Boodschap ligt er bij Impakt dik bovenop

In de beste van alle werelden, zo betoogt de Amerikaanse columnist en Pulitzerprijs-winnaar Thomas Friedman, zijn heilstaten afgezworen. In de beste van alle werelden draait het – met dank aan internet – om het immer toegankelijke marktplein van het neoliberalisme. Iedereen kan een plekje bezetten op dat plein, of hij nu in Boston, Shanghai, Keulen of Kaapstad woont. Er is maar één nadeel: wat niet werkt, wordt afgedankt.

De organisatie van het avant-gardistische filmfestival Impakt, gisteravond in Utrecht geopend, heeft het zich niet makkelijk gemaakt met het uiterst actuele thema van dit jaar: ‘Capitalism Catch-22’, over de zegeningen en mislukkingen van het neokapitalisme. Een onoplosbaar dilemma is het: want hoewel we dagelijks de mislukkingen van het vrijemarktprincipe om ons heen zien en ervaren, lijkt niemand eraan te willen, kunnen of durven ontsnappen. ‘Capitalism Catch-22’ onderzoekt, rafelt uiteen, kijkt terug, en buigt zich heel voorzichtig over alternatieve strategieën.

Dat maakt het festival een veelkoppige hydra waar een hoop goede bedoelingen, geëngageerde filmkunst, behoorlijk open deuren en bijzondere lichtpunten elkaar afwisselen. Er zijn filmprogramma’s die inzoomen op de schone schijn van de marktplaats, op het idee van individuele vrijheid (‘natuurlijk’ een illusie) en het misleidende concept van vooruitgang. Er zijn provocatieve lezingen, ‘kapitalistische’ rondwandelingen door de stad, je kunt je laptop meenemen naar een public library hackathon en meebouwen aan een wereldomspannende P2P-bibliotheek, er is een YouTube-battle, en veel meer.

Arjon Dunnewind, artistiek godfather van Impakt, heeft naast de ‘eigen’ selectie van experimentele, kunstzinnige films en kunstprojecten, drie gastcuratoren uitgenodigd om het festival focus te geven: het Amsterdamse collectief Monnik, de Duitse curator Florian Wüst en de Britse tentoonstellingsmaker Benjamin Fallon.

Fallon heeft in BAK ironisch genoeg een bijna publieksvijandige tentoonstelling samengesteld met werken van kunstenaars die proberen de communicatiestrategieën van multinationals kritisch te doorgronden. Dat gebeurt met onvermijdelijke A-viertjes op de muur (Mariko Troili), een oersaai internetbeeldbombardement over de wereld na de val van de Muur (Daniel Andujar), en – lichtpunt – een maquette- en filmproject van het duo Goldin + Senneby. In een theatrale omgeving die subtiel verandert, worden de handelingen van beurshandelaren vergeleken met die van topkunstenaars als Gerhard Richter en Damien Hirst.

Het programma van Florian Wüst, dat uit wel liefst zeven programma’s bestaat, vormt het hart van het festival. Wüst combineert verleden met hedendaagse films, lang en ultrakort. Daar zitten extreem veel documentaires of in documentairestijl gefilmde werken bij. De boodschap – kapitalisme is verrot, multinationals zijn corrupt, de ‘groenen’ zijn goed – is vrijwel meteen duidelijk. Dat is jammer.

De beste filmmakers op het festival zijn zich van het risico van boodschapperig engagement bewust en hebben ofwel gekozen voor een visueel bijzondere aanpak, óf hun boodschap zo ambigue verpakt als de wereld zelf. Het beste voorbeeld van de eerste is de schitterende video Lobbyists (2009) van Libia Castro en Olafur Olafsson. Alle tekst wordt gerapt, maar ondertussen wordt vlijmscherp in beeld gebracht dat Brussel weinig met democratie te maken heeft.

Een uitstekend voorbeeld van het tweede is Omer Fasts ook op de laatste Documenta vertoonde film Continuity, over de thuiskomst van ‘verloren’ zonen bij steeds hetzelfde gezin. Ooit gingen de zonen ver weg een oorlog vechten. Thuis wachten hun alle uiterlijkheden van de moderne welvaartsmaatschappij, inclusief de harteloosheid en gebrek aan aandacht voor de ander. Fast geeft een puzzel, geen oordeel, en zet de kijker daarmee zelf aan het denken – zoals de beste kunst doet.