Madrid is ook boos op de VS, maar niet zo erg

Na 9/11 ging Spanje met hulp van VS ook ETA-terroristen afluisteren.

Net als in Frankrijk en Duitsland blijkt de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA ook in Spanje massaal gegevens over telefoonverkeer te hebben verzameld. Onder druk van de publieke opinie voert de regering van premier Mariano Rajoy de kritiek hierop stapsgewijs op. Maar Madrid reageert vooralsnog milder dan Berlijn en Parijs. Dat toont volgens veiligheidsexperts hoe afhankelijk de Spaanse inlichtingendiensten de afgelopen jaren zijn geworden van samenwerking met Washington.

Minister Margallo van Buitenlandse Zaken sprak zijn „ernstige bezorgdheid” uit over de spionage die hij, indien bewezen, „ongepast en onacceptabel” noemde. Maar Madrid wijst een collectief Europees protest af en wil de kwestie bilateraal oplossen.

Al in augustus berichtte het Duitse weekblad Der Spiegel dat ook Spanje doelwit was van de NSA. Gisteren leverde de Spaanse krant El Mundo hiervoor gedetailleerd bewijs. Alleen al tussen 10 december 2012 en 8 januari 2013 is van 60.506.610 telefoongesprekken, SMS’jes, e-mails en zoekopdrachten de zogenoemde ‘metadata’ opgeslagen: niet de inhoud, maar de data die laten zien wie met wie contact heeft, waarvandaan en waarheen, en hoe lang.

De informatie komt van de Amerikaanse journalist/activist Glenn Greenwald, die haar weer kreeg van NSA-klokkenluider Edward Snowden. De in Rio de Janeiro woonachtige Greenwald deelde met de Braziliaanse correspondent van El Mundo een document ‘Spain – last 30 days’. El Mundo zegt een akkoord te hebben om Snowdens onthullingen over Spanje ‘exclusief’ te publiceren.

Afgelopen vrijdag, na de eurotop die gedomineerd werd door het NSA-schandaal, besloot premier Rajoy de Amerikaanse ambassadeur om opheldering te vragen. Gisterochtend meldde deze James Costos zich bij de staatssecretaris van Europese Zaken. Na een onderhoud van 41 minuten gaf Costos een schriftelijke verklaring uit, waarin hij stelde dat de NSA-programma’s „hoogst belangrijk” zijn geweest voor de VS zelf. En ook „voor de samenwerking met onze bondgenoten en hun belangen”. Hij prees de „geschiedenis van efficiënte samenwerking” met Spanje.

Die gaat terug op de aanslagen van 11 september 2001. De toenmalige rechtse premier José María Aznar (1996-2004) ontpopte zich in reactie hierop tot een van de meest loyale bondgenoten van president George W. Bush. Zo steunde hij, tegen de wens van een grote meerderheid van de Spanjaarden in, enthousiast de Amerikaans-Britse inval in Irak.

Ook op gebied van terreurbestrijding schroefde hij de samenwerking op. Er werd afgesproken meer informatie uit te wisselen, zowel over jihadisten als over terroristen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA. Spanje kreeg de beschikking over geavanceerde Amerikaanse afluistertechnologie. In ruil gaf Madrid de NSA en inlichtingendienst CIA toestemming kwartier te maken in Spanje. Ook stond het de VS waarschijnlijk toe in te breken op de Trans-Atlantische telefoonkabel Columbus III die Sicilië met Florida verbindt en die langs Zuid-Spanje loopt.

Onder de in 2004 aangetreden linkse regering-Zapatero – gekozen met de belofte Spanje terug te trekken uit Irak – werd de samenwerking voortgezet.

    • Merijn de Waal