‘Je mag onze muziek niet horen’

Muziek is vaak de sluitpost op de begroting van veel Nederlandse films. Terwijl die muziek voor de filmervaring juist doorslaggevend kan zijn. Twee componisten over hun mooie, moeilijke vak.

Filmcomponisten Fons Merkies (links) en Dennis Braunsdorf in een geluidsstudio in Bussum. Foto Andreas Terlaak

Een film zonder muziek is vrijwel ondenkbaar, toch is het vaak een sluitpost op de begroting. Muziek is niettemin een belangrijk onderdeel van de totale filmervaring, het voert de kijker heel direct naar emoties. Via onheilspellende klankkleuren of romantische strijkers wordt het gemoed van de toeschouwer bespeeld. Filmcomponist Fons Merkies (1966) haalt onderzoek van collega-componist Vincent van Warmerdam aan die een paar jaar geleden uitzocht hoeveel Nederlandse producenten gemiddeld aan filmmuziek besteden: „Internationaal is er een soort vuistregel dat minimaal 2 procent van het budget naar filmmuziek gaat, maar in Nederland halen we dat nooit. Als het 1 procent is, mogen we al blij zijn.”

Merkies begon tijdens zijn opleiding aan de Kleinkunstacademie met het schrijven van muziek bij enkele afstudeerfilms. Zijn eerste echte speelfilmscore componeerde hij twintig jaar geleden, sindsdien is hij drukbezet: „Ik kan er inmiddels een goede boterham mee verdienen.” Merkies schrijft niet alleen voor film maar ook voor televisie (onder meer Overspel) en het theater – hij schreef de muziek voor meerdere musicals, waaronder bewerkingen van Turks Fruit en Brandende Liefde. Merkies: „Juist die afwisseling is het leukst. Ik switch tussen commerciële producties als Alles is Familie, arthousefilms als A Long Story en televisie. Het ene moment werk je met een groot orkest, dan weer schrijf je voor een sologitaar.”

Dennis Braunsdorf (1988) staat nog aan het begin van zijn carrière. Hij studeerde Composition for the Media aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en doet er nu een masteropleiding. Zijn muziek voor de HKU-afstudeerfilm Rood is genomineerd voor de Peer Raben Music Award, een Europese prijs die op 23 november in Keulen wordt uitgereikt aan een jonge, veelbelovende componist. Hij werkt sinds kort als filmcomponist bij een bedrijf in Hilversum. Braunsdorf: „Ik ben nog bezig met het opbouwen van mijn naam en een netwerk, dus kan ik nog niet rondkomen van alleen filmmuziek. Ik doe er commercials naast om rond te komen.” Braunsdorf en Merkies ontmoeten elkaar voor het eerst, voor dit gesprek over filmmuziek in Nederland, in de keuken van een kleine studio in Bussum waar Merkies de muziek opneemt voor de nieuwe Loenatik-film.

Fons Merkies: „Goede filmmuziek merk je niet op. Het is te vergelijken met het zien van een bekend acteur. Als je vergeet dat het die acteur is dan doet hij zijn werk goed. Op het moment dat je steeds maar blijft kijken naar Brad Pitt of Pierre Bokma is het niet zo’n goede film.

„Je maakt via muziek de dramaturgie van de film duidelijker: wat moet de muziek in een bepaalde scène vertellen? Je speelt met verwachtingen van de kijker en het al dan niet inlossen van die verwachtingen. Goede filmmuziek versterkt het verhaal en kan bij de toeschouwer een zaadje planten: ze zijn nu wel heel romantisch aan het kussen maar we horen aan de muziek dat het misschien nog wel eens mis kan gaan. Dat merkt de toeschouwer onbewust: hier is iets niet goed. Soms zijn de acteurs niet zo goed en dan kun je dat met muziek opvangen. Dat is wat ik het oneigenlijke gebruik van filmmuziek noem. Dan los je problemen op.”

Dennis Braunsdorf: „Als mensen bij een première zeggen dat ze de film mooi vonden maar niets meer weten over de muziek ben ik heel blij, want dan heeft het gewerkt. Muziek moet het verhaal ondersteunen. Goede muziek gaat altijd een combinatie aan met het beeld, staat nooit op zichzelf. Klankkleur is daarbij heel belangrijk. Het maakt enorm uit of je iets laat spelen door de houtblazers of door de koperblazers. Dan klinkt een compositie totaal anders.”

Merkies: „Bij filmmuziek is het allerbelangrijkst waar je erin en eruit gaat, daar komt het op aan. Het kiezen van de juiste momenten – vaak in samenwerking met de regisseur – is meer dan de helft van het werk, die andere helft is de goede noten schrijven. De timing luistert heel nauw, als je dat verkeerd doet kan het dodelijk zijn voor de film. Als de muziek te vroeg inzet, voelt de toeschouwer zich gemanipuleerd. Maar als de muziek precies op het goede moment inzet, komt het als heel natuurlijk over.”

Braunsdorf: „Wij staan als componisten vaak aan het eind van het hele maakproces, met meestal heel weinig tijd om muziek te schrijven. Het is het mooist om helemaal vanaf het begin bij een project betrokken te zijn. Dan lees je het scenario, ben je op de set, spreek je met acteurs. Op die manier krijg je al snel ideeën over de muziek.

„Bij Rood had ik een deel van de muziek al gecomponeerd voordat de opnames begonnen. Dan ontstaat er een wisselwerking: de editor monteert op mijn muziek, soms pas ik op basis van de beelden die ik heb gezien de muziek weer iets aan. Dat is een vrijere manier van filmmuziek maken dan wanneer een regisseur tegen je zegt wat voor muzikaal kleurenpalet hij wil. Ik wil mijn eigen gevoel bij het zien van de beelden in muziek omzetten.”