Ja, maar het land wordt daar niet beter van

Democratisch tekort kun je niet gelijkschakelen aan bestuurlijk tekort, meent Meindert Fennema.

Onlangs schreef de cultuurhistoricus David Van Reybrouck het pamflet Tegen verkiezingen (De Bezige Bij). Verkiezingen zouden aristocratisch zijn omdat het aanwijzen van besluitvormers door verkiezingen de besten, dat wil zeggen de rijkste en hoogst opgeleide burgers, aan de macht brengen. De politieke invloed van gewone burgers beperkt zich volgens hem tot eens in de vier jaar stemmen. Liever ziet hij volksvertegenwoordigers door het lot aangewezen, zoals de oude Grieken dat deden. Een grotere mate van deliberatie zou de kwaliteit van de besluitvorming ten goede komen.

Van Reybrouck proclameert het failliet van de vertegenwoordigende democratie zonder een serieuze balans van het failliete bedrijf te overleggen. Hij laat het bij drie bewijstukken. Ten eerste, zegt hij, duren kabinetsformaties steeds langer. Maar dat geldt eigenlijk alleen voor België, van een algemene trend is geen sprake. Het heeft te maken met de tegenstellingen tussen Vlaanderen en Wallonië, niet met het kiesstelsel. Hij noemt Italië en Griekenland, maar daar hebben moeizame formaties meer te maken met de door de EU opgelegde hervormingen en bezuinigingen. Rutte II kwam tot stand in ruim een maand. Hoezo, langere kabinetsformaties?

Ten tweede wordt volgens Van Rey brouck straf op regeringsdeelname zwaarder. In de naoorlogse jaren tot de jaren zeventig verloren regeringspartijen gemiddeld minder dan 2 procent, in de jaren tachtig 3,5 procent, in de jaren negentig 6 procent en in het vorige decennium werd het 8 procent. „Wie wil nog krachtdadig besturen in Europa als de prijs voor regeringsdeelname zo onverbiddellijk hoog is?”, vraagt Van Reybrouck zich af. Hij negeert daarmee belangrijke ontwikkelingen: inkomensongelijkheid en immigratie zijn fors toegenomen, overal in Europa. Transnationale processen waarover partijen grote woorden hadden, maar die in de praktijk moeilijk beïnvloedbaar zijn. Hadden door het lot aangewezen volksvertegenwoordigers deze problemen wél het hoofd kunnen bieden?

Besturen gaat ook steeds trager, aldus David Van Reybrouck. „Grote infrastructurele werken zoals de Amsterdamse Noord-Zuidlijn, het nieuwe station van Frankfurt, de sluiting van de Antwerpse ring en de geplande internationale luchthaven van Nantes raken niet of nauwelijks gerealiseerd. („Waren zulke projecten vroeger een bron van prestige en kundigheid, tegenwoordig zijn ze op hun best een bestuurlijke nachtmerrie. De fiere tijd van de Deltawerken, de Afsluitdijk, het TGV-net en de Kanaaltunnel is voorbij.”

De fiere tijd van de Kanaaltunnel? Weet hij dan niet dat het eerste geologische onderzoek naar de mogelijkheden van een kanaaltunnel al in 1830 gedaan is? Dat degene die opdracht gaf tot dat onderzoek pas 26 jaar later, in 1856, een uitgewerkt voorstel kon doen aan Napoleon III?

Zou Van Reybrouck ook niet weten dat in 1880 wel begonnen werd met het graven van de Kanaaltunnel, maar dat het project in 1882 werd stopgezet omdat de Engelsen bang waren dat de tunnel hun defensie in gevaar zou brengen? Dat het tunnelproject pas in 1955 (!) weer opgepakt werd en dat het daarna nog tot 1986 zou duren voordat ten tweede male met de bouw van de Kanaaltunnel werd begonnen? Tussen plan en uitvoering lag dus 120 jaar. Die tunnel was in 1994 klaar, maar het bedrijf dat de tunnel exploiteert, balanceerde jarenlang op de rand van het faillissement. Over bestuurlijke nachtmerries gesproken.

En de Afsluitdijk? Het eerste plan tot gedeeltelijke drooglegging van een deel van de Zuiderzee was van ir. W.F. Leemans en werd in 1877 bij de Tweede Kamer ingediend, maar het zou tot 1918 duren voor de Zuiderzeewet in de Tweede Kamer werd aangenomen. Toch zou pas in 1927 worden begonnen met de aanleg van de Afsluitdijk. Er lag meer dan 50 jaar tussen plan en aanvang.

En waarom noemt Van Reybrouck wel de ringweg, maar niet het station van Antwerpen dat in 20 jaar volledig gerestaureerd en omgebouwd werd van een ouderwets kopstation tot één van de fraaiste hogesnelheidslijnstations ter wereld, met drie spoorlagen?

Van Reybrouck schrijft: ‘Als een tunnel of een brug bouwen al niet langer haalbaar is, wat vermogen nationale overheden dan nog wel op eigen kracht?’

Dit is, met permissie, lariekoek. De suggestie dat loting een uitweg uit een democratisch tekort is, berust op een verkeerde diagnose van dat tekort. Ook met loting los je de tegenstelling over Europa niet op en de problemen die met immigratie te maken hebben nog minder.

    • Meindert Fennema