Actrice Jessie Wilms: ‘Moet je alles weggeven?’

Wilms speelt prostituee Shen Te in Brechts De goede mens van Sezuan. Nog altijd actueel, vindt Wilms. „Ook zij moet overleven in een harde, materialistische maatschappij.”

Jessie Wilms en Freek den Hartogh in ‘De goede mens van Sezuan’ van Bertolt Brecht. Foto Ben van Duin

„Goedheid is openheid, het betekent aandacht voor de wereld om je heen”, zegt actrice Jessie Wilms (25). Zij speelt bij Toneelgroep Maastricht de titelrol in het stuk De goede mens van Sezuan (1938-’40) van de Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht. Dat ‘goede’ uit de titel is een verraderlijk woord. Wat maakt iemand tot een goed mens? Hoe moeilijk is het om goed te zijn?

Op listige wijze maakt Brecht van die goede mens uit de Chinese provincieplaats Sezuan een vrouw die in maatschappelijk opzicht diep is gezonken: zij is een prostituee, Shen Te. Tegelijkertijd vertegenwoordigt zij de opperste deugdzaamheid. In het begin van het stuk dalen drie teleurgestelde goden uit de hemel af naar de aarde. Ze vragen waarom de mensen zich zo misdragen en hun geboden van naastenliefde niet opvolgen. Ook zoeken ze onderdak. Dat krijgen ze maar van eentje, en dat is het hoertje Shen Te.

„Voor mij is het stuk actueel en zeker niet ouderwets, al is het lang geleden geschreven”, zegt Jessie Wilms tussen de repetities door in de schouwburg van Kerkrade. „De goden belonen Shen Te met een grote som geld en geven haar de opdracht goed voor zichzelf te zijn én goed voor anderen. Van het geld koopt ze een klein tabakswinkeltje met wat voedsel en rookwaar. Meteen belagen vrienden en familieleden haar. Een weduwe met drie kinderen komt bedelen om een handje rijst. Een arme man vraagt om sigaretten. Shen Te bezit voedsel, maar niet in overvloed. Moet ze dan toch alles zomaar weggeven?”

Het zijn vragen waarop Jessie Wilms in samenwerking met regisseur Arie de Mol antwoord probeert te vinden. Een parallel met de huidige tijd ziet ze in de hang naar materialisme. Wilms: „Als ik om me heen kijk, dan heb ik het idee dat mensen hun identiteit laten bepalen door spullen, door bezit. Maar juist immateriële waarden als zachtaardigheid, aandacht en goedheid zijn geschenken van de goden. De vraag die Brecht stelt is of er aan deze jonge vrouw, die later moeder wordt van een zoon, zoveel eisen mogen worden gesteld. Ook zij moet proberen te overleven in een harde, materialistische maatschappij. Als zij met gulle hand voedsel zou uitdelen, vervalt ze zelf tot de bedelstaf. Daarom is het verzoek van de goden zo moeilijk.”

Al tijdens haar studie aan de Toneelacademie Maastricht kwam Jessie Wilms terecht als stagiaire bij Toneelgroep Maastricht. Na haar afstuderen in 2010 bleef ze aan dit gezelschap verbonden, afgezien van enkele gastrollen bij Toneelgroep Amsterdam en De Warme Winkel.

Ze heeft zichzelf de opdracht gegeven in het leven openheid na te streven. „Als ik mensen in de trein of op straat in volle overgave zie turen op hun smartphone, dan sluiten ze zich af van de wereld om hen heen. Het mooie van Brechts toneelstuk is dat in Shen Te twee werelden samenkomen: die van goedheid en verdorvenheid, van zorg voor de ander en opkomen voor jezelf. Dat geeft haar rol een tragische dimensie. Ze zegt aan het slot over zichzelf: ‘Goed te zijn en toch te leven, trof mij als een bliksem.’ Zij wil die tegenstelling in zichzelf overbruggen. Dat verlangen herken ik, het schuilt ook in mij.”

De goede mens van Sezuan’ van Brecht door Toneelgroep Maastricht. Regie: Arie de Mol. Première 1/11 Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Inl: toneelgroepmaastricht.nl

    • Kester Freriks