Buk en zoek een schuilplaats

De rij bij de kassa van een Amerikaanse supermarkt is zelden lang. Dit land gaat prat op goede service, en de supermarkt Albertsons bij mij om de hoek is geen uitzondering. Zodra er meer dan twee klanten staan te wachten, duikt een slungelige scholier op om snel een kassa te openen en te vragen hoe mijn dag tot nog toe is verlopen.

Laatst moest ik toch ruim een minuut wachten. Ik besloot mijn tijd productief te gebruiken en zocht in roddelblad US Weekly naar nieuwe informatie over de filmactrice Sandra Bullock, momenteel hot en tevens een stadsgenoot.

Tot mijn spijt werd ik afgeleid door een nieuw schap vol met kleurige pakketten en een aanmoedigend bord: ‘Get Your Back-to-School Earthquake Kit Now!’ Het aardbevingstasje voor kinderen bevatte een flesje water, een blikje tonijn, servetjes, een minitube tandpasta en nog wat handige dingen in geval van nood. Voor 9,99 dollar een veiliger gevoel voor ouders in zuidelijk Californië.

The big one is coming: een grote aardbeving komt eraan. Dat soort krantenkoppen duikt regelmatig op in Californië. De vorige was in januari 1994. Door de Northridge earthquake kwamen 54 mensen om het leven. Het epicentrum was in de San Fernando-vallei, vlak bij het centrum van Los Angeles. Het was een zware beving: 6,7 op de schaal van Richter. De schade bedroeg omgerekend 15 miljard euro. Vooral Santa Monica werd zwaar getroffen. De charmante maar veelal krakkemikkige huizen zijn op zachtere bodem gebouwd dan huizen in de rest van Los Angeles.

De schrik nestelde zich in de inwoners van de stad. Anderszins gaat het dagelijks leven door. Je kunt niet voortdurend op je hoede zijn en altijd maar zoeken naar een tafel of deuropening om onder te schuilen als de aarde gaat beven. Bijna twintig jaar na ‘Northridge’ bemerk ik in gesprekken met de locals dan ook een houding die bijna blasé te noemen valt.

In politiek Sacramento (de hoofdstad van Californië) doen ze ook traag. De Verenigde Staten lopen ver achter op andere ‘aardbevingslanden’ als Japan en Mexico. Het waarschuwingssysteem is daar geavanceerder, en een tijdig sms'je of SOS-radiobericht kan het verschil betekenen tussen leven en dood.

Een bericht moet worden uitgezonden zodra de eerste schok wordt waargenomen. Want een paar seconden waarschuwingstijd kan voldoende zijn om auto’s van de weg te halen, gasleidingen te sluiten en onder een tafel te duiken. Vorige maand tekende de gouverneur een wet om zo’n systeem in Californië te installeren.

Op 18 oktober werd in de staat ‘aarbevingparaatheidsdag’ gehouden. Om kwart over tien deden miljoenen schoolkinderen alsof ze door een beving werden opgeschrikt. Ze leerden de mantra ‘duck, cover and hold’: buk, zoek een schuilplaats en blijf waar je bent.

Het is makkelijk om het als aardbevingsmaagd allemaal een beetje overdreven te vinden. Een gevoel bekruipt je van: „Kom op, jongens.” Mijn ouders maakten de ramp van 1994 mee en hun verhalen zijn een bekend onderdeel van de familiegeschiedenis. Maar dat zijn verhalen uit de tweede hand. Dat zijn mijn ouders.

Laatst werd ik wakker door een vreemd gevoel. Het gebouw en ik bewogen en trilden, licht maar onmiskenbaar. Tien, twintig seconden voelde het alsof een vrachtwagen door de woonkamer reed. Het was een nauwelijks waarneembare trilling geweest, waar niemand hier van opkijkt. Niemand, behalve ik. Toen de bewegingsloze stilte weer was ingetreden besloot ik om een aardbevingskit te regelen.

    • Diederik van Hoogstraten