Rijkentaks Hollande zet AS Monaco op flinke voorsprong

Paris-Saint Germain heeft dit seizoen zware concurrentie gekregen van AS Monaco

In de Franse voetbalcompetitie heb je twee clubs – en daarna een heleboel andere. Was het door Qatar betaalde sterrenteam van Paris Saint-Germain vorig seizoen nog alleen oppermachtig in de ‘League 1’, dit jaar is daar, naar overeenkomstig model, AS Monaco bijgekomen.

Beide teams zijn na elf speelrondes ongeslagen, maar dankzij een net iets beter doelsaldo (en veel geluk afgelopen weekend tegen Saint-Etienne: 2-2 door een gelijkmaker in de laatste minuut) staat PSG bovenaan. Monaco, in 2011 nog roemloos gedegradeerd, is tweede.

Geld speelt geen rol. Niet voor de Qatari in Parijs en niet voor de Russische kunstmestmagnaat Dmitri Rybolovlev, die de Association Sportive de Monaco twee jaar terug overnam van het Huis van Grimaldi. Maar Monaco heeft een voordeel dat Parijs, of enige andere Franse club, niet heeft: in het vorstendom zijn de spelerssalarissen belastingvrij.

Dat maakt de deze zomer voor 60 miljoen euro van Atlético Madrid overgenomen Colombiaan Radamel Falcao, inmiddels topscorer, een stuk minder duur. Zijn salaris van een miljoen euro netto per maand, had iedere andere topclub in Frankrijk minstens de helft meer gekost.

En dat is oneerlijke concurrentie, vinden de andere teams. Volgens schattingen van de Ligue de Football Professionnel (LFP), de Franse eredivisieorganisatie, heeft Monaco jaarlijks een belastingvoordeel van 50 miljoen euro. Met het besluit van de Franse regering om 75 procent belasting te heffen over inkomens boven een miljoen euro, wordt de financiële voorsprong van de club uit het belastingparadijs aan de Franse Rivièra alleen maar groter.

Vorige week kondigden de clubs aan in het laatste weekend van november niet te zullen voetballen uit protest tegen de nieuwe belasting. AS Monaco doet noodgedwongen en uit solidariteit mee met de ‘staking’. Morgen doen voetbalbestuurders bij president François Hollande nog een laatste poging om een uitzonderingspositie te bedingen omdat „niet de rijken, maar de arme man” (de voetbalfans) volgens Lille-voorzitter Michel Seydoux getroffen zou worden. Hij vreest dat zijn club omvalt.

De rijkentaks was vorig jaar een verkiezingsbelofte van Hollande als tijdelijke nivelleringsmaatregel in crisistijd. Nadat de Franse Constitutionele Raad de plannen als ongrondwettelijk afserveerde, is de symbolische heffing flink afgezwakt. Niet de gefortuneerde werknemers zelf, maar de bedrijven waarvoor zij werken zullen moeten betalen.

Het zijn vooral voormalige topclubs als Lyon, Bordeaux of Lille die de extra belasting niet zouden kunnen opbrengen. Zij hebben de laatste jaren spelers moeten verkopen om hun begroting sluitend te krijgen, zegt sporteconoom Bastien Drut, die vreest voor een „kampioenschap op twee snelheden”.

Voor PSG komt de nieuwe taks bij de huidige omzet van ruim 430 miljoen euro en 21 spelers met een salaris boven het miljoen neer op een extra kostenpost van 20 miljoen. Als Monaco in Frankrijk belastingplichtig was geweest, dan had het een vergelijkbare belastingaanslag tegemoet kunnen zien. Maar dat is dus niet het geval, waarmee het totale belastingvoordeel van de club ten opzichte van de rest van de League 1 uitkomt op 70 miljoen euro.

Dat is „het equivalent van het totale budget van een topclub!”, concludeerde de socialist Régis Juanico, rapporteur in het Franse parlement voor sportfinanciering, onlangs verontwaardigd. Hij wil dat Monaco geld stopt in een fonds voor amateurvoetbal. Maar de Franse eredivisie heeft verder gaande plannen. Die eist dat de club uit het vorstendom uiterlijk aan het eind van het huidige speelseizoen, in juni 2014, zijn hoofdkwartier naar Frans territorium verplaatst.

„Het Franse voetbal heeft altijd van Monaco gehouden, maar het is niet de bedoeling dat ze winnen”, merkte UEFA-voorzitter Michel Platini een paar maanden terug op over de plotselinge ijver om Monaco belasting te laten betalen. Monaco werd in het verleden zeven keer kampioen van Frankrijk en haalde in 2004 nog de finale van de Champions League.

Rybolovlev, volgens Forbes goed voor zo’n 6 miljard euro, heeft sinds hij de club in 2011 overnam, naar schatting 170 miljoen euro geïnvesteerd om de ploeg uit de Ligue 2 te trekken en via de hoogste competitie na dit seizoen terug te brengen naar de Europese top. Anders dan bij PSG zijn de inkomsten uit kaartverkoop en merchandising verwaarloosbaar: het Stade Louis II in Monaco heeft 18.000 stoeltjes en die zijn zelden allemaal bezet.

Toen Rybolovlev met Prins Albert II tot overeenstemming kwam, stonden de oude afspraken over deelname aan de Franse competitie niet ter discussie, zeggen mensen rond de club. De miljardair is naar de rechter gestapt en eist dat de clubzetel in het belastingparadijs blijft. Uitspraak in het conflict wordt begin 2014 verwacht. Zondag staan de ‘twee snelheden’ van de Franse competitie alvast tegenover elkaar: Monaco tegen de in financiële nood verkerende nummer drie, Lille.

    • Peter Vermaas