Al negen maanden geen brood gezien

Syrië is na drie jaar oorlog een humanitaire nachtmerrie geworden Hulpverleners moeten grote risico’s nemen om vluchtelingen te helpen „Kom je bij een controlepost, word je opeens beschoten

Een Syrische vluchteling met zijn rolkoffer nadat hij is geweigerd bij de Iraakse grens. Twee miljoen Syriërs zijn gevlucht uit eigen land. Foto AFP

Redacteur Midden-Oosten

Een gestage stroom mensen vluchtte dinsdag uit Moadamiya, de belegerde voorstad van Damascus. Duizenden mannen en vrouwen die grote tassen mee torsten, kinderen aan de hand. Sommigen huilden, anderen lagen op stretchers omdat ze niet meer konden lopen. Allen waren hongerig en uitgeput na maanden vast te hebben gezeten.

„We hebben negen maanden lang geen brood gezien”, vertelde een vrouw aan de BBC. „We aten bladeren en gras. Ze lieten ons niet gaan.” Sinds rebellen Moadamiya, Yarmouk en Ghouta in maart innamen, hebben regeringstroepen deze voorsteden van Damascus hermetisch afgesloten. Geef je over of je zult verhongeren, was de boodschap. Maandenlang eisten de Verenigde Naties en hulporganisaties tevergeefs toegang tot het gebied, dat in augustus doelwit was van de gifgasaanval. De situatie werd zo nijpend dat geestelijken deze maand een fatwa afkondigden dat inwoners katten, honden en ezels mochten eten, vlees dat normaal gesproken verboden is voor moslims.

De exodus van dinsdag was mogelijk dankzij een tijdelijke wapenstilstand tussen het leger en de rebellen. Zo’n twintig bussen wachtten de ontheemden op bij de ingang van Moadamiya om hen naar een opvangkamp te brengen. De mannen werden apart genomen en zullen door het regime worden ondervraagd over hun betrokkenheid bij de strijd. Duizenden mensen zouden nog steeds vastzitten in de voorsteden omdat ze vrezen te worden opgepakt.

Ongeëvenaard lijden

Na drie jaar burgeroorlog is Syrië een humanitaire nachtmerrie, wat deze week nog eens werd onderstreept door de uitbraak van polio. Begin september noemde de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties, António Guterres, het een „schandelijke humanitaire ramp waarbij het lijden en de ontheemding ongeëvenaard is in de recente geschiedenis”. Voor de oorlog telde Syrië 23 miljoen inwoners. Behalve de 2 miljoen mensen die naar het buitenland zijn gevlucht, zijn er binnen Syrië nog eens 4 miljoen mensen ontheemd.

Ook de rest van de bevolking lijdt zwaar onder het gebrek aan veiligheid, werk en ingestorte overheidsdiensten. Volgens de VN hebben 7 miljoen mensen hulp nodig. Naar schatting 80 procent leeft onder de armoedegrens. Het Wereldvoedselprogramma schat dat 4 miljoen Syriërs ondervoed zijn. Door tekorten, inflatie en speculatie zijn de kosten van veel goederen met 300 procent gestegen, waardoor gezinnen niet meer in staat zijn om in hun eerste levensbehoeften te voorzien.

Een hulpoperatie in deze context is een logistieke mammoettaak. In het grootste deel van het land kunnen hulporganisaties hun werk doen. De coördinatie is grotendeels in handen van de Syrische Rode Halve Maan, die in samenspraak met de VN-Vluchtelingenorganisatie en het Wereldvoedselprogramma kijkt wie hulp nodig heeft. Voedsel, medicijnen en andere goederen komen binnen via Damascus en de havensteden Latakia en Tartus en worden vanaf daar verder over het land verspreid.

Ontvoerde hulpverleners

Maar er zijn tal van plaatsen zoals Moadamiya waar hulporganisaties niet of nauwelijks toegang krijgen. Om burgers te bereiken in gebieden waar wordt gevochten, moeten hulpverleners grote risico’s nemen. Sinds het conflict begon zijn 22 Syrische medewerkers van het Rode Kruis gedood. Twee weken geleden werden acht medewerkers van het Rode Kruis in de noordoostelijke provincie Idlib ontvoerd. Vier zijn er inmiddels weer vrijgelaten.

„Veiligheid is een groot probleem, zeker in het noorden”, zegt Rode Kruis-woordvoerder Merlijn Stoffels vanuit Libanon, waar hij wacht op een visum voor Syrië. „We moeten voortdurend onderhandelen met de regering en de ruim honderd rebellengroepen. We hebben contact met de meeste groepen, maar dat gaat de ene keer beter dan de andere keer. Sommige jihadistische groepen willen niet met ons praten. Probleem is ook dat de toestemming niet altijd doorkomt bij de mensen ter plekke. Dan kom je bij een controlepost en word je ineens beschoten.”

Het grootste probleem is het gebrek aan geld. De VN hebben 1,2 miljard euro nodig voor de hulpoperatie in Syrië zelf, en nog eens 2,2 miljard euro voor een programma voor vluchtelingen in de regio. Maar beide programma’s hebben slechts de helft van het benodigde bedrag binnen. Ook Nederland gaf niet bepaald gul. De inzamelingsactie van de Samenwerkende Hulporganisaties, die liep van januari tot juni, leverde 4,5 miljoen euro op. Ter vergelijking: de actie na de aardbeving in Haïti bracht 41 miljoen op.

    • Toon Beemsterboer