Zoek, ook al zijn er geen antwoorden

Het dertigersdilemma was een bestseller, nu komt Nienke Wijnants met de opvolger Wie ben ik? En wat wil ik? Want dertigers en veertigers hebben existentiële twijfels Het doel is in te zien met welke vraag je worstelt

Eerst was Nienke Wijnants als een arts die de diagnose stelde: jonge hoogopgeleiden lijden aan het dertigersdilemma. Niet dat de dolende dertigers blij waren met hun ziekte, maar de naam – door Wijnants (39) zelf in het leven geroepen – gaf de lang gezochte erkenning van de problemen. Het dertigersdilemma werd een bestseller waarvan meer dan 40.000 exemplaren zijn verkocht. Want, zo stelt de psycholoog en loopbaanadviseur, meer dan bij eerdere generaties komen bij de dertigers van nu allerlei essentiële keuzes samen: welke baan wil ik, waar ga ik wonen, en met wie, wil ik kinderen of toch eerst nog die wereldreis? Rond je dertigste is een piekdrukte, die leidt tot keuzestress.

Wijnants kwam met begrip, verklaringen en tips.

Dat was in 2008.

Die tijd van geruststelling is voorbij. In haar nieuwste boek Wie ben ik? En wat wil ik? stelt Wijnants dat de dertiger (en veertiger) in een existentiële crisis zit. Het dertigersdilemma – dertigersdip, quarterlife crisis, zo je wilt – is een uiting van existentiële twijfel. En vaak weet de dertiger niet eens dat hij daarmee worstelt. Dat is erg, zegt Wijnants, want als je niet weet waarvoor je het allemaal doet, word je in je praktische keuzes belemmerd. Oplossing? Nee sorry, die is er niet. Er is geen antwoord op de vraag naar de zin van het leven, zegt Wijnants. Het doel is in te zien met welke vraag je eigenlijk worstelt en vervolgens te erkennen dat het antwoord er niet is.

Probeer dan nog maar eens blij naar je werk te gaan.

„Ik denk niet dat er een zelfmoordgolf komt naar aanleiding van mijn boek. Zeker niet. Eerder het tegenovergestelde. Hoe meer je weet, hoe beter je je voelt. Ook al kom je niet tot concrete antwoorden.” Wijnants pleit voor de twijfel. „We zijn tegenwoordig zo stellig. Door de sociale media zijn we gewend om heel snel overal iets van te vinden, terwijl ik denk dat het goed is om vragen te stellen. Na te denken. Afstand te nemen. Ik wil mensen uit de tent lokken.”

Alles heeft met elkaar te maken, stelt Wijnants in het begin van haar boek. Er zijn crises op verschillende niveaus. Als je je afvraagt welke smartphone je moet kopen (de praktische crisis), dan houdt die verband met een identiteitscrisis (‘welke baan past het beste bij me’) en dat houdt weer verband met de vraag wat de zin van het leven is (‘waar doe ik het allemaal voor’).

Hoe is die link te leggen? Als ik twijfel tussen een Blackberry of een iPhone wil dat toch niet zeggen dat ik in een existentiële crisis zit?

„Nee. Het causale verband heb ik nog niet bewezen. Maar wat ik in mijn onderzoeksresultaten wel kan aantonen is dat de zingevingsvragen een voorspellende waarde hebben. Oftewel, dertigers die in het onderzoek aangaven niet te weten wie ze zijn en wat ze willen hadden relatief ook meer last van praktische keuzestress.”

Hoe krijg je je leven dan op orde?

„Dat is niet eenvoudig. Ik zie veel dertigers enorm twijfelen over allerlei praktische vragen: zal ik die baan nemen, moet ik een carrièreswitch maken? Maar als je ze vraagt: in welke zin zou die baan je leven verrijken? Waarom wil je in je diepste wezen dat beroep uitoefenen? Wat zijn je drijfveren? Dan weten mensen vaak geen antwoord en duiken ze weg in gemakkelijke verklaringen zoals: ik wil de kwetsbaren helpen, of ik doe het om me goed te voelen. Maar waarom dan? Op dat punt haken mensen vaak af.

„Als je niet met die vragen aan de slag gaat, blijf je antwoorden zoeken op de verkeerde plek. Meer werken, andere baan, meer kinderen, nog verdere reizen.

„Ik heb niet het antwoord op de vraag hoe het dan wel moet. We moeten ons zien te verzoenen met het feit dat er geen antwoorden zijn. Dat het niet duidelijk is wat het doel van het leven is, maar we moeten er wél over praten.”

Zelf schrijft Wijnants in haar boek dat ze al voor haar zesde jaar ‘lijdt’ aan existentiële twijfel. Ze beschrijft dat ze rond die leeftijd achter haar bureautje zit en dan gebeurt het.

Plotseling vraag ik me af wie dit alles bedacht heeft, die pennenbakjes en schriften met lijntjes? Wie heeft ‘kurklinoleum’ bedacht, en bureaustoelen of multomappen? En het wordt erger: wie kan mij met zekerheid zeggen dat ik daar echt zit, op de bovenste verdieping van een huis in het Statenkwartier in Den Haag? Wie ben ik? ‘Ben’ ik überhaupt wel echt? Heb ik echt een vader en moeder, die nu beneden zijn, of bestaan zij alleen maar in mijn hoofd? Bestaat niet dit alles alleen in mijn hoofd?

Later wordt ze nog wel vaker ‘overspoeld door de grote hoe, wat en waarom-vragen’. Maar ‘op geen van die momenten dient zich een antwoord aan’.

Is je boek een voortzetting van die zoektocht? Je bestudeert wetenschappers, biologen en filosofen die er antwoord op hebben proberen te geven.

„Precies. Lezers van Het dertigersdilemma vertelden mij dat ze vooral geïnteresseerd waren in de hoofdstukken over authenticiteit en zingeving. Dat verbaasde mij in eerste instantie. Sterker nog, ik had nog getwijfeld of ik die hoofdstukken erin zou zetten. Maar juist daar sloeg iedereen op aan. Het nieuwe boek is daar een verdieping van. Ik heb gezocht naar theorieën en denkers die zich bezighouden met de zin van het leven, en daar geef ik een samenvatting van. Lezers kunnen dan leren welke theorieën er door de eeuwen heen zijn geweest en vanuit welke achtergrond anderen probeerden de zin van het leven verklaarden.”

Het is niet een logische opvolger van Het dertigersdilemma. Het is een zwaarder en serieuzer boek.

„Ja, in eerste instantie wilde ik een coachingsboek schrijven over hoe je tot authenticiteit kon komen. Dat lukte niet. Zo’n boek is niet te maken. Je kunt geen tips en tricks ontwikkelen om te weten wie je bent.

„De titel van mijn boek is wel wat misleidend moet ik eerlijk zeggen. Het suggereert dat ik antwoorden heb. Ik wilde het liever De nieuwe existentialisten noemen of iets dergelijks, maar dat vond de uitgever niets. Niemand zou het dan nog lezen. Daar is ook iets voor te zeggen.”

Je baseert je in je onderzoek op gegevens van je eerste onderzoek op basis waarvan je ook Het dertigersdilemma schreef. Dat onderzoek komt uit 2003. Is er in de tussentijd niet veel veranderd? Heeft de crisis de dertigersdip niet uitgewist?

„Ik heb altijd gedacht dat het dertigersdilemma conjunctuurgevoelig was. Hoe beter het gaat, hoe meer dilemma’s... Maar ik geef vrij veel lezingen en cursussen en als ik het aan de dertigers van nu voorleg herkennen de meesten zichzelf er nog steeds in. Bovendien denk ik dat de existentiële vragen blijven, die staan los van de economie.”

Bij de bespreking van de filosofen kun je je soms oprecht en bijna naïef verbazen. Bij de cynicus Antisthenes (445 – 365 v. Chr.) ben je verrast dat hij al bezig was met het afzweren van de zucht naar geld, roem en macht.

„Ja, zo voel ik dat ook. Enerzijds was ik verbaasd dat hij dat al dik tweeduizend jaar geleden heeft gezegd. We moeten terug naar de basis, stelde hij. Zijn we daar nu nog steeds mee bezig? En anderzijds stelde het me gerust: het is dus een cruciale kwestie. Ik heb bewust mijn opmerkingen en kanttekeningen erbij gezet om de soms ingewikkelde theorieën toegankelijk te maken.”

Is het de bedoeling dat je er als lezer maar uitpakt wat je zinvol lijkt?

„In zekere zin wel. Ik geef een beeld van de beschikbare theorieën. Pik er maar uit wat je wilt. Ik keer me erg tegen het pragmatisme van de jonge, Nederlandse filosofen. Als je met hen praat over authenticiteit dan wuiven ze het weg met de opmerking dat het een non-begrip is en dat het leven geen universele zin kent, en daarna zoeken daarmee ook zinloos is. Maar ze beseffen niet dat ze zelf in een enorme luxepositie zitten. Ze hebben zich tijdens hun studie al kunnen buigen over dit soort zingevingskwesties. Ik vind dat je verplicht bent om het uit te leggen aan jan met de pet. Waarom heeft het geen zin? Dan kan iemand die niets van filosofie weet uiteindelijk best tot de conclusie komen dat het leven inderdaad nutteloos is, maar je moet het niet opleggen maar uitleggen. Je moet iedereen zijn zoektocht gunnen. Het ‘zo is het nu eenmaal’ van de pragmatist klinkt mij te veel als de ‘God heeft het zo gewild’ van de gelovige.”

Je bent nu de arts die tegen ons zegt dat we eerst maar eens even langs de psycholoog – of nog liever: de filosoof – moeten?

„Ja. Je moet verdieping zoeken. Pas dan kom je verder in je leven. Je moet zoeken, ook om uiteindelijk te constateren dat het leven geen zin heeft. Je zult vrolijker uit je bed komen als je dat weet. En minder roekeloos keuzes maken in je werk bijvoorbeeld.

„Ik schrijf ook aan het einde van het boek dat ik geen antwoorden heb. Slechts verbazing. En dat het enige is wat ik zeker weet, is dat ik dit leven wíl leven, liever wel dan niet. Nu ik erover na heb gedacht, existentiële crises heb gehad, kan ik makkelijker keuzes maken op andere gebieden. Ik heb soms nog steeds van die ervaringen als kind van vijf achter het bureau. Ik weet het nog steeds niet, maar het verontrust me niet meer.”

    • Jessica van Geel