaar.

Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem legde hier begin deze week tijdens een bezoek aan Madrid ook de vinger op. Het gaat de goede kant op, zei hij, maar om sterker uit de crisis te komen moeten Spanjaarden harder en langer werken en hun arbeidsproductiviteit opkrikken.

Spanjaarden slapen per etmaal gemiddeld 53 minuten korter dan andere Europeanen. Regelmatig rijst de vraag of de siësta niet afgeschaft, of op zijn minst ingekort, moet worden. Door de crisis groeit het besef een productievere, hoger opgeleide en wakkere beroepsbevolking onontbeerlijk is om bij te blijven in Europa.

Mede hierdoor boekte lobbygroep ARHOE, die al jaren strijdt voor een andere dagindeling, dit najaar een eerste succes. Deze ‘nationale commissie voor de stroomlijning van de Spaanse dagindeling en aanpassing aan de andere EU-landen’, wist het parlement ervan te overtuigen haar aanbevelingen te bestuderen.

Sociale revolutie

Het meest in het oog in springende advies is dat Spanje een tijdszone opschuift en de klok een uur achteruit zet. Maar de overige aanbevelingen zijn veel ingrijpender. Worden die overgenomen, dan ontketenen ze niet minder dan een sociale revolutie, komt er een eind aan diep ingebakken werkgewoontes en verandert zowel de verhouding tussen man en vrouw, als die tussen baas en werknemer radicaal.

Melanie Vilches werkt voor een publiciteitsbedrijfje dat in winkelcentra activiteiten organiseert om klanten te lokken. De werkdag van de Madrileense twintiger begint rond tien uur. „Dan gaan immers ook pas de winkels open. Eerder hoef ik dus niet te komen van mijn bazin.”

Na anderhalf uur gaan zij en collega’s naar buiten voor de cafelito, de koffiepauze. Veel Spanjaarden ontbijten thuis licht. Hun echte ontbijt nuttigen ze rond elf uur: koffie met een broodje of croissant. De lunch wordt gebruikt tussen twee en vier.

Vilches gaat rond drie uur naar huis om te lunchen, want ze woont om de hoek van haar kantoor. In drie kwartier is ze klaar. Hoewel ze pas weer om vijf uur hoeft te beginnen, zit ze meestal rond kwart over vier, half vijf weer achter haar bureau. „Zeker als ik weet dat er nog veel werk ligt.”

Haar bazin, die buiten de deur eet, komt rond vijf uur weer binnen. In principe duurt Vilches’ werkdag tot acht uur. „Maar meestal zit ik er wel tot half negen, want het staat slecht als je stipt acht uur weggaat; alsof je de minuten zit af te tellen.”

Na de boodschappen is ze tegen negen uur thuis. Dan dineert ze rond tien uur, half elf iets lichts. Ze ligt zelden voor een uur in bed en staat meestal omstreeks half negen op.

Het schema van Melanie Vilches is tamelijk doorsnee in Spanje. En net als veel landgenoten is ze er niet gelukkig mee. „Ik zou liever om half negen of negen uur beginnen, met een veel kortere lunchpauze en dan rond zes uur klaar zijn. Ik heb nog geen gezin, maar als ik dat wel had, zouden mijn kinderen alleen maar de oppas zien.”

Tegenstanders van aanpassing van de siësta wijzen graag naar de povere lunchcultuur van noordelijker landen. Moeten Spanjaarden straks ook hun thuis gesmeerde boterhammen achter hun computer opeten? Of in een kwartiertje een karige, alcoholvrije lunch naar binnen werken in een ongezellige bedrijfskantine?

„Dat is een ander uiterste. Maar je hebt ook geen drie uur nodig om te lunchen”, zegt hoogleraar Nuria Chinchilla van het Centrum voor werk en gezin van zakenschool IESE in Barcelona. „Ook in drie kwartier kun je prima eten.”

Een compactere werkdag biedt volgens Chinchilla, die zelf actief is in ARHOE, veel voordelen. Werknemers worden productiever, bedrijven efficiënter. Het is niet langer vier, maar twee keer per dag spitsuur. Werk en zorg zijn beter te combineren, de avond komt beschikbaar voor vrijetijdsbesteding. „Het zal de kwaliteit van ons leven echt verhogen”, voorspelt Chinchilla.

Volgens voorstanders houden vooral mannen verandering tegen. Spanje zou allang een andere dagindeling hebben „als vrouwen het voor het zeggen hadden”, stelde ARHOE-voorman Ignacio Buqueras onlangs in de krant El País. „Enkele leidinggevenden zeiden me dat het hen goed leek voor hun kinderen, maar niet voor henzelf. Wil je soms dat ik om vijf uur thuis ben en mijn vrouw aan mijn kop gaat zeuren?”

Belangenconflict

José Luis Pellegrini, een zelfstandig taxateur in de financiële sector, meent dat achter de siësta nog een ander belangenconflict schuilgaat: dat tussen leidinggevenden en ondergeschikten. „De baas krijgt zijn lunch betaald van het bedrijf. Die luncht met andere leidinggevenden of klanten buiten de deur. Lekker uitgebreid, met wijn, sterke drank, sigaren, weet ik veel wat. Als hij rond half zes weer eens binnenkomt, zijn de ondergeschikten allang terug. Die eten iets simpels en hebben geen uren nodig. Die nemen na vieren gewoon weer de telefoon op. Maar van hen wordt wel verwacht dat ze ’s avonds niet eerder naar huis gaan dan hun chef.”

Pellegrini’s vrouw bekleedt een hoge post bij grootbank BBVA. „Ook zij moet regelmatig onverwachts overwerken, omdat haar chef tot laat op kantoor blijft. Toen onze zoon jonger was, moest ik vaak halsoverkop naar huis om de oppas af te lossen”, vertelt José Luis.

Het is een gevolg van wat Spanjaarden de cultuur van presentismo noemen. Veel uren maken – en zeker niet eerder naar huis gaan dan de baas – moet een ijverige indruk wekken. Omdat de baas ook in Spanje nog vaak een man is, wordt de siësta daarom wel machistisch genoemd. Maar, zegt hoogleraar Nuria Chinchilla, „er zijn natuurlijk ook vrouwelijke bazen die weinig rekening houden met hun personeel. Bijvoorbeeld omdat ze zelf geen of al oudere kinderen hebben, of alleen maar leven voor hun werk”.

De voorstellen aan het parlement mikken dan ook op een bredere cultuuromslag, bijvoorbeeld door betere afstemming van school- en werktijden op elkaar en de oprichting van ‘tijdbanken’ in bedrijven waarbij overuren kunnen worden gespaard en opgenomen. En op de werkvloer zou niet simpele aanwezigheid, maar werkelijke prestatie er toe moeten doen.

Chinchilla denkt dat er draagvlak voor is. Een groeiend aantal bedrijven houdt al niet meer vast aan de lange middagpauze. Omdat ze internationaal opereren en het zich niet kunnen permitteren urenlang onbereikbaar te zijn. Of als secundaire arbeidsvoorwaarde om talent te lokken. De gebroken dag treft namelijk vooral dertigers en veertigers met jonge kinderen, al merken ook ouderen de nadelen, zegt Chinchilla. „Het zijn veelal grootouders die worden ingeschakeld om kinderen na school op te vangen. Zij vinden dat ook loodzwaar worden.”

    • Merijn de Waal