Doe de vuilcontainer die Pim opende nu maar weer dicht

Zangeres Anouk ontving tientallen racistische reacties nadat ze zich mengde in de Zwarte Piet-discussie. Laten we weer gaan denken-voordat-je-wat-zegt, betoogt Jeroen van der Kris.

Illustrator Ruben Oppenheimer

Wie was Pim Fortuyn? Mijn 11-jarige krantenlezende en journaalkijkende zoon stelt graag lastige vragen. We zijn wat gewend. Maar laatst kwamen we er toch niet helemaal uit. We probeerden hem uit te leggen dat er een tijd was, tot kort voor zijn geboorte, dat zeggen-wat-je-denkt niet de norm was. Een tijd waarin sommige dingen verzwegen werden, tsja, waarom eigenlijk?

Hij kon het zich niet goed voorstellen. En neem het hem eens kwalijk.

‘Viese rvuil vewende kankerhoer dat je ben hoop dat je binnenkort dood valt het liefs doe ik het zelf.’

Zulke reacties kwamen er binnen op de Facebook-pagina van zangeres Anouk nadat ze zich had uitgesproken tegen de Pietitie, de populaire Facebookpagina waarop het behoud van Zwarte Piet wordt bepleit.

Ook RTV Rijnmond ontving de afgelopen dagen onfrisse bijdragen na het nieuws dat wethouder Hamit Karakus volgend jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen lijsttrekker wordt voor de PvdA: ‘Rotterdam heeft een marokkaan als burgemeester nu weer een turk in de gemeenteraad, waar zijn die rotterdammers gebleven die het niet pikken dat onze stad wordt overspoeld door dit soort profiteurs.’

De redactie van RTV Rijnmond besloot de site te sluiten voor reacties.

Na Fortuyn kon je alles zeggen

Na de moord op Pim Fortuyn was er discussie, vooral onder politici en journalisten. Was de vuilcontainer die ‘Pimmetje’ opende pas kort daarvoor op straat gezet of hadden we hem al die jaren gewoon niet zien staan? Feit is dat er een heleboel troep in bleek te zitten: van jarenlang ontkende problemen tot regelrecht racisme.

Die container staat er dus nog steeds. En afgelopen dagen kwam er een stank uit die in het hele land te ruiken was. De twee miljoen likes voor Pietitie leidden niet alleen op internet, maar ook aan eetkamertafels tot verhitte discussies. Voor de zekerheid: ik zeg niet dat die twee miljoen likers allemaal racisten zijn. Er zijn mensen die zich door de discussie weer meer bewust worden van kleurverschillen (‘Hé, die man tegenover me in de trein is zwart, wat zou hij er van vinden?’). En er is een groep die de gelegenheid aangrijpt om weer even lekker een potje te schelden.

Ik weet wel: sociale media zijn niet het echte leven. Op internet is de drempel lager, een tweet is snel verstuurd (anders zouden al die boze mensen minder tikfouten maken, toch?). Maar ook op internet mag niet álles. Wie twittert dat hij morgen een bom laat ontploffen in de V&D moet niet gek kijken als de politie bij hem op de stoep staat. Dus kan het openbaar ministerie alsjeblieft eens een proefprocesje beginnen tegen iemand die roept dat alle zwarten het land uit moeten? Het is toch niet voor niks dat we in artikel 1 van de Grondwet hebben staan dat discriminatie op grond van onder andere ras verboden is?

Maar er zijn grenzen

Als blanke autochtoon weet ik niet echt hoe het is om gediscrimineerd te worden. Een heel klein beetje mocht ik het ervaren toen ik een paar jaar in Antwerpen woonde. Ze hebben daar een hekel aan Nederlanders. Als ouder voelde ik me tamelijk machteloos toen m’n zoon op het schoolplein werd uitgescholden voor ‘Hollander’. En nog meer toen ook volwassenen aan hem vroegen: „Wanneer ga je nou eindelijk eens gewoon praten?” Ik moest er de afgelopen dagen aan denken omdat ik me probeerde voor te stellen hoe het is om staande gehouden te worden door de politie omdat je huidskleur anders is, hoe het is om vergeefs te solliciteren op een baan omdat je naam exotisch klinkt.

Ik moest ook even denken aan Hans Janmaat, de leider van de centrumdemocraten, die in de vorige eeuw werd veroordeeld wegens het aanzetten tot vreemdelingenhaat. Wat had die ook al weer voor vreselijks gezegd? Hou je vast, hier komt een van zijn omstreden uitspraken. Hij zei: ,,Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af.” Het is bijna aandoenlijk als je het vergelijkt met het gescheld van nu.

Begrijp me goed: ik pleit niet voor een terugkeer naar de jaren tachtig of negentig van de vorige eeuw. Maar na elf jaar zeggen-wat-je-denkt heb ik wel eens behoefte aan iets meer denken-voordat-je-wat-zegt. Discussiëren mag, discussiëren is leuk, maar er zijn grenzen. Net als in de opvoeding.

Alleen Hans Janmaat: hoe leg ik die nu weer uit aan m’n zoon?