Om te beginnen: het is een heel leuk kind. Maar er zijn wel problemen, die we niet kunnen oplossen.

Kinderen met kopzorgen’ (Holland Doc/IKON).

Veel zin had ik er niet in, op de late avond weer eens een documentaire over kinderen met ADHD, Asperger en andere aandoeningen. Daar gaat het al zo vaak over op televisie. Maar mijn humeur werd beter toen ik zag dat Ingeborg Jansen (Hoger dan de Kuip) de regisseur was, want ik weet dat die niet houdt van muziekjes, montageretoriek en de kijker een bepaalde kant opsturende voice-overs.

Boem! Dan is er Kinderen met kopzorgen (Holland Doc/IKON), een observerende documentaire die knalhard binnenkomt en waar bijzonder weinig op valt af te dingen, inhoudelijk noch stilistisch. Enkele behandelaars praten tegen de camera, de rest is een kwestie van goed kijken.

De jeugdafdeling van Riagg Rijnmond gaf toestemming aan een crew van twee om alles te filmen. Alleen een slachtoffer van verkrachting komt niet herkenbaar in beeld. Duidelijk wordt dat de psychiaters, systeemtherapeuten en andere GZ-specialisten zich willen verdedigen tegen de beschuldiging dat ze tegenwoordig te gemakkelijk etiketten op kinderen plakken. Ze stellen dat de problemen er altijd al waren, maar dat ze nu veel beter snappen wat er aan de hand is.

De gefilmde praktijk van intakes, observaties, teambesprekingen,behandelingen en nagesprekken wijst voor een belangrijk deel op hun gelijk. Het team laat zich niet van de wijs brengen door wat de ouders denken dat er speelt. Een jongen die volgens de moeder te veel praat en alles benoemt, blijkt psychisch meer in orde dan zij. Hij denkt dat ze vooral last van hem heeft omdat ze vaak met een burn-out op de bank ligt. Gelukkig kan zijn stiefvader goed koken.

Maar soms kun je ook vraagtekens plaatsen of de oordelen niet aan de normatieve kant zijn. Een kleine jongen antwoordt op de vraag wie zijn beste vriendje is met een routebeschrijving naar diens voordeur. Ook kijkt hij de psychiater nooit aan. Autismespectrum stoornis, denken we dan tegenwoordig. Maar de psychiater probeert desondanks oogcontact af te dwingen, zoals de camera heel mooi laat zien: „Weet je waarom dat handig is als je me aankijkt? Dan kun je zien of ik wel luister en of ik het leuk vind.” De jongen heeft daar helemaal geen zin in, en waarom zou hij ook. In de nabespreking wordt wel goed uitgelegd dat hij misschien slim genoeg is om te leren herkennen wat wij vanzelf voelen.

Heel goed in beeld gebracht is de ambiance van systeemwandjes, balies, dossiermappen en vooral heel veel koffie in van die deprimerende caramelkleurige plastic bekertjes. Elke nabespreking begint met de mededeling aan de ouders dat het een heel leuk kind is. Alsof ze dat ook zouden zeggen, wanneer ze dat niet vonden.

Goed doe je het nooit, veel problemen zijn nu eenmaal niet echt te verhelpen. Maar die film, die ons zelf laat oordelen, daar knap je reuze van op.