Ooit waren we gidsland voor handel in wiet, nu lopen we achter

Hypocriet – dat is het gedoogbeleid voor wiethandel. Maak regels die gelden aan de voordeur én de achterdeur, bepleiten advocaten Sidney Smeets en Tim Vis.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

De documentaire Morgan Spurlock: Inside Man over medicinale wiet (VPRO, 11 oktober 2013) toont de grimmige kant van het cannabisbeleid in de Verenigde Staten: medicinale wiet mag worden verkocht, maar niet ingekocht. Dat klinkt bekend. Overheidsingrijpen hangt ook in Nederland als zwaard van Damocles boven het hoofd van eerlijke coffeeshophouders. Het is tijd voor een oplossing voor dit hypocriete beleid.

Een korte samenvatting van het gedoogbeleid: wij, als samenleving, willen geen straatdealers, die naast soft- ook harddrugs slijten aan eenieder die maar wil, en hebben daarom zogenaamde coffeeshops in het leven geroepen.

Coffeeshops mogen softdrugs verkopen zolang zij zich aan speciale voorwaarden houden, zoals: geen verkoop aan minderjarigen, geen harddrugs of alcohol en in de shop mag maximaal 500 gram aanwezig zijn.

Het gedoogbeleid ziet echter uitsluitend toe op de handel via de ‘voordeur’. Die wordt door de politie en de gemeente gecontroleerd. Voor inkoop en aanvoer sluit iedereen de ogen. Hoewel alle partijen weten wat er gebeurt, is en blijft handel aan de ‘achterdeur’ strafbaar.

Omdat iedereen weet dat bevoorrading plaatsvindt, is er sprake van ‘impliciet’ gedogen. Coffeeshops bieden de overheid inzicht in de administratie, waarin inkoop, verkoop en voorraad netjes worden weergegeven. In de meeste gevallen wordt deze regelmatig ingezien door de politie, gemeente en niet in de laatste plaats de Belastingdienst. In de shop mag weliswaar maar 500 gram liggen, maar in een goed lopende shop wordt dagelijks meer dan 500 gram verkocht en dat mag ook. Uit de administratie blijkt zonneklaar dat tussentijds wordt bevoorraad uit een externe voorraad.

Als de politie op de externe voorraad van de coffeeshop stuit, wacht de shop strafvervolging. Het Openbaar Ministerie (OM) doet alsof zijn neus bloedt, doet alsof het jarenlang niets heeft geweten en daagt de coffeeshop voor de rechter om de gedoogde inkomsten van alle voorgaande jaren te ontnemen. Dat is in tijden van bezuiniging makkelijk cashen voor de crimefighters.

Het OM verschuilt zich achter het gebrekkige gedoogbeleid, maar de laatste jaren zijn er steeds vaker doortastende strafrechters die de goedkope truc van het Openbaar Ministerie doorzien en vervolging beletten. De coffeeshophouder blijft echter afhankelijk van de rechter en heeft geen enkele garantie dat hij niet wordt vervolgd.

Het is de hoogste tijd deze rechtsonzekerheid een halt toe te roepen. Hoewel de Tweede Kamer al in 2001 opriep regels te maken voor de handel aan de achterdeur en veel gemeentes initiatieven lanceren om dit daadwerkelijk te doen, torpedeert het ministerie van Veiligheid en Justitie ieder degelijk plan. Dit terwijl de oplossing voor de hand ligt: de keten van handel in softdrugs transparant maken.

Naast de gedoogde, gereguleerde verkoop van softdrugs stellen wij voor ook de gereguleerde inkoop van softdrugs toe te staan; en idealiter wordt ook de teelt gereguleerd. In ieder geval zou de coffeeshophouder een (externe) bedrijfsvoorraad moeten mogen aanhouden die in verhouding staat tot de verkoop in de shop. Aangezien wiet, in zijn algemeenheid, eens per drie maanden wordt geoogst, dient een coffeeshop ook een voorraad van drie maanden te kunnen aanhouden. Op de voorraad kan periodiek toezicht plaatsvinden, zoals dat ook aan de ‘voordeur’ gebeurt.

Bijkomend voordeel is dat toezicht mogelijk is op de kwaliteit van het product, zodat de volksgezondheid dan te waarborgen valt. De coffeeshophouder die over de kwalitatieve of kwantitatieve grens gaat, heeft flink wat uit te leggen en kan, indien zijn verhaal niet deugt, alsnog worden vervolgd.

De ‘transparante keten’ is een oplossing die niet alleen voor coffeeshops als verademing komt, ze helpt ook de samenleving als geheel. Op deze wijze wordt het bevoorradingsprobleem opgelost, blijft grootschalige criminele wiethandel die niet is bestemd voor coffeeshops onverminderd vervolgbaar en zijn coffeeshophouders niet langer afhankelijk van de grillen van een overheid met twee gezichten.

Het betekent een einde aan de hypocrisie van de achterdeur. Nederland zou hierin niet alleen staan. In de Verenigde Staten gedoogt de federale overheid ‘decriminalisering’ – en in Colorado en Washington zelfs legalisering – van gereguleerde wietteelt en inkoop door cannabisverstrekkers. Ook Spanje, Portugal, Tsjechië, Roemenië en Uruguay blijven niet achter.

Waar minister Opstelten zich telkens verschuilt achter ‘de internationale verdragen’ zien wij wereldwijd steeds meer initiatieven. De verdragen bieden al ruimte voor experimenten op het gebied van volksgezondheid en kunnen voor het overige worden herzien of opgezegd. Waar de rest van de wereld de decriminalisering van cannabis actief regelt, mag gidsland Nederland niet achterblijven.