Aan de bel trekken is een soort sprong in het diepe

Ondanks tal van regelingen lopen klokkenluiders nog altijd gevaar. Morgen komt een extra initiatief in de Kamer.

Moskee-internaat. Foto Robin Utrecht

Hij is niet voor niets met een initiatiefwetsvoorstel gekomen om klokkenluiders te beschermen. Dat is de reactie van SP-Kamerlid Ronald van Raak op het ontslag van de Rotterdamse ambtenaar die het bestaan van illegale moskee-internaten bekendmaakte. Niet omdat er nog niets is: er zijn talloze regelingen om werknemers te beschermen die misstanden binnen hun organisatie aankaarten, zowel voor de overheid als in het bedrijfsleven. Maar deze regelingen voldoen niet op twee punten, zegt Van Raak: ze zijn niet effectief in de bescherming van de werknemer, en ze leiden er vaak niet toe dat de aangekaarte misstand wordt onderzocht.

Er voltrekt zich een cultuuromslag op het gebied van klokkenluiders, zegt Van Raak. Het dringt langzaam door dat het in het algemeen belang is om bescherming te bieden aan mensen die ernstige problemen aan het licht brengen. Nu komen ze vaak zelf in de problemen, zoals Fred Spijkers, die onthulde dat soldaten omkwamen omdat Defensie slechte landmijnen gebruikte, en Ad Bos die de bouwfraude aan het licht bracht. En dus de Rotterdamse ambtenaar.

Klokkenluiders zijn kwetsbaar. Vaak zijn ambtenaren en werknemers gehouden aan geheimhouding. Die botst met hun vrijheid van meningsuiting, beschermd door het Europees verdrag inzake de rechten van de mens, zegt Matthijs Kaaks van Boekx advocaten. „Vaak zal die vrijheid van meningsuiting zwaarder moeten wegen, en kan de werknemer niet verweten worden dat hij zijn geheimhoudingsplicht schond en publiekelijk aan de bel trok. Dat bepaalt uiteindelijk de rechter. Maar omdat een werknemer niet van tevoren weet hoe die belangenafweging zal uitvallen, is de positie van de klokkenluider zwak”, zegt hij.

Er zijn wel wat aanwijzingen. Het moet gaan om een echte publieke misstand, niet om een probleem dat alleen het bedrijf zelf aangaat. Dan moet een werknemer eerst de interne procedures van het bedrijf doorlopen voordat hij naar buiten treedt. „Als een zaak een duidelijke misstand betreft, zoals gevaarlijke arbeidsomstandigheden of illegale activiteiten, zal de vrijheid van meningsuiting steeds moeten prevaleren boven geheimhoudingsbedingen van arbeidsovereenkomsten”, zegt Kaaks. „Bijvoorbeeld als werknemers asbest moeten verwijderen zonder bescherming.”

In 2008 bleek uit een evaluatie van klokkenluidersregelingen bij de overheid door de Universiteit Utrecht dat het slecht gesteld was met de bescherming van kritische ambtenaren. Er zijn toen veel overheidsregelingen aangepast. Ook is het Adviespunt Klokkenluiders ingesteld. Dat doet goed werk, zegt SP’er Van Raak, maar uiteindelijk zijn de gezamenlijke regelingen niet effectiever geworden in de bescherming van werknemers.

Ook het Adviespunt zelf is kritisch. „Het feit dat een organisatie een regeling heeft, is niet genoeg. Het beleid moet ook worden uitdragen”, laat voorzitter Martin van Pernis weten. „Wij constateren in onze zaken helaas dat melders van vermoedens van misstanden vaak nadeel ondervinden van een melding. Een organisatie zou een klokkenluider als kans moeten zien en niet als bedreiging.”

Zijn wetsvoorstel, Huis voor klokkenluiders, moet twee dingen doen, zegt Van Raak: zorgen dat mensen die misstanden aankaarten worden beschermd, én zorgen dat er onderzoek wordt gedaan naar de kwestie die de klokkenluider aankaart. Als de wet, die morgen in de Tweede Kamer wordt behandeld, van kracht is kunnen werknemers die een ernstige misstand aankaarten, niet ontslagen worden gedurende het onderzoek naar de misstand en één jaar na afronding ervan. Minstens zo belangrijk is dat het Huis ook onafhankelijk onderzoek doet naar de aantijgingen, en daarna aanbevelingen doet aan de betrokken overheidsdienst of onderneming. Het instituut wordt waarschijnlijk ondergebracht bij de Nationale Ombudsman.

    • Elsje Jorritsma