Rabo knakt eigen reputatie

Rabobank ging internationaal meedoen met de grote banken en nam hun mores over.

Daarmee gooide Rabo haar ‘unieke’ identiteit te grabbel.

Wat is er toch met Rabobank gebeurd? Ooit was Rabo een smetteloze, beminnelijke bank. Geliefd omdat ze ‘anders’ was dan andere banken. Eerlijker, fatsoenlijker, degelijker. Vanwege haar unieke coöperatieve karakter. Voor Rabo was er meer tussen hemel en aarde dan alleen geld verdienen.

Van die reputatie is weinig meer over. Rabobank was de afgelopen maanden in de greep van het ene na het andere schandaal. Eerst de dopingaffaire bij de wielerploeg. Vervolgens de onder curatele stelling van filialen waar klantdossiers rammelden. En vorige maand de constatering van de AFM, de toezichthouder op de financiële markten, dat Rabo (en andere banken) honderden ondernemers had bedonderd met rentederivaten .

Gisteren volgde, bij wijze van nekslag, een boete van 774 miljoen euro, opgelegd door internationale toezichthouders wegens het manipuleren van de Libor-rente, een belangrijke rentevoet. Medewerkers van Rabo bleken te hebben gerotzooid met die rente om er zelf beter van te worden. Klanten werden er door gedupeerd. De Libor-rente dient als basis voor de rente op miljarden aan leningen. Als die rente omhoog gemanipuleerd wordt, zijn klanten duurder uit

In feite kwam Rabobank daarmee op gelijke voet te staan met al die andere banken waar zij zich altijd zo van heeft gedistantieerd. Ook bij Rabobank bleken bankiers te werken die voor eigen gewin het intieme contract met de klant dat ‘vertrouwen’ heet, op het spel zetten. En bestond er een cultuur waarin dat gedrag kon gedijen.

Het is niet eens de hoogte van die boete die pijn doet. Dat kan Rabo, met een vermogen van circa 40 miljard, wel lijden. Het is vooral de imagoschade die vernietigend is. Van het zo gekoesterde ‘anders zijn’ is door de praktijken van zo’n dertig medewerkers niets meer over.

Voormalig topman Herman Wijffels zegt in een reactie: „Rabobank was ooit een bank van de mensen in dit land. Maar nu is Rabobank voor hen ook een bank geworden waar het om hebzucht en bonussen draait. Rabobank is op dezelfde stapel beland als die instellingen die er in de aanloop naar de crisis dubieuze praktijken op nahielden. Al vind ik dat onterecht.”

Opvallend genoeg is Wijffels zelf medeverantwoordelijk voor die geknakte reputatie. Hij was tussen 1986 en 1999 baas van de bank. In die jaren, in 1996 om precies te zijn, werd besloten dat ook Rabobank een internationale investment-bank moest oprichten, in navolging van ABN Amro en ING, dat een jaar eerder de Britse zakenbank Barings had overgenomen. Rabobank International werd die nieuwe zakenbank genoemd. Dat besluit legde uiteindelijk de basis voor de Libor-affaire.

Tot 1996 was Rabobank voornamelijk een oerdegelijke instelling die zich toelegde op de kern van het bankieren: spaargeld beheren en kredieten verstrekken. Maar met de zakenbank ging Rabo zich ook toeleggen op de internationale haute finance: het begeleiden van beursgangen, claimemissies. En vooral: de handel op de financiële markten.

Er kwamen heuse dealingrooms. Eén in Utrecht, en één in Londen, het zenuwcentrum van de Europese financiële wereld. Vooral daar gingen Rabo-medewerkers agressief handelen in producten waar ze bij de boerenbank voordien nooit veel mee te maken hadden gehad: vanilla options, swaps, caps, futures, asset-backed securities, zero-coupon bonds.

De ironie wil dat Rabobanks keuze om een zakenbank op te richten en om te proberen met de grote jongens mee te doen een defensief besluit was. In tegenstelling tot bij ABN Amro en ING. De klant eiste volgens Wijffels dat ook Rabo zulke zakenbankactiviteiten ging ontplooien. Grote beleggers en bedrijven wilden dat banken voor hen geld gingen verdienen met hun geld. Ze wilden ook dat banken hun rente- en koersrisico’s overnamen.

Voor Wijffels speelde ook het besef dat de oprichting van een zakenbank misschien de enige manier was om te overleven in de snel veranderende bankenwereld. Een zakenbank kon een bouwsteen zijn in de vorming van een Europese coöperatieve bank. Zo’n bank was het antwoord van Wijffels op de beperkte groeimogelijkheden in Nederland en de oprukkende concurrentie van andere banken. Die deden overname na overname en fuseerden erop los. Rabo kon dat niet, omdat ze als coöperatie geen beursnotering had en moeilijk kapitaal loskreeg.

Maar met die stap gaf Rabo een belangrijk deel van haar identiteit op. De bankiers in Londen waren bankiers op steroïden: de enige manier om ze aan het werk te krijgen was door ze torenhoge gegarandeerde bonussen te beloven. En dat leidde tot een enorme spanningen tussen de meer traditionele bankiers in Nederland en de snelle jongens en meisjes in Londen. Die laatsten zouden meer loyaal zijn aan hun bonus dan aan hun werkgever. Die kloof bestaat trouwens nog steeds.

Hoe het verder moet is anyone’s guess. De zakenbank maakt nog altijd een belangrijk deel uit van Rabo. Wijffels’ opvolger Hans Smits bouwde die verder uit. De ultieme oplossing is wellicht stoppen met activiteiten op de handelsvloer. Maar dat gaat zomaar niet. Een grote, moderne bank als Rabo kan tegenwoordig niet zonder zulke activiteiten. Grote ondernemingen willen hun risico’s kunnen afdekken met derivaten en andere grote financiële instrumenten. Mede om die reden maakt Rabo ook een uitzondering op zijn algehele bonusverbod voor de handelaren in Londen.

Rabobank probeert, gedwongen door toezichthouders, de gaten te dichten met strengere regels. Maar valt daarmee wangedrag uit te bannen? De echte verandering moet waarschijnlijk in de hoofden en harten van de bankiers plaatsvinden.

Op dat vlak heeft Rabo ook maatregelen aangekondigd. Er komt een ‘cultuurprogramma’ en medewerkers krijgen gedragstraining. De toekomst moet uitwijzen of dat werkt. Tot die tijd blijft Rabobank waarschijnlijk worstelen met haar zakenbank. De bank die Rabo ooit oprichtte om mee te gaan met de rest, maar waardoor zij uiteindelijk net zo werd als de rest.

    • Chris Hensen