Geen toeslag? Dan doen we het toch zelf!

1.300 basisscholen hebben minder dan honderd leerlingen Dit soort scholen wordt met sluiting bedreigd Maar in het Zeeuwse dorpje Kats willen buurtbewoners hun dorpsschool zelf gaan runnen

verslaggever

Het is stil op het schoolplein van de Prinses Margrietschool in het Zeeuwse dorpje Kats. Het grote houten speelkasteel en de rood-blauwe stalen wip zijn leeg. Jan Schuurman Hess duwt het hek open en loopt het plein over om het schoolgebouw te laten zien. Door de ramen zie je de leeggehaalde lokalen. Zonder stoelen, zonder tafels. De schoolborden en landkaarten hebben een verkleuring op de muur achtergelaten. Op het blauwe tapijt liggen stofslierten.

Tot vorig jaar was het hier nog levendig, zegt Schuurman Hess, oud-journalist en actief PvdA-lid. Toen was de school nog open. „De sinterklaasintocht werd hier geregeld. Er waren kleine festivals, met bekende schrijvers en toneelspelers. Er was een oranjefeest, een kerstmarkt.”

De laatste jaren zaten er nog zo’n veertig leerlingen op school. Dat zouden er op termijn nog maar dertig zijn. Te weinig, oordeelde het schoolbestuur.

Maar Kats zonder school, zegt Schuurman Hess, is „niets meer dan een verzameling losse huizen”. Er zijn geen schrijversfestivals meer. En Sinterklaas slaat het dorp dit jaar over. De kinderen gaan nu naar scholen die 5 en 7 kilometer verderop liggen.

Schuurman Hess heeft een plan gelanceerd om dit soort kleine dorpsscholen open te houden. Want er zijn meer dorpen als Kats. Dorpen met één school die net gesloten is, of waarvan sluiting dreigt. Door de krimp – dalende geboortecijfers – kiezen sommige besturen ervoor kleine scholen te sluiten, of te laten fuseren.

Schuurman Hess wil de scholen die zich aansluiten bij zijn plan, weghalen bij schoolbesturen. Zo’n school moet in handen komen van de dorpsgemeenschap. Schoolbesturen zijn volgens Schuurman Hess te veel bezig met efficiency. „Ze voelen zich niet verantwoordelijk voor de leefbaarheid van het dorp.”

1.300 scholen zijn te klein

Volgende week heeft Schuurman Hess een gesprek met staatssecretaris Dekker (Onderwijs). De staatssecretaris bereidt de afschaffing van de ‘kleinescholentoeslag’ voor, extra geld voor kleine scholen. Ongeveer 1.300 scholen hebben minder dan honderd leerlingen. Te veel, volgens Dekker. Hij vindt het overdreven dat veel dorpen twee scholen hebben, vaak van verschillende denominaties, waar maar enkele tientallen leerlingen op zitten. Kleine scholen zijn kwetsbaar, volgens Dekker. Er is een hoge werkdruk en er is weinig tijd en geld voor innovatie.

Onzin, vindt Schuurman Hess. „Er is geen bewijs voor dat kleine scholen het slechter doen dan grote scholen.” Sterker: hij denkt dat kleine scholen juist méér kwaliteit kunnen bieden, doordat er meer ruimte is voor persoonlijke aandacht.

Dat benadrukt hij ook in zijn plan. Stadskinderen die even rust nodig hebben, bijvoorbeeld na ziekte, moeten voor een aantal maanden in zo’n dorp kunnen verblijven, samen met hun familie. Zo kunnen ze meer persoonlijke aandacht krijgen dan in een grote klas in de stad.

Een coöperatie is goedkoper

De deelnemende scholen gaan in zijn plan coöperaties vormen van maximaal zeven scholen. Medewerkers bekijken elkaars onderwijsplan, wisselen ervaring uit en gaan bij elkaar op bezoek om de kwaliteit te controleren.

En de kosten? Die kunnen best beheersbaar blijven als er geen dure bestuurders zijn. „Wij hebben geen managers – alleen een schooldirecteur.” En er kunnen natuurlijk inzamelingsacties gehouden worden. Het dorp vormt het bestuur, dus bewoners voelen zich direct verantwoordelijk voor het voortbestaan. Schuurman Hess: „Als de overheid of het schoolbestuur zich terugtrekt, dan zegt het dorp: dan doen we het zelf.”

De participatiesamenleving is ook in het Gelderse Keppel merkbaar. De bewoners van de dorpen Hoog en Laag Keppel hebben zich aangesloten bij het plan van Schuurman Hess. „Maar veel van zijn principes voerden we hier eigenlijk al uit”, zegt Bernd Beekman van de Stichting Dorpshuis Keppel.

Het schoolbestuur van basisschool De Bongerd wil al jaren dat de school sluit, om de leerlingen naar de zusterschool in het naastgelegen Hummelo te laten gaan. Dat leek ook de gemeente een goed idee. Maar de bewoners pikten het niet, ze maakten een financieel plan om het schoolgebouw over te nemen. Nu is het gebouw school én dorpshuis. Intussen heeft het schoolbestuur nog steeds fusieplannen. De ouders mogen eigenaar zijn van het gebouw, het schoolbestuur is nog niet in hun handen. „Dat is in de huidige regelgeving erg moeilijk”, zegt Beekman. Je kunt als ouders niet zomaar een coup plegen tegen de bestuurders.

Als het bestuur niet meewerkt, is volgens Schuurman Hess de meest logische optie dat alle ouders hun kind van school halen om daarna zelf een nieuwe school te stichten. Volgens de wet moeten er dan minimaal 200 potentiële leerlingen zijn, maar Schuurman Hess hoopt dat de staatssecretaris uitzonderingen wil maken. „Anders kun je geen dorpsschool beginnen.”