Op bezoek bij Atatürk – in Griekenland

Een taxi met drie vrouwen met hoofddoek en een man stopt op de hoek van de straat bij het Turkse consulaat in Thessaloniki. Vanuit de auto nemen ze kort foto’s en rijden door. Op de kiekjes kan weinig meer staan dan hoge muren, beveiligingscamera’s en een stukje van het reclamebord op straat waarmee een Griekse caféhouder met Turks eten Turkse klanten probeert te trekken.

Dat dit toch een kiekje waard is voor iedere Turk, komt doordat het consulaat in de achtertuin ligt van het geboortehuis van Mustafa Kemal Atatürk, de grondlegger van de seculiere Turkse staat en een zoon van Thessaloniki. Hij is in deze havenstad geboren, in 1880 of 1881. Thessaloniki, tegenwoordig de tweede stad van Griekenland, was eind negentiende eeuw een prominent centrum in het Ottomaanse rijk. Vorig jaar nog werd honderd jaar vereniging met Griekenland gevierd. Het huis ligt in een oplopende straat, aan de rand van een buurt met overhangende houten balkons en oude huizen. Hier weinig van de eentonige appartementencomplexen uit de tweede helft twintigste eeuw die de aanblik zijn geworden van modern Griekenland.

Deze zomer is de gerenoveerde geboorteplek van Atatürk als gratis museum geopend. Er komen dagelijks honderden Turkse gasten. Vrijwel geen Griek. Binnen hangen foto’s van Atatürk met toelichting in het Engels en Turks. Atatürk als militair, gelegerd in Bitola, in wat nu de voormalig Joegoslavische republiek Macedonië heet. Atatürk in zee en Atatürk omringt door zijn schare geadopteerde kinderen.

Het is een modern museum, met meubels uit het Topkapi paleis in Istanbul. Op de binnenplaats staat een boom waaronder Atatürk volgens het bordje gespeeld heeft. Een maquette van het huis laat de vermoedelijke originele inrichting zien. Er is ook een wassenbeeld van Atatürk de staatsman in een lederen fauteuil, waar bezoekers zwijgend naast poseren. In de kelder draait voor kinderen een tekenfilm over de door Atatürk ingestelde jaarlijkse kinderdag, met ontelbaar Turkse vlaggen in beeld.

Het museum is geopend door burgemeester, Yiannis Boutaris, een rijke wijnboer met uitgesproken meningen. Een daarvan is dat Grieken moeten ophouden krampachtig te doen over het Ottomaanse verleden. Hij ziet de kleurrijke geschiedenis – inclusief die van een groot Joods bevolkingsaandeel – als een verrijking voor Thessaloniki. En bovendien een mogelijkheid om toeristen te trekken.

Die mening wordt door lang niet iedereen gedeeld. Zijn plan om een straat naar Atatürk te noemen, die in 1934 nog door de Griekse premier Eleftherios Venizelos werd voorgedragen voor de Nobelprijs, mislukte door felle oppositie en straatprotesten. Idem toen hij toestemming gaf om een oude in onbruik geraakte moskee tijdens de afgelopen ramadan voor een dag te heropenen. Ook het geboortehuis van Atatürk ligt gevoelig. Het is een bewijs dat Griekenland niet altijd zijn huidige omvang had. Voor je het weet eisen de Turken het weer op. „Ik geloof dat er een heilige van ze begraven ligt ofzo”, zegt een Griekse die bij een begrafenisondernemer net om de hoek werkt een beetje neerbuigend.

Maar toeristen trekt het, zeker eind augustus, als veel Turken die in de EU wonen via Noord-Griekenland terugrijden en een tussenstop bij het geboortehuis van Atatürk inbouwen. Op hoogtijdagen komen er wel achthonderd bezoekers, vertelt de Turkse man achter de streng beveiligde ingang. Turkse families stromen gretig binnen, camera in de aanslag. De meeste vrouwen zonder hoofddoek, zoals Atatürk dit het liefst zag. De bezoekers uit Turkije trotseren de enorme wachttijden aan de Turks-Griekse grens. Een IT-er die met zijn vrouw en twee kinderen een lang weekend Griekenland doet, heeft negentien uur moeten wachten. Plus de papierwinkel vooraf voor een visum voor Schengenland Griekenland. Maar hij is tevreden. „Dit wil iedere Turk zien.”

    • Marloes de Koning
    • in Thessaloniki