Ze wonen hier op een mesthoop

Ramen dicht tegen de stank. Peelbewoners zijn het beu. „De overheid moet ingrijpen.”

‘Ik word ’s nachts wakker van de stank”, zegt Maria Berkens uit het Oost-Brabantse Deurne. Ze voert actie tegen vier mestfabrieken in haar gemeente die het mestoverschot in De Peel een halt moeten toeroepen. „Dat die fabrieken er zouden komen, moesten we in de krant lezen. Nog meer stank. Het blijft maar groeien. Ik snap dat boeren hun bedrijf willen uitbreiden. Maar de overheid moet ingrijpen. Dat doen ze hier niet. Bestuurders hebben belangen in de agrarische sector, men schaart zich achter de boeren. Deurne wordt niet geregeerd door de gemeenteraad maar door boerenorganisatie ZLTO.”

In De Peel wonen veel meer dieren dan mensen. De verhouding tussen mens en dier is één op drieënvijftig, zo hebben gezamenlijke milieugroepen uitgerekend. „En de schaalvergroting gaat onverminderd door”, klaagt Jan van Hoof, voorzitter van de stichting Mens, Dier & Peel. „Het systeem is uit de hand gelopen. We importeren grote hoeveelheden soja uit Zuid-Amerika. We maken karbonades, zuivel en eieren om te exporteren. En wat hier achterblijft is de mest.” Maria Berkens: „Waar zijn we mee bezig? Het is een waanzinnig systeem. Het gaat gruwelijk fout.”

Van Hoof: „Uit onderzoek van de Vrije Universiteit blijkt dat de maatschappij gemiddeld 108 euro per varken kwijt is aan kosten die niet in de prijs van vlees zijn verwerkt. Die kosten worden afgewenteld op het milieu en de belastingbetaler. De boeren verdienen per varken een paar tientjes. De sector is feitelijk failliet.”

De grenzen van de groei zijn bereikt, vinden de actievoerders, die hun standpunt aan de senaat kenbaar hebben gemaakt. Franca Hikspoors woont in het buitengebied van Deurne, tussen de varkensbedrijven. „De overlast wordt megagroot”, zegt ze. „Tot tien jaar geleden was het goed te doen. Tegenwoordig moet ik de ramen sluiten tegen de stank. Er is heel veel vervoer. Kinderen zijn door de vervuilde lucht snel verkouden. Het landschap wordt minder mooi. En we maken ons zorgen.”

De inwoners hebben hun buik vol van de intensieve veehouderij in De Peel. Laatste bron van onrust vormen de mestfabrieken, die hier in rap tempo uit de grond worden gestampt om te kunnen voldoen aan de verplichting om overtollige mest te verwerken en niet almaar in de grond te injecteren.

„Die mestvergisters behoren tot de zwaarste categorie milieubedrijven”, zegt ondernemer Jean-Louis Donker uit Gemert. „Die moeten wij hier niet.” Ook hij strijdt tegen de komst van een grote mestvergister, op zijn eigen bedrijventerrein.

Ben van Dieren uit Gemert, voorzitter van werkgroep Stop de mestfabriek: „Het zijn explosiegevaarlijke bedrijven. Die horen op de Maasvlakte. Of bij Moerdijk.”

In De Peel staan nu al tientallen mestfabrieken, waarvan sommige zo groot zijn dat ze met hun bolle silo’s het landschap domineren. Dat zullen er wellicht nog véél meer worden. En véél grotere. Van Hoof: „De mestfabrieken vormen een cruciale schakel voor de sector om het vastgelopen systeem in stand te houden. Daar maken wij ons ernstige zorgen over.”

De mestfabrieken zullen een „aanzuigende werking” hebben op veebedrijven, vrezen de actievoerders. De mestvergisters draaien bovendien niet alleen op mest maar ook op ‘coproducten’ zoals maïs en reststoffen. „In werkelijkheid komt 90 procent van het geproduceerde gas niet uit mest maar uit toegevoegde producten. Daarmee maken deze installaties oneigenlijk gebruik van subsidies voor duurzame energie”, stelt Van Hoof. „Als het totale mestoverschot in de vergisters verdwijnt en maïs als coproduct wordt gebruikt, dan zal er in Brabant twee keer zoveel maïs moeten worden verbouwd.”