Tour van het noodlot

Vorige week werd de route van de Tour de France 2014 gepresenteerd. Veel nieuws was er niet, het meeste was naar eigentijds model eerder naar de buitenwereld gelekt. Van Chris Froome hadden we al vernomen dat hij niet ingenomen is met de etappe naar Arenberg, waarin bijna twintig kilometer Noord-Franse kasseien zijn opgenomen.

Het raggen over de stenen, waarbij behalve elk inwendig orgaan ook de immateriële ziel alle kanten op wordt gesmeten, vindt de jongste Tourwinnaar niet het meest problematische. Hij is ervan overtuigd dat hij op de stenen niet onderdoet voor de andere vlieggewichten die hem zijn titel willen ontnemen. Nee, de grote dreiging zit hem in valpartijen, mechanische pech op het verkeerde moment; desastreus tijdsverlies. „We leven niet meer in het tijdperk van Eugène Christophe”, stelde Froome.

Chris Froome kent zijn klassieken. In de wrede Tour van 1919, de eerste na de Eerste Wereldoorlog, moest de zwaar besnorde Christophe in de voorlaatste etappe te voet verder naar de fietsenfabriek in Valenciennes, nadat zijn voorvork was gebroken. Dat hij hiermee maar zeventig minuten verspeelde, mag nog een wonder heten, maar door dit akkefietje verloor hij wel de Ronde van Frankrijk. Kort voor de oorlog, in 1913, had hij ook al een vork gebroken, in de Pyreneeën. Na een voettocht van vijftien kilometer laste hij, zoals het reglement het in die dagen voorschreef, de fragmenten in een dorpssmidse zonder hulp van een vakman aan elkaar.

Froome: „Ik houd niet van het onberekenbare.”

Ik snap Froome. Klassementsrijders in de Tour hebben zonder kasseien al genoeg te stellen met het onberekenbare. Ik heb de stenenritten vroeger meegemaakt, en dat was geen lolletje. Op 9 juli 2014 zal ik mijn natte neus tegen het televisiescherm drukken: hoe gaan de lui in het zadel de jigsaw puzzle van het noodlot leggen? Ik hoop op regen. Het onberekenbare moet als een door God bereide mayonaise uit de hemel kletteren. Zo blijft de wielersport levend.

De Tour van 2014 heeft een thema meegekregen. Het is een eeuw geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak en dat wordt groots herdacht. Beter gezegd, de ontelbare doden uit die aanslepende, giftige oorlog worden herdacht. In 1919 gebeurde dat overigens ook al eens, met een allang vergeten wielerkoers genaamd de Omloop van de Slagvelden.

In een recent verschenen boek met de gelijknamige titel doet de Vlaamse historicus Becuwe – geen wielerliefhebber – verslag van zijn onderzoek naar de barre wedstrijd van twee weken over kapot gereden wegen door kapot geschoten dorpen en steden, met start en finish in Straatsburg. Op de vraag waarom de Omloop van de Slagvelden maar één keer plaatsvond, geeft Becuwe als meest waarschijnlijke antwoord: omdat gevreesd werd dat niemand de finish zou halen.

Dat noem ik een eerbetoon aan WO I.

Peter Winnen is oud-wielerprof en schrijver

    • Peter Winnen