Interview ‘Agenten snappen de impact niet, zo’n jongen voelt zich vernederd’

Antropoloog Sinan Çankaya (31) is één van de weinigen in Nederland die onderzoek deed naar het handelen van de politie op basis van uiterlijke kenmerken. Anderhalf jaar lang liep hij mee met de Amsterdamse politie. Hij zat bij agenten op de achterbank, stond met hen bij het koffieapparaat en noteerde alles. Ook hield hij diepte-interviews met 60 agenten. Zijn onderzoek ‘De controle van marsmannetjes en ander schorriemorrie: Het beslissingsproces tijdens proactief politiewerk’ rondde hij vorig jaar af. Zijn conclusie: Allochtonen lopen de grootste kans zonder gerede verdenking staande te worden gehouden door de politie.

Hoe vaak komt dit voor?

Dat weten we niet precies. Er zijn geen cijfers beschikbaar, omdat de politie het aantal controles, afgezet naar etnische groepen, niet bijhoudt. Dat zou wel moeten, om te kunnen kijken of sommige groepen vaker worden staande gehouden, gecontroleerd of gefouilleerd.

Toch zijn er veel indicaties dat er wat aan de hand is. Uit migrantengroepen en van discriminatiemeldpunten komt het geluid dat mensen zonder gegronde verdenking worden gecontroleerd. Dat blijkt ook uit mijn onderzoek. Ik heb gekeken hoe agenten handelen en die letten vaak op huidskleur en gezichtvorm, etnische stereotypen dus.

Hoe gaan agenten te werk?

Als politieagenten in een vermogende wijk in Amsterdam-Zuid zijn, vinden ze een Marokkaans-Nederlandse jongen op een scooter opvallend. Die woont hier niet, redeneren ze. Daarbij worden er veel straatroven op scooters gepleegd. Dat zijn redenen om die jongen aan te spreken. Maar als die jongen in Nieuw-West rijdt, de omgeving waar hij zou kunnen wonen, wordt hij net zo goed aangesproken. Het resultaat is dus dat blanke jongens niet of veel minder worden gecontroleerd dan Marokkaanse jongens.

Waarom is hier in Nederland zo weinig onderzoek naar gedaan?

Discriminatie door de overheid en gezagsdragers is een gevoelig onderwerp. In het zelfbeeld van onze instituties is geen ruimte voor discriminatie. Het is een aantasting van het zelfbeeld om dat te erkennen.

In Engeland en de Verenigde Staten is er veel meer onderzoek naar gedaan. Daar hebben ze ook de naam van het fenomeen bedacht: racial en ethnic profiling. In die zin lopen wij achter.

Wat zijn de gevolgen van deze vorm van discriminatie?

Agenten hebben zelf niet in de gaten hoe groot de impact van zo’n controle op een allochtone jongere is. Die denken: ‘Ach, even drie minuten aan de kant met de auto, rijbewijs bekijken, en klaar is kees’. Maar zo’n jongere, een nette hbo’er misschien, voelt zich vernederd. Iedereen op straat ziet het gebeuren, maar niemand weet dat hij onschuldig is. Zo’n politieactie kan dus ook bijdragen aan de stigmatisering van deze jongeren.

Wat kan de politie hieraan doen?

Sommige agenten zeggen onomwonden dat ze vooral op Marokkanen letten. Maar lang niet alle agenten zijn zich ervan bewust dat ze zo sterk op uiterlijke kenmerken selecteren. Die bewustwording moet dus binnen de hele politieorganisatie worden vergroot. Daar moet over gesproken worden. En agenten moeten zich meer richten op gedragskenmerken in plaats van uiterlijk. Daarmee vergroot je ook de pakkans, want nu blijven andere verdachten vaak buiten beschouwing.

Helpt het als er meer allochtone agenten zijn?

Niet noodzakelijkerwijs. Uit mijn onderzoek blijkt dat overal in de politieorganisatie dezelfde denkbeelden dominant zijn. Weinig agenten ontkomen hieraan, want alle agenten krijgen dezelfde informatie. Als er een keer gezegd is dat er in een buurt veel Marokkaanse jongens tasjesroven plegen, nestelt dat beeld zich net zo goed in het hoofd van een allochtone agent.