Column

Renske Meer musical!

Dit weekend was ik in Londen. Een enigszins decadent tripje, aangezien ik slechts één nacht bleef om één ding te doen: de musical The Book of Mormon bezoeken.

Veel mensen kijken bij het woord ‘musical’ alsof je een dood kuikentje voor hun neus houdt – behalve natuurlijk als je daarna ‘Hij gelooft in mij’ zegt, waarna ze opgelucht ademhalen en roepen: „O, ja, wacht, maar dát vind ik ook mooi!” Musicals hebben een slechte naam, een imago van oppervlakkigheid, bordkartonnen karakters en kitscherige, humorloze zang („Zou er nog een plaatsje in die boot zijn?” – Titanic The Musical). Zonde, vind ik – er zijn zo veel geweldige musicals. Jesus Christ Superstar, Hair, The Rocky Horror Picture Show, Urinetown, Avenue Q. Ik ben groot fan van musicals – en dan voornamelijk van de shows die het genre op een briljante manier belachelijk maken en er tegelijkertijd een liefdevolle ode aan brengen. The Book of Mormon, geschreven door de makers van South Park, vol tapdanssessies en grappen over aids, was daarom een groot succes. Toen ik in de zaal zat, wist ik weer: weinig maakt me zo blij als de muzikale parodie.

Dat voelde ik ook toen ik alle clips van Ylvis bekeek, de Noorse broers die onlangs de dancehit ‘What does the fox say’ maakten. Waarom nog naar serieuze liedjes luisteren als een parodie muzikaal net zo goed is en ook nog een grappige tekst heeft? Elk van Ylvis’ liedjes is in een andere stijl – rock, dubstep, Marco Borsato – en gaan over zaken waar doorgaans geen liedjes over gemaakt worden. Jan Egeland bijvoorbeeld, de Noorse ondersecretaris van de VN („buttocks like he was eightteen, he’s a peacekeeping machine”), en de vraag waarom Stonehenge is gebouwd („I think about it when I dream, the biggest henge that I’ve ever seen”). Ook is er het Amerikaanse trio Lonely Island: aanstekelijke liedjes over te vroeg klaarkomen en bij wijze van moederdagcadeau de moeder van je beste vriend versieren. En het Nieuw-Zeelandse duo Flight of the Conchords, met raps van de Rhymenocerous, het liefdesliedje ‘The Most Beautiful Girl (In The Room)’ en de jaren-60- chanson ‘Frou de Fra Fra’.

Nu nog een Nederlandse groep. Een gevoelig nummer over het beurtbalkje, een glamrockminimusical over de wenkbrauwen van Maxime Verhagen of een smartlap over vergeten groenten. Een mooi begin is ‘Philip Freriks ik ben je bitch niet’ van het Monica da Silva Trio. En ook zet ik mijn geld in op de jongens van Herman in een Bakje Geitenkwark, de vier mannen die vocaal talent combineren met humor, taalgevoel en een hoeveelheid enthousiasme alsof ze zichzelf met puppyextract hebben geïnjecteerd. Ze zingen a capella, zowel barbershop als housearrangementen, over smoothies, babyolifantjes in de tuin en een eenzame balzak op de Veluwe. Ook doet een van hen verdomd goed een T-Rex na. Meer van Herman in een Bakje Geitenkwark graag, een cd, een televisieshow, en wie weet, ooit – een musical?