Stereotypen in het politiewerk

Selecteert de politie de burgers die ze op straat wil aanspreken vooral op huidskleur en afkomst? Amnesty International denkt van wel. In een gisteren gepubliceerd rapport, dat vooral steunt op eerder verschenen onderzoek, zegt Amnesty dat de politie vaker ‘buitenlanders’ op het oog heeft bij verkeerscontroles, fouilleren en ID-controles dan oorspronkelijke Nederlanders. Migrantenorganisaties denken dat ook.

De nationale politie reageerde gisteren sterk afwijzend. Als het al voorkomt, dan zijn het incidenten waar intern ferm tegen wordt opgetreden. ‘Etnisch profileren’, zoals de vakterm luidt, grenst aan strafbaar handelen. Het is onprofessioneel, het ondermijnt de relatie met minderheden en het is ondoelmatig. Als de politie érgens tegen is dan is het wel rassen of nationaliteiten per definitie als verdacht beschouwen, zo verklaarde korpschef Bouman.

Feitelijk stelt Amnesty de integriteit van de politie ter discussie, zo werd haarfijn aangevoeld. En daarmee wordt de politie „onrecht” aangedaan, die immers vaak onder grote druk moet handelen en improviseren. Tot zover de vertrouwde loopgraven. Voor beide partijen is het een emotioneel debat dat de kern van het politiewerk raakt, respect voor de (etnische) identiteit van de burger uitdrukt en het vrij en gelijk samenleven in een rechtsstaat omvat.

Nu is er geen keihard statistisch bewijs van etnische selectie bij politieoptreden. Maar er bestaat voldoende observatieonderzoek dat bewuste of onbewuste etnische selectie bij de politie meer dan aannemelijk maakt. Vooral bij verkeerscontroles, fouilleren en de ID-plicht. Allemaal relatief nieuwe bevoegdheden voor politiewerk op straat die het laatste decennium zijn ingesteld of uitgebreid.

Welke burgers worden daarvoor aangesproken of even aan de kant gezet? Officieel kijkt de politie dan naar gedrag, locatie, tijdstip, vervoermiddel en uiterlijke kenmerken. Daar horen behalve geslacht, ook ras of herkomst bij. Dat leidt tot stereotypering die onvermijdelijk is, maar ook gevaarlijk. Individuele verschillen vallen weg, voor toeval is geen plaats meer. Een jonge Marokkaan op de ‘verkeerde’ plek of in de ‘verkeerde’ auto trekt ‘dus’ politieaandacht.

Het echte probleem steekt intussen dieper. De politie opereert in een samenleving die zich steeds vijandiger toont jegens buitenlanders. En waar iedere reserve voor stereotypen en vooroordelen overboord lijkt te zijn gezet. Migratie en criminaliteit worden in het politieke debat al samengevoegd tot ‘crimigratie’. De termen overlast en ‘Oostblokkers’ beginnen al te fuseren. Dat straatsurveillanten dan hun professionele neutraliteit verliezen en de grove stereotypen voor waar gaan houden, hoeft geen verbazing te wekken. Dat precies uitzoeken, onderkennen en bestrijden is in ieders belang.