Kunstenaar, nieuwe ingenieur

Minister Bussemaker vindt dat kunst dient om problemen op te lossen. Ze haalt het door elkaar, vindt Mathieu Weggeman.

De beleidsbrief van minister Bussemaker (OCW, PvdA), van wie de begroting morgen in de Kamer aan de orde komt, heet Cultuur beweegt. Maar ze haalt kunst en cultuur door elkaar. Socioloog Geert Hofstede definieert cultuur als het resultaat van het collectieve gedrag van een groep mensen die met elkaar min of meer dezelfde waarden, wensen of overtuigingen delen. Kunst is een uitingsvorm van mensen die ten minste esthetische ervaringen beogen. Daarom noemen slagers het maken van gehaktballen geen kunst. Cultuur is er altijd, maar kunst moet gemaakt worden. De minister maakt dat onderscheid niet. Het woord ‘cultuur’ komt in het visiedeel van de nota zo’n 50 keer voor; ‘kunst’ slechts drie keer.

Wat is de functie van kunst? Maatschappelijke vraagstukken mee helpen oplossen, of het bieden van schoonheid en troost? De minister kiest voor het eerste en dus voor een beleid „dat prioriteit geeft aan de maatschappelijke waarde van cultuur”. Kunstvakken zijn nodig „voor de verdere groei van onze kennissamenleving”. Zo worden kunstenaars de nieuwe ingenieurs die op basis van creativiteit en innovatievermogen de wereld verbeteren.

„De potentie van cultuur (of bedoelt de minister kunst?) en creativiteit voor andere sectoren kan breder worden benut. Dit vraagt onder andere om een ondernemende houding van de cultuursector”. Kunstenaars moeten zich dus ook opstellen als ondernemende projectmanagers die helder geformuleerde problemen van anderen oplossen. Hoe kun je zo rigoureus voorbij gaan aan de essentie van kunst: haar esthetische waarde.

De uitleg is: „cultuur wordt pas écht belangrijk als je die kunt gebruiken om je eigen leven en dat van anderen vorm te geven. Vrijheid krijgt pas betekenis in de levens van mensen als zij die vrijheid echt kunnen gebruiken”.

Is dat sociaal en liberaal? Nee, dat is elitair en bevoogdend. „Hoe kun je vrijheid waarderen als je er niet mee hebt kunnen oefenen en experimenteren?”, stelde Mikhail Bakunin. Het is net zoiets als een vader die tegen zijn dochter zegt: „als jij goed piano kunt spelen, krijg jij een mooie piano”. Vernieuwing komt krakend tot stilstand.