Bijna net zo aanstootgevend als blackface?

Een acteur die een geestelijk of lichamelijk gehandicapte speelt, wint vaak prijzen. Maar kunnen gehandicapten het niet zelf?

Gabrielle Marion-Rivard (links) en Mélissa Désormeaux-Poulin in Gabrielle

Tom Cruise, Daniel Day-Lewis, Jude Law, welke Hollywoodacteur heeft er eigenlijk niet in een rolstoel gezeten en daar op z’n minst een paar prijzen voor geoogst? Ook in Europese films weten acteurs hoe het werkt. Denk maar aan de enorme successen van een film als Mar adentro, waarin Javier Bardem een tot aan zijn nek verlamde man speelde. Of The Diving Bell and the Butterfly over een journalist die na een beroerte aan het locked-in-syndroom leidt waardoor hoofdrolspeler Mathieu Amalric alleen nog maar zijn linkeroog had om mee te acteren. En niet te vergeten het succes van Intouchables waarin acteur François Cluzet als verlamde kunsthandelaar door zijn verzorger in een rolstoel door Parijs wordt rondgereden.

Maar toen afgelopen voorjaar bekend werd dat Blair Underwood, een acteur die beide benen kan gebruiken, was gecast voor de remake van de jarenzestigserie Ironside, over een detective in een rolstoel, was de beer los. Gehandicapte acteurs protesteerden tegen een verschijnsel dat zij „even beledigend als blackface” noemden, het historische fenomeen waarbij witte acteurs zich schminkten om zwarte personages te kunnen spelen. De tijd dat een acteur in Hollywood zonder enige discussie in de huid van een ander kon kruipen is voorbij.

De Canadese regisseur Louise Archambault komt deze situatie plus dilemma’s bekend voor, vertelt ze. Haar film Gabrielle won afgelopen zomer in Locarno de publieksprijs. De film gaat over een jonge vrouw met het syndroom van Williams (een aangeboren ontwikkelingsstoornis met een verstandelijke beperking tot gevolg). Aanvankelijk wilde Archambault louter een film maken over een buitenbeentje. Pas toen ze hoofdrolspeelster Gabrielle Marion-Rivard had zien zingen in een opvangcentrum, ontstond het idee van een verstandelijk gehandicapte hoofdpersoon. Marion-Rivard heeft zelf williamssyndroom. Omdat Archambault wilde dat zij de hoofdrol zou spelen, werd het er meteen eentje met williams. „Ze is fotogeniek, grappig en een geweldige zangeres, en bovendien snapte ze wat ik van haar vroeg. Dat zijn precies dezelfde eisen die ik aan iedere willekeurige acteur zou stellen.” Voor de rol van Gabrielles gehandicapte vriendje Martin was het niet zo eenvoudig iemand te vinden. Uiteindelijk koos de regisseur voor de niet-gehandicapte, jonge Canadese acteur Alexandre Landry.

Toen regisseur William Wyler in het drama The Best Years of Our Lives (1946) een daadwerkelijke veteraan van WO II een rol gaf die door een explosie beide handen was kwijtgeraakt, was dat nog een unicum. Harold Russell kreeg er ook meteen een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol voor. En hij is de enige acteur die ooit twee Oscars voor dezelfde rol heeft gekregen, want hij ontving ook een ere-Oscar voor de „hoop en moed die hij zijn medeveteranen heeft gegeven”.

Toch zou het nog duren tot de jaren 80 en Children of a Lesser God, waarin de dove Marlee Matlin een doof personage speelde, voordat acteurs met een handicap niet langer als een curiosum werden beschouwd. Wie vandaag de dag de televisie aanzet en de spastische acteur RJ Mitte in Breaking Bad ziet of binnenkort The Michael J. Fox Show die helemaal rond de parkinson van Michael J. Fox draait, zou kunnen denken dat de emancipatie voltooid is. Ook de Europese film kent voorbeelden. Acteurs met down traden recentelijk op in het Spaanse Yo, también en het Vlaamse En waar de sterre stille bleef staan.

Toch zijn er nog genoeg gevoelige thema’s. „Een belangrijk deel van de plot draait om het feit dat Gabrielle verliefd wordt”, vertelt Louise Archambault. „Seksualiteit is en blijft nog steeds een van de grootste taboes als het om de plek van anders-validen en mentaal beperkte mensen in onze maatschappij gaat.”