‘Dit gaat om mijn kleurtje’

Volgens Amnesty International selecteren agenten bij controles op etnische kenmerken.

Beelden uit de documentaire van Bureau Doetank.

Abdulhassan (26) werd tijdens zijn gebruikelijke rondje joggen door de buurt ineens staande gehouden door de politie. Uitgerekend hij, van alle mensen die op dat moment op straat waren. „Wat doe je hier? Waar je ga je heen?”, vroegen de agenten. Ook wilden ze zijn identiteitsbewijs zien. De reden: „Mensen hier klagen over herrieschoppers.”

Abdulhassan, geboren in Irak, wordt geregeld door de politie aangehouden. „Het gebeurt zó vaak. Dit kan geen toeval meer zijn”, zegt hij. „Dit gaat om mijn kleurtje.” Volgens hem is sprake van ‘etnisch profileren’ – de politie selecteert op (vermeende) religieuze of etnische kenmerken.

Amnesty International schrijft in het gisteren verschenen rapport Proactief politieoptreden vormt risico voor mensenrechten: Etnisch profileren onderkennen en aanpakken dat de praktijk van etnisch profileren het niveau van incidenten ontstijgt. Dat is zorgelijk, vindt de mensenrechtenorganisatie, omdat het een „vorm van discriminatie is die bijdraagt aan stigmatisering en negatieve beeldvorming over etnische minderheden”.

Niet alleen Amnesty International is bezorgd. Het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties en de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) uitten eerder zorgen over etnisch profileren in Nederland. Zij riepen de Nederlandse overheid op deze discriminatie tegen te gaan.

De politie selecteert vooral op uiterlijk bij identiteits- en verkeerscontroles, bij preventief fouilleren en bij controles op illegaal verblijf in Nederland. Allochtone jongeren die in groepjes rondhangen of allochtonen in een dure auto of op een scooter worden frequent staande gehouden.

Vaak gebeurt het onbewust, blijkt uit onderzoek van antropoloog Sinan Çankaya. Hij liep anderhalf jaar mee met de Amsterdamse politie en hield zestig diepte-interviews met agenten om hun selectiemechanismen te achterhalen.

Soms geeft een agent toe dat etniciteit aanleiding was iemand staande te houden. Zoals afgelopen zomer, in een rechtszaak tegen een Albanees die tijdens een verkeerscontrole cocaïne in zijn auto bleek te hebben. De man werd staande gehouden omdat hij, zoals de politieman in het proces-verbaal schreef, „een Slavisch dan wel Albanees uiterlijk had”.

En eerder deze maand verklaarden drie oud-agenten anoniem tegenover de lokale tv-zender Omroep West dat de Haagse politie veel geweld gebruikt tegen vooral Marokkaanse jongens. Er zou onder agenten in de Haagse Schilderswijk „een sfeer van discriminatie en intimidatie” heersen. Een woordvoerder van de politie liet weten dat beeld niet te herkennen.

De oververtegenwoordiging van etnische minderheden in criminaliteitsstatistieken geldt soms als rechtvaardiging van etnisch profileren. Zo is 65 procent van de Marokkaanse en 55 procent van de Antilliaanse jongeren tot 23 jaar wel eens in aanraking geweest met justitie en politie. Onder autochtonen is dat 25 procent. Maar over die statistieken bestaat discussie. Of die oververtegenwoordiging veroorzaakt of versterkt wordt door selectieve aandacht van de politie voor minderheden, is in Nederland nooit onderzocht.

Volgens Gerbrig Klos, onderzoeker van Amnesty, is selectie op uiterlijk niet effectief. „Het heeft geen zin alle Marokkaans-Nederlandse jongens te controleren, want het merendeel heeft niets misdaan en is dat ook niet van plan. Zij worden dan voor niets staande gehouden, met het risico dat hun vertrouwen in de autoriteiten afneemt.”

Discriminatie door de politie telt voor burgers extra zwaar, zegt Klos, omdat ze er niet op kunnen anticiperen. „Van sommige discotheken weten mensen dat ze geweigerd zullen worden aan de deur. En van sommige voetbalwedstrijden weten ze dat er spreekkoren zullen zijn. Die situaties kun je dus uit de weg gaan. Maar je kunt niet voorkomen dat een politieagent je staande houdt.”

De korpsleiding van de nationale politie bestrijdt dat etnisch profileren verder strekt dan incidenten. „De politie wijst etnisch profileren af.” Bovendien, stelt de korpsleiding, besteedt de politieopleiding „specifieke aandacht aan het zo neutraal mogelijk kijken naar en beoordelen van situaties. ‘Multicultureel vakmanschap’ is een vaste module in de opleiding. Daarbij komen diversiteit en discriminatiebestrijding aan de orde.”

Korpschef Gerard Bouman roept „iedereen die meent slachtoffer te zijn van etnisch profileren” op zich te melden bij de politie. „Als politiemensen in de praktijk dit soort fouten blijken te maken, nemen we maatregelen en leren we ervan.”