Ik sta nu op het perfecte toneel

Remco Barendregt (18) is de nieuwe voorzitter van scholierenorganisatie Laks. „Er kan veel verbeterd worden als er naar scholieren wordt geluisterd.”

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Freelance journalist

‘Alle uurtjes school die ik mee kan pikken, zijn meegenomen’, verzucht Remco Barendregt. Vanochtend volgde hij de eerste twee uur. Soms is dat maar één uur, en heel af en toe eens een hele dag. De rest van de tijd reist hij het land door om de belangen van scholieren in het voortgezet onderwijs te behartigen. Barendregt is voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (Laks). Hij overlegt met de minister en de staatsecretaris, maar hij kent ook het verhaal van de leerlingen, want zelf zit hij ondertussen ook nog gewoon op school.

Toen afgelopen juni bleek dat de examenfraude op het Ibn Ghaldouncollege veel omvangrijker was dan eerst was aangenomen, stond zijn telefoon roodgloeiend. Het was zijn eerste dag als voorzitter. Nog diezelfde dag was hij te zien bij Hart van Nederland en RTL Nieuws, een paar dagen later was hij te gast bij Knevel en Van den Brink. Grijnzend zegt hij nu: „In heb een flinke vuurdoop gehad.”

Uiteindelijk is besloten om het Ibn Ghaldouncollege te sluiten. Goed besluit?

„Tachtig procent van de leraren was onbevoegd, het bestuur was ongeschikt, er waren financiële problemen en natuurlijk was er enorme reputatieschade ontstaan. Het was echt in het belang van de leerlingen om de school te sluiten. Het allerbelangrijkste blijft toch dat die goed onderwijs krijgen.”

Waar komt jouw belangstelling voor onderwijs vandaan?

„Mijn ouders zijn wel geïnteresseerd in politiek en de maatschappij, maar thuis heb ik dat nooit echt overgenomen. Toen ik op school maatschappijleer kreeg, heb ik tegen mezelf gezegd: ga je daar nou eens in verdiepen en een politieke voorkeur ontwikkelen. Het kan niet zo zijn dat je geen mening hebt. Toen heb ik samen met anderen bij ons op school de leerlingenraad opgezet, en daar ben ik echt geïnteresseerd geraakt in onderwijs.”

Waarom zet jij je nu in voor beter onderwijs?

„Ik denk dat er heel veel verbeterd kan worden als er geluisterd wordt naar scholieren, en wat dat betreft sta ik nu op het perfecte toneel. Ik ben scholier maar kan ook op hoog niveau meepraten over het beleid.”

Wat moet er veranderen?

„Ik vind dat scholieren een veel sterkere medezeggenschap moeten krijgen. Scholen die geen leerlingenraad hebben, houden hun leerlingen dom, terwijl zij juist een heel waardevol perspectief bieden. Zij zitten daar in die klas en weten wat er beter kan, maar daar wordt helemaal geen gebruik van gemaakt. En ik vind ook dat scholieren veel beter voorbereid moeten worden op hun studiekeuze en loopbaan. Een bezoekje aan een open dag en een afspraak met de decaan zijn niet genoeg om uit te vinden wat je wil gaan doen. Juist nu de financiering van een studie moeilijker wordt, is het heel belangrijk om een goede studiekeuze te maken. Daarvoor moet je weten wat je wil, wat je leuk vindt en waar je goed in bent, en scholen zouden daar al veel eerder mee bezig moeten zijn.”

Zelf zit Barendregt op De Theaterhavo/vwo in Rotterdam, waar naast de normale lessen acht uur per week zijn ingeruimd voor theater, film en vormgeving. „Het is een kleine school. De leraren kennen iedereen en dat contact komt het leerproces echt ten goede. Je kunt er jezelf zijn. Of je goed kunt dansen is er belangrijker dan of je goed kunt vechten. Toen ik in de tweede klas bleef zitten, heb ik een tijdje op een andere school gezeten waar ik helemaal niet mezelf kon zijn. Iedere dag ging ik met tegenzin naar school. Ik heb me echt nog nooit zo rot gevoeld als toen. Ik realiseer me nu dat ik geluk heb gehad dat ik naar De Theaterhavo/vwo ben gegaan, anders had ik misschien wel nooit ontdekt wat voor iemand ik ben of wil zijn. Dan was ik geslotener geweest. Meer vechtend, in plaats van levend.”

Kijk je anders naar je eigen school door je werk voor Laks?

„Ik hecht vooral veel meer waarde aan mijn lessen. Als ik er een keer kan zijn, denk ik: kom maar met die informatie! Nu ben ik er en ik zuig alles op. En ik merk dat ik op school geleerd heb om mezelf te presenteren en om een boodschap over te brengen. Misschien heb ik deze functie zelfs wel een beetje aan die school te danken.”

Was je altijd al een leider?

„Toen we in de derde klas een bedrijfje moesten oprichten, had ik mezelf meteen als directeur aangewezen. Maar ik had niet verwacht dat ik nu al in een leidinggevende functie terecht zou komen.”

Ben je een excellente scholier?

„Ik vind het leuk om me in te zetten voor andere scholieren. Ik heb een duidelijke interesse en probeer daar alles uit te halen, maar op school ga ik niet met achten en negens over.”

Op Twitter noemde je excellentie een ‘rotbegrip’.

„Ik ben er geen fan van. Het onderwijs is er voor iedereen, en niet alleen voor de elite. Het is belangrijk dat álle scholieren uitgedaagd worden om het beste uit zichzelf te halen. Dat noem ik excellentie.’

Hoe daagt het voorzitterschap jou uit?

„Ik ben minder chaotisch geworden. Ik hou mijn agenda bij, ik plan alles beter en ik ben meer gedisciplineerd. Als voorzitter leer ik om aan alles te twijfelen, mijn mening te ontwikkelen, mezelf te presenteren, maar ook om vergaderingen voor te zitten, effectief te communiceren, en met de hiërarchie van een organisatie om te gaan. Daarbij moet ik ook gewoon mijn examen halen dit jaar, dus ik daag mezelf nu op allerlei verschillende vlakken enorm uit.”

Wanneer is voor jou dit jaar geslaagd?

„Als het lukt om scholen te verplichten leerlingenraden te faciliteren. Ik vind het echt heel belangrijk dat het nut daarvan wordt ingezien, dus dat zou echt de kroon op mijn jaar zijn.”

Wat ga je doen als je voorzitter-af bent?

„Ik moet meteen gaan studeren van mezelf, ik denk Bestuurs- en organisatiewetenschappen. Als ik nu niet begin, wordt het leenstelsel ingevoerd en raak ik failliet. Nu kan ik nog studiefinanciering en een OV-kaart krijgen, en wat er daarna gebeurt, weet nog niemand.”

En over tien jaar?

„Misschien hou ik me dan nog steeds wel bezig met onderwijs. Ik wil erop blijven aandringen dat onderwijs van scholieren is en dat er naar hen geluisterd moet worden.’