Naar de film a/b van Zr. Ms. Johan de Witt

Op een Nederlandse marineschip in Oman kijkt de bemanning naar iets dat lijkt op hun eigen verhaal. Zo ging nog nooit een film in première.

Tom Hanks is als ‘Captain Phillips’ nog maar nauwelijks bevrijd uit de gijzeling door Somalische piraten, of de vierhonderd Nederlandse militairen hebben de stoelen van het helikopterdek van de Zr. Ms. Johan de Witt al ordelijk opgestapeld en het dek verlaten, op weg naar de nachtrust. Morgenvroeg vaart dit amfibische transportschip van de Koninklijke Marine immers weer het operatiegebied in.

Het is deze woensdagavond een opmerkelijke Nederlandse bioscooppremière voor Captain Phillips, de speelfilm over een waargebeurd geval van kaping van een Amerikaans koopvaardijschip door Somalische piraten, in 2009. De eerste Nederlandse vertoning geschiedt tegelijkertijd in het Amsterdamse Tuschinski, een bioscooptheater in Ede, én aan boord van het Nederlandse marineschip dat daadwerkelijk in de wateren voor Somalië kapingen probeert te verhinderen op de voornaamste vaarroute tussen Europa, het Midden-Oosten en Azië.

Het reusachtige vaartuig is speciaal voor de première aangemeerd in de Omaanse havenstad Muscat, waar theaterstoelen en projectieapparatuur aan boord zijn gebracht. De projectie begint om middernacht onder de sterrenhemel, na een optreden van de scheepseigen gitaarband ‘Niro’. De militairen bekijken de vaak bedrukkende film in grote stilte. Na afloop is een enkeling tot commentaar te verleiden, maar dan vaak wel zonder naam in de krant.

Vooral de schildering van de soms meedogenloze, door economische misère en intimidatie gedreven, kapers komt deze toeschouwers geloofwaardig voor. „Je realiseert je dat de kapers er toch heel anders in staan dan wij”, reageert kolonel-arts Tanja Lieftink. Technisch specialist Georges vindt de film „indrukwekkend”. „Het menselijk drama dat elke kaping is, komt heel goed naar voren”, meent een derde militair.

Minder waardering is er voor de manier waarop de Amerikaanse militairen in de film worden neergezet. „Op die commandopost roept iedereen wild door elkaar heen en loopt rond”, constateert een marineofficier. „Bij ons zit iedereen op zijn post voor een scherm zijn werk te doen en hoor je nauwelijks iets”, zegt een officier.

Commandeur Peter Lenselink, op dit moment commandant van de Europese anti-kapingsoperatie Atalanta, vindt Captain Phillips „aangrijpend en realistisch”, omdat de film zich concentreert op wat het allerbelangrijkste is bij elke kaping: de onderhandelingen met de kapers, meestal gevoerd met behulp van tolken.

Kolonel-arts Lieftink heeft zich verwonderd over de vastberaden doch koele wijze waarop de Amerikaanse arts de psychisch zwaar aangeslagen kapitein Phillips bejegent, wanneer deze eenmaal is bevrijd. „Ik dacht steeds maar: mens, sla toch een arm om hem heen! Misschien gaan wij wel met meer empathie te werk.”

Wat spanning en sensatie in de werkelijkheid betreft, lijden de Nederlandse militairen voor de kust van Somalië onder het succes van hun eigen piratenbestrijding. Twee weken geleden is de Johan de Witt, die met 429 man aan boord rondvaart als drijvend hoofdkwartier van Atalanta, voor het laatst getuige geweest van een incident: vanuit twee kleine ‘skiffs’ poogden piraten zich van een olietanker meester te maken. Ze werden verjaagd door vuur vanaf de tanker.

De Somalische piraten zijn actief in een zeegebied ongeveer zo groot als West-Europa: van de Golf van Oman en de Golf van Aden tot aan de Seychellen en halverwege de Indische Oceaan. De teller voor 2013 staat op vier verijdelde kaappogingen.

Sinds 2008 zijn door Somalische piraten 137 schepen gekaapt. De bemanningen kwamen vrij na gemiddeld vijf maanden gevangenschap op zee en tegen betaling van soms miljoenen dollars losgeld. Dit jaar is het opmerkelijk rustig geweest. Dat was op het hoogtepunt van de Somalische piraterij anders: in 2010 waren er 174 aanvallen op schepen. 47 werden er daadwerkelijk gekaapt. De laatste geslaagde kaping dateert van 10 mei vorig jaar.

Operatie Atalanta van de Europese Unie, waarvoor de Johan de Witt van augustus tot december onderweg is, is niet de enige internationale missie in het gebied. Er is ook de Navo-operatie Ocean Shield en er is een door de Amerikanen geleide internationale operatie. China, India, Japan en Zuid-Korea zetten op nationale basis oorlogsschepen in. Nederland is op dit moment leading nation in Operatie Atalanta. Het voert het bevel over schepen, vliegtuigen en detachementen uit Spanje, Italië, Duitsland, Servië en Litouwen. Aan boord van het Nederlandse schip is een bonte mengeling van marinepersoneel, mariniers, luchtmacht (met twee helikopters) en landmacht (met een verkenningsvliegtuigje).

De piraterij kon tot 2011 zo snel toenemen, omdat een relatief klein aantal criminele ondernemers uit het losgeld steeds meer volgende kapingen kon organiseren. „Ik denk dat we dat businessmodel van de piraten hebben ondergraven”, zegt commandeur Lenselink. „Maar”, vreest hij, „het kan zo weer beginnen.”