‘Gele kaart’ van EU-lidstaten tegen Brussels justitieplan

Eerste en Tweede Kamer maken samen met andere parlementen in Europa bezwaar tegen een Europees Openbaar Ministerie.

Voor de tweede keer in de geschiedenis van de Europese Unie maken parlementen uit de lidstaten gezamenlijk bezwaar tegen een voorstel van de Europese Commissie: ze trekken een zogeheten ‘gele kaart’.

Elf nationale parlementen wijzen een Brussels voorstel voor de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie af. Dit melden de parlementen via hun gezamenlijke informatiesysteem Ipex.

1 Waarom is deze actie van nationale parlementen opmerkelijk?

Tot nu toe hebben nationale parlementen elkaar nog niet vaak gevonden bij het verzet tegen een plan van de Europese Commissie. Het is slechts één keer eerder gebeurd: vorig jaar. Toen ging het over regels over stakingsrecht in de Europese interne markt. Het lijkt erop dat de volksvertegenwoordigers uit de lidstaten elkaar vaker beginnen op te zoeken.

Ook opvallend is dat juist de Nederlandse Eerste en Tweede Kamer een drijvende kracht vormden achter de gele kaart tegen een Europees OM. Tijdens een bijeenkomst van volksvertegenwoordigers uit de 28 EU-landen in de Litouwse hoofdstad Vilnius „lobbyde” de Nederlandse delegatie om andere parlementen mee te krijgen, zegt VVD-Tweede Kamerlid René Leegte aan de telefoon. Onder meer de Franse senaat en het Britse Lager-en Hogerhuis doen mee aan het initiatief.

2 Wat behelst het voorstel voor een Europees OM?

In juli dit jaar presenteerde de Commissie haar plan tot „instelling van het Europees Openbaar Ministerie”. Het EU-OM zou een beperkte taak krijgen: het zou alleen fraude met EU-geld mogen opsporen en vervolgen. Europa heeft nu wel een fraudeonderzoeksbureau (OLAF geheten) maar geen eigen opsporings-en vervolgingsinstantie. Europol mag geen strafrechtelijk onderzoek doen. Volgens Brussel kan fraude met EU-middelen zo niet goed aangepakt worden. Het werk van de openbare aanklagers in de lidstaten „stopt bij de nationale grenzen”.

3Wat is het bezwaar van de parlementen tegen dit voorstel?

Sinds het in werking treden van het Verdrag van Lissabon in 2009 hebben nationale parlementen meer mogelijkheden om EU-plannen te toetsen aan de ‘subsidiariteit’ – het idee dat problemen op het laagst mogelijke politieke niveau, en pas in laatste instantie in Europa, moeten worden opgelost. Het plan voor een Europees OM doorstaat deze toets niet, vinden de parlementen. Het rekt de bevoegdheden van de EU onnodig op, schreef de Tweede Kamer deze maand aan de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso. Het strafrecht is volgens de Kamer „primair een nationale bevoegdheid”.

4 Wat gebeurt er nu met het voorstel?

Als een derde van alle parlementaire kamers in de EU-lidstaten een Commissievoorstel afwijst – de ‘gele kaart’– moet de Commissie opnieuw naar het voorstel kijken. Deze drempel is nu gehaald. De Commissie heeft de keus het plan geheel in te trekken, te wijzigen of ongewijzigd opnieuw in te dienen. Maar de laatste optie ligt lastig. Parlementen kunnen het plan alsnog blokkeren door hun ministers op te dragen ‘nee’ te stemmen in Brussel. Samen vormen ze een machtsblok. Na de eerste ‘gele kaart’, vorig jaar, trok de Commissie haar voorstel over stakingsrecht volledig in.

5Worden de nationale parlementen in de EU machtiger?

Dat moet nog blijken,bijvoorbeeld uit de reactie van de Commissie op de laatste gele kaart. De volksvertegenwoordigingen van de lidstaten werken wel steeds beter samen. Vrijwel alle parlementen hebben een ambtenaar in Brussel. Sommige Europarlementariërs moeten niets hebben van de ambities van de nationale parlementen: ze zouden de positie van het Europees Parlement als hét democratische orgaan van de EU ondergraven.