Verloren in de storm

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Vol ongeloof lees ik dat een vrouw is omgekomen op ‘mijn’ Herengracht door een omvallende boom, niet ver van ons oude huis. Nederland wordt door een storm geteisterd precies één jaar nadat de orkaan Sandy hier in Princeton heeft huisgehouden. Ik was toen nog maar drie maanden hier en nog volop aan het wennen. Ik had mijn familie en vrienden achtergelaten, mijn buurt, mijn land en, het moeilijkst van al, mijn moeder die alleen was overgebleven toen mijn vader kort voor mijn vertrek zomaar opeens overleed. Zonder dat ik hem gedag had kunnen zeggen.

Sandy opende haar aanval met zware regenval en gierende windvlagen.

„Maak je geen zorgen”, zeiden de buren die hier hun hele leven hadden gewoond. „Het is nooit zo erg als ze voorspellen.”

Maar de eerste tv-beelden toonden dat het juist erger was dan voorspeld. Sandy beukte als een bezetene tegen de oostkust aan. Mensen, auto’s, huizen – alles werd weggeblazen en meegesleurd. Volle maan en hoog water bleken net als tijdens de Zeeuwse Watersnoodramp een desastreuze combinatie.

Onverbiddelijk kwam ze op ons af. De eerste doden vielen. Vluchten kon niet meer. Het geluid van krakende bomen bezorgde me kippenvel. Toen de stroom uitviel, konden we niets anders doen dan in het aardedonker afwachten.

„Ik ben bang, mama”, zei mijn dochter, ze kroop dichter tegen me aan. Ik was ook bang. Ik voelde me kwetsbaar in mijn houten huis. Dergelijk rauw natuurgeweld had een stadsmens als ik nooit eerder meegemaakt.

De volgende ochtend, toen de regen was gestopt en de wind was gaan liggen, liepen we naar buiten. De iep lag er stil bij. Het kraken dat ons de avond tevoren de stuipen op het lijf had gejaagd, was zijn doodsstrijd geweest. Zijn afgebroken wortels staken hulpeloos de lucht in. Goddank was hij van ons huis af gevallen. We hadden geluk gehad. Stilletjes stonden we erbij te kijken. Na een poosje knielde mijn dochter neer en legde haar hand op de wond. Tranen liepen over haar gezicht.

Omdat de stroom een week uitbleef, drong de impact van Sandy maar langzaam tot ons door. Als een furie was ze door het land geraasd en had alles kapotgemaakt waar ze haar handen op kon leggen.

The New York Times drukte een paar dagen later de namen af van alle doden onder de kop ‘Verloren in de storm’, aangevuld met foto’s en een kort relaas. Eén verhaal bleef me het hele jaar bij. Twee vriendjes van dezelfde leeftijd als mijn kinderen werden gedood toen een boom op hun huis viel, precies op de plek waar ze aan het spelen waren.

Buiten in de tuin rakel ik wat bladeren op met mijn blote handen en ruik de zoetzure geur van de herfst. Ik ben op zoek naar de stomp. Omdat we erover bleven struikelen, hebben we geprobeerd hem zo goed en zo kwaad als mogelijk weg te halen.

Dan vind ik hem. De oude wond is bedekt met zachtgroen mos dat glinstert in het ochtendlicht. Ik kniel ernaast en voel eenzelfde ontzag en respect als bij een graf. Een eekhoorn een eindje verderop probeert een kastanje in zijn bek te proppen. Wanneer hij me ziet, draait hij zich om. Terwijl hij wegrent is het net of hij naar me zwaait met zijn staart, doorzichtig als paardenbloempluis.