Graag wat meer harde gegevens, Rekenkamer

tSpelfouten in koppen zijn de nachtmerrie van journalisten en wekken de woede van lezers. Geen goed begin dus dat de Algemene Rekenkamer maandag boven zijn persbericht over een onderzoek naar ziekenhuisfinanciering (20 miljard euro) de kop zette: Tranparantie Ziekenhuisuitgaven.

In het rapport staat, welbeschouwd, niks nieuws, maar de uitkomsten stemmen somber. „Er is niet één bestuurder van een ziekenhuis in Nederland die zijn winst- en verliesrekening begrijpt”, zei ziekenhuisdirecteur Hugo Keuzenkamp vorig jaar in onze krant. Hij leidt het Westfriesgasthuis: 169 miljoen euro omzet, bijna 2.000 personeelsleden, drie locaties (Hoorn, Heerhugowaard en Enkhuizen).

Als een directeur van een reguliere (beursgenoteerde) onderneming van die omvang zoiets zou zeggen, zou het huis te klein zijn. De Vereniging Effectenbezitters (VEB) zou met juridische stappen dreigen, de commissarissen zouden meteen een financiële waakhond aanstellen, de bank zou de kredieten bevriezen, de accountant zou ongerust reageren.

Maar dit is de gezondheidszorg. Dit is een ‘reservaat’ waar entreegeld aan de ingang wordt geheven, maar de uitgaven een open-einde-regeling hebben. Hier vechten zorgverleners, artsen, specialisten, apothekers, bestuurders, vakbonden, verzekeraars, bankiers, adviseurs, lobbyisten, politici én de minister van Volksgezondheid een permanente oorlog uit over vragen als de handhaving van medische autoriteit en de beslotenheid van de spreekkamer, over kosten meer of minder laten stijgen en over het veiligstellen van banen en eigen continuïteit. Ja, natuurlijk, allemaal ten dienste van de gezondheid van de (potentiële) patiënt.

De Rekenkamer noemt de financiering van de ziekenhuiszorg niet complex, nee, maar „bijzonder complex”. Om het nog ingewikkelder te maken veranderen politici regelmatig het financieringssysteem. De controle op de uitgaven van ziekenhuizen, op die 20.000.000.000 euro dus, wordt zo verder „bemoeilijkt”. Over de ontwikkeling van de zorguitgaven heerst „onzekerheid”. Overschrijdingen van budgetten waren aan de orde van de dag. „Zowel ziekenhuizen, zorgverzekeraars, accountants als toezichthouders hebben hierop geen goed zicht”, concludeert de Rekenkamer.

In dat rijtje ontbreekt zorgminister Edith Schippers (VVD), die afhankelijk is van de bovenstaande vier informanten en controleurs. Zij werkt hard aan verbetering van de tijdigheid én de kwaliteit van de (financiële) informatie, maar de effectiviteit schiet nog tekort.

Misschien is de Rekenkamer zelf ook wel in een mistbank gestrand. Na het persbericht van een half A4’tje bevat het 32 pagina’s tellende onderzoeksverslag weinig extra harde, cijfermatige informatie. De Rekenkamer heeft iedereen gesproken die ertoe doet in de zorg, blijkt uit een opsomming in de inleiding van het rapport. Namen noemen? Ho maar. Dat maakte een onderzoek naar transparantie niet transparanter. Voorbeelden geven van organisaties die koplopers zijn waar de sector iets van kan leren? Nee, dat valt kennelijk buiten de missie van de Rekenkamer.

De aanbevelingen van de Rekenkamer zijn me wat gemakkelijk: meer controle, meer toezicht, voldoende geld voor zorgcontroleur NZa. Het is te veel de politieke reflex: nieuwe misstand, nieuwe opzichter. En later klagen over bureaucratie en complexiteit. Meer controle en meer toezicht betekenen meer financiële administratie, meer systemen, meer mensen, meer algemene kosten (overhead). Elk jaar weer. Geld dat niet ten goede komt aan de gezondheidszorg. Kosten die menig Kamerlid juist wil verlágen. „Zorggeld moet zoveel mogelijk naar zorg”, zei PvdA-Kamerlid Otwin van Dijk deze week in dagblad Trouw. Dit Rekenkamer-rapport zal zijn mening niet wezenlijk veranderen.

Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga