Zijn meningen in VS over slavernijfilm te weinig verdeeld?

Kan een film ook té geliefd zijn? Je zou het bijna denken bij de uitbundige lof in de Verenigde Staten voor Twelve Years a Slave van regisseur Steve McQueen. De film, die deze week nog te zien is tijdens de Amsterdam Film Week, draait sinds twee weken in de Amerikaanse filmzalen, kon rekenen op vrijwel unanieme loftuitingen van de pers, doet het heel behoorlijk aan de kassa, en lijkt zo gestaag af te stevenen op een zegetocht bij de komende Oscarsnominaties.

Zo gestaag dat een aantal potentiële concurrenten er geen brood meer in zien en zich hebben teruggetrokken: oorlogsdrama Monuments Men van George Clooney, biopic Grace of Monaco met Nicole Kidman, en Foxcatcher, met Steve Carell in een serieuze rol als moordenaar, zijn drie films die tot voor kort nog serieus gepositioneerd waren om mee te dingen naar de Oscars, maar die nu toch pas volgend jaar uitkomen, als de concurrentie wellicht minder moordend is.

Al die lof is niet vanzelfsprekend. McQueens eerdere, confronterende films over personages in extremis – hongerstaker Bobby Sands in Hunger, de seksverslaafde beurshandelaar Brandon in Shame – kregen in de VS een gemengde ontvangst. Daar is geen sprake van bij Twelve Years a Slave, het verhaal van de vrij geboren Solomon Northup die na een ontvoering twaalf jaar gevangen wordt gehouden als slaaf op zuidelijke plantages. De consensus bij invloedrijke filmrecensenten van The New Yorker en The New York Times is dat McQueen zijn eerdere, al te artistiekerige neigingen in Twelve Years a Slave beter in toom houdt en heeft gekozen voor een meer klassieke, verhalende aanpak.

Dat contrast is misleidend. De hand van de regisseur is ook in Twelve Years a Slave heel herkenbaar aanwezig. McQueen is een filmmaker die het lichaam van zijn personages als weinig andere filmmakers centraal stelt, die de kijker soms bruut met de neus op de feiten drukt maar tegelijk ruimte laat voor reflectie, die ook in gruwelijke scènes een glimp van schoonheid kan laten zien. Al die elementen zijn ook weer terug te zien in Twelve Years a Slave. Van tijd tot tijd zorgt de regisseur ervoor dat de kijker zich ervan bewust is dat hij naar een film kijkt – door een opvallende beeldcompositie of een nadrukkelijke camerabeweging. Heel anders dus dan in de klassieke aanpak, die de toeschouwer vooral wil laten vergeten dat hij naar een film kijkt. Het idee dat McQueen al die elementen van zijn stijl plotseling achterwege zou hebben gelaten, helpt de film waarschijnlijk om een breder publiek te vinden, maar is toch vooral onzin.

Zoveel consensus over de film helpt dan weer niet bij het losmaken van veel maatschappelijk debat over het slavernijverleden, debatten zoals die eerder wel ontstonden rond controversiële films als Zero Dark Thirty, of Django Unchained. Dat zegt iets over het doordachte karakter van Twelve Years a Slave, maar nog meer over het huidige discussieklimaat. Twelve Years a Slave leent zich niet voor het luidkeels roepen van ‘Voor!’ en ‘Tegen!’ Dan bestaat een film ook meteen iets minder, in ieder geval op het web.

Peter de Bruijn is redacteur film