139 werken van dubieuze herkomst in Nederlandse musea, blijkt uit onderzoek

Door onze cultuurredactie

Kinderen aan het strand van Isaac Israëls (1864-1934) staat vanaf vandaag op de website musealeverwervingen.nl als een van de 139 kunstwerken uit een Nederlands museum met een dubieuze herkomst. Ze zijn onder dwang verkocht of geroofd in de jaren dat de nationaal-socialisten in Duitsland aan de macht waren. De vandaag gepubliceerde lijst vormt de uitkomst van een vier jaar durend onderzoek dat de musea zelf hebben verricht met hulp van de commissie ‘Museale verwervingen vanaf 1933’.

Het werk van Israëls werd in 1946 naar het politiebureau in Amsterdam gebracht. Het zou zijn gevonden in een huis in Velp, waar een Nederlandse SD-man had gewoond. Tevergeefs is vervolgens gezocht naar de rechtmatige eigenaar, waarna het schilderij in 1948 aan het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem is geschonken. In 2006 werd een soortgelijk exemplaar (Israëls schilderde de kinderen van de strandgaande elite vaker op ezeltjes) voor 420.000 euro bij Christie’s geveild.

Nog kostbaarder zijn twee zout- en pepervaten uit de zeventiende eeuw van Johannes Lutma, uit het Amsterdam Museum en het Rijksmuseum. Verder staan op de lijst een doek van Hendrik Breitner uit het Kröller-Müller, een portret van Anna Blaue door Cornelis van der Voor (1622) van het Amsterdam Museum, een Kandinsky uit 1910 en een Lissitzky uit 1919, beide in het Van Abbemuseum, een Matisse uit 1921 uit het Stedelijk en een Madonna met kind uit circa 1500 en een kruisafname (circa 1475) van Hans Memling in Boijmans van Beuningen.