Al-Sisi pralines zijn niet om te lachen

Bassem Youssef wordt de ‘Egyptische Jon Stewart’ genoemd De komiek stak vrijdag de draak met het nationalisme in Egypte Dat leverde hem vier aanklachten en een hoop kritiek op

Correspondent Egypte

Egypte staat in de Arabische wereld bekend om zijn gevoel voor humor. Maar om sommige zaken mag niet worden gelachen, vinden veel aanhangers van legerleider Al-Sisi die boos hebben gereageerd op de jongste uitzending van tv-komiek Bassem Youssef. Vrijdagavond stak hij de draak met het nationalisme in Egypte sinds de omverwerping van president Morsi begin juli.

Tegen Youssef zijn minstens vier klachten ingediend wegens belediging van het leger en schunnig taalgebruik. Tv-zender CBC ontving zoveel boze reacties dat de zender zich officieel heeft gedistantieerd van Youssef.

Naar zijn terugkeer op het scherm – voor het eerst sinds de omverwerping van Morsi – was lang uitgekeken. Zijn show – El Bernameg: Het Programma – is een grote publiekstrekker. Het land was benieuwd naar wat de ‘Egyptische Jon Stewart’ zou maken van het nieuwe Egypte.

Youssef werd beroemd door de manier waarop hij Morsi en zijn Moslimbroederschap te kijk zette. Hij belandde er net niet door in de gevangenis. In zekere zin vertolkte hij wat veel Egyptenaren dachten maar pas hardop durfden zeggen toen ze op 30 juni massaal de op straat op gingen.

Zou hij hetzelfde aandurven met de nieuwe machthebber, generaal Al-Sisi, die door zoveel Egyptenaren op handen wordt gedragen?

Youssef koos voor de middenweg: hij maakte niet Al-Sisi zelf belachelijk, wel zijn fanclub. Zo was er een sketch waarin Youssef pralines koopt met de beeltenis van Al-Sisi. „Doe maar een halve kilo”, zegt Youssef. „Heeft u soms iets tegen Al-Sisi?”, vraagt de verkoper. „Nee, nee”, haast Youssef zich, „ik koop uw hele voorraad.”

Zoals zijn Amerikaanse voorbeeld, The Daily Show, is Youssefs programma een mix van humor en ernst. Onder Morsi was hij de eerste die een clip uitzond waarin Morsi joden omschrijft als ‘afstammelingen van apen en varkens’.

Vrijdag liet hij clips zien van de overdreven schattingen van de opkomst tegen Morsi op 30 juni – tot 70 miljoen mensen – gevolgd door de claim van de Moslimbroederschap dat er 45 miljoenen mensen voor de president op straat kwamen. „Wacht eens”, zegt Youssef terwijl hij een rekenmachine te voorschijn haalt, „er zijn maar 80 miljoen Egyptenaren. Ofwel is er een bevolkingsexplosie geweest of er zijn slimmeriken die twee keer hebben betoogd.”

Aan het eind van de uitzending wordt Youssef altijd even ernstig. Hij sloot vrijdag af met een waarschuwing: „De vrees is nu dat fascisme in de naam van religie vervangen wordt door fascisme in de naam van het nationalisme.”

De reacties bleven niet uit. Actrice Ghada Abdel-Razek, om wier kapsel Youssef had gelachen, zei op Twitter: „Egypte is het leger en jullie zijn allemaal verraders”. Drie van de vier klachten die aan de openbaar aanklager opschorting van Youssefs programma eisen, zijn afkomstig van een groep die wil dat Al-Sisi zich kandidaat stelt voor het presidentschap. Gisteren werd bekend dat Justitie in Egypte naar aanleiding van de klachten een onderzoek start naar de komiek. Dit kan een voorbode zijn van verdere acties tegen Bassem Youssef. Hem wacht vermoedelijk verhoor en eventueel een proces.

Zondag schaarde CBC zich niet achter het eigen kijkcijferkanon maar achter de boze kijkers. „Deze zender verzet zich tegen suggestief taalgebruik of sketches die de gevoelens van de mensen of de symbolen van de staat belachelijk maken”, aldus de bekende presentator Lamis Al-Hadidy.

Al-Sisi zelf heeft nog niet gereageerd. Zondag circuleerde wel een bericht dat hij zou hebben gezegd dat „wij de mensen niet gaan verbieden om te lachen, zelfs niet wanneer er om ons wordt gelachen”. Dat bericht is officieel ontkend.

Veel boze Egyptenaren lijken niet te beseffen dat Youssef niet Al-Sisi belachelijk heeft gemaakt, maar henzelf. Youssef zelf tweette na de uitzending: „Men zegt dat de Egyptenaren gevoel voor humor hebben. Dat klopt, maar alleen wanneer hen dat goed uitkomt.”

    • Gert Van Langendonck