Wie volgt Peter Terrin vanavond op als winnaar van de AKO Literatuurprijs?

Martin Bossenbroek is een van de genomineerden voor de AKO Literatuurprijs. Hij schreef een 600 pagina's tellend standaardwerk over de Boerenoorlog (Foto Karoly Effenberger)

Een van de belangrijkste literaire prijzen van het jaar, de AKO Literatuurprijs, wordt vanavond uitgereikt. Wie zijn de kanshebbers en hoe goed zijn ze?

Alleen het lijstje boeken dat vanavond geen kans maakt op de AKO Literatuurprijs, de met 50.000 euro gedoteerde literaire prijs, is al imposant. Op 27 september, toen de AKO-jury de shortlist bekendmaakte, bleek dat onder andere A.F.Th. van der Heijdens De helleveeg, Oek de Jongs ‘magnum opus’ Pier en Oceaan, Arnon Grunbergs De man zonder ziekte en het Librisprijswinnende Dit zijn de namen van Tommy Wieringa niet langer in de race waren. Wanneer de jury zich de luxe kan permitteren om zulke mooie romans al in de voorlaatste ronde uit te sluiten, dan kun je niet anders concluderen dan dat er het afgelopen jaar heel veel moois is verschenen.

De schrijvers die de shortlist wel wisten te bereiken zijn Ilja Leonard Pfeijffer (met La Superba), Allard Schröder (met De dode arm), Jan Brokken (met De vergelding), Martin Bossenbroek (met De Boerenoorlog), Joke van Leeuwen (met Feest van het begin) en Wouter Godijn met Hoe ik een beroemde Nederlander werd.

Juryvoorzitter Patrick Janssens lichtte bij Nieuwsuur toe waarom deze boeken de shortlist haalden:

Welk boek maakt, afgaand op de recensies die in NRC Handelsblad  verschenen, de meeste kans? Wat meteen opvalt is dat alle zes boeken door de critici van NRC werden beloond met vier ballen. Een meesterwerk zit er dus blijkbaar niet tussen, maar de krant is het dus wel met de jury eens dat de zes boeken van een hoog niveau zijn.

De critici:

De inhoud van Pfeiffers La Superba, gesitueerd in het Italiaanse Genua, werd door Arjen Fortuin samengevat als:

“een roman die ruwweg begint waar de vorige, Het ware leven (2006) was gebleven. Een man, Ilja Leonard Pfeijffer genaamd, zit aan een cafétafel en laat de wereld aan zich voorbijtrekken. Zij het dat die tafel niet meer in Leiden staat, maar op een terras in Genua.”

En:

“De hoofdpersoon heeft een oogje op ‘het mooiste meisje van Genua’, de beeldschone serveerster in de Bar met de Spiegels, en probeert uit te leggen hoe Genua in elkaar zit. We lezen aantekeningen die hij naar een vriend in het vaderland stuurt en die hij later wil omwerken tot een grote roman over migratie.

De structuur brengt met zich mee dat Leonardo, zoals hij zich door het gros van zijn Italiaanse vrienden laat noemen, met veel bravoure uitlegt hoe de stad in elkaar zit: van de ratten in het eindeloze labyrint van stegen en steegjes, gevuld met Marokkaantjes, maffiosi en travestieten, tot de vrouwen en de Italiaanse manier van leven: in Italië gaat alles om come si deve, om de norm, om hoe het hóórt. Hij leeft intussen het goede leven. Zo vindt hij het spel meisjessurfen uit: je loopt een mooie jonge vrouw achterna, net zolang tot je een ander ziet die nóg mooier is. Dan loop je die achterna, tot… enzovoort. Het is inspirerend en je leert de weg in de stad nog eens kennen. Soms belandt een meisje – of een oudere vrouw – in Leonardo’s kamer.”

Pfeiffer vertelt in La Superba volgens Fortuin

“onderhoudend en hoewel niet helemaal duidelijk is waarom je dit allemaal moet weten, is het stellig het geoudehoer waar, om met Reve te spreken, Gods zegen op rust.”

En:

“De kern van La Superba is de wijze waarop de literaire pose van Leonardo vakkundig wordt gedemonteerd door zijn schepper, Ilja Leonard Pfeijffer. Wat rest is een roman die je onmogelijk realistisch kunt noemen, maar die wel overtuigt.”

In De dode arm verkent Allard Schröder volgens Elsbeth Etty:

“op poëtische wijze de mythes van de babyboomers, de soixanthuitards, of hoe de naoorlogse protestgeneratie zich ook manifesteerde. In de gedaante van zijn eveneens in 1945 geboren hoofdpersoon Ernst Elfkind komen ze allen samen in een overweldigende cultuurgeschiedenis: de hippies en bloemenkinderen, de dromers en blowers, de poëtische hemelbestormers maar ook de links radicale Duitse studenten die – in navolging van hun nazi-ouders – een hel op aarde creëerden.”

De dode arm is volgens haar een “meesterstuk in het oeuvre van Allard Schröder” dat “doet denken aan Oek de Jongs Pier en oceaan: dezelfde episode en vergelijkbare mythen, maar volstrekt tegengesteld qua stijl en uitvoering.”

Schröder won de AKO-prijs al eens in 2002, toen voor zijn roman De hydrograaf.

Jan Brokkens De vergelding, over een Duitse vergeldingsactie in WO II in het dorpje Rhoon, belandde kort na publicatie op de eerste plek van de cpnb-bestsellerlijst. Volgens Michel Krielaars beschreef Brokken in het boek

“alles minutieus. In kort bestek voert hij je zo een wereld binnen, die veel gecompliceerder in elkaar steekt dan je op het eerste gezicht denkt. Wat wil je ook, in een gemeenschap met 190 onderduikers, onder wie een enkele Jood, 200 evacués, landverraders, communisten, verzetsstrijders en ingekwartierde Duitsers, die door hun Hollandse leeftijdgenoten worden gehaat, omdat ze met hún meiden vrijen.”

Brokken ging bij het schrijven van het boek als volgt te werk:

“Brokken probeert de ware toedracht van de gebeurtenissen te achterhalen door met overlevenden en hun familieleden te spreken. Maar steeds als je denkt dat hij beet heeft, klinken er weer nieuwe stemmen die zijn vermoedens tegenspreken. Op die manier laat hij zien hoe poreus de waarheid is.

Met zo’n conclusie bevestigt Brokken dat Nederland, anders dan Duitsland, nog lang niet klaar is met zijn verwerking van de oorlog. De kleurstelling tussen goed en fout is namelijk ook in Nederland veel genuanceerder dan het monotone grijs dat onder historici in de jaren tachtig in de mode kwam. Door afgewogen te luisteren stelt Brokken dat als geen ander vast.”

Martin Bossenbroeks De Boerenoorlog is het enige non-fictieboek op de shortlist en daarmee de vreemde eend in de bijt. Bossenbroeks boek, over de oorlog die de Britten tussen 1899 en 1902 met van oorsprong Nederlandse Zuid-Afrikanen uitvochten, heeft overigens al veel lezers weten te vinden en is al aan de negende druk toe. Toef Jaeger besprak het boek en noemde het een

“schitterend opgeschreven verslag van de Boerenoorlog.”

Het enige dat er volgens Jaeger aan ontbrak was het verhaal van de zwarte Zuid-Afrikanen en het perspectief van een Afrikaner vrouw in een interneringskamp.

De Boerenoorlog is namelijk geconstrueerd aan de hand van de aantekeningen van drie betrokkenen: de Nederlandse jurist Willem Leyds, de toen nog jonge oorlogscorrespondent Winston Churchill en de Boerencommando Deneys Reitz.

Met Feest van het begin schreef Joke van Leeuwen volgens Arjen Fortuin “een historische roman over de Franse Revolutie” waarin “een klein verhaal is vervat vol betekenisvolle scènes” en waar de lezer “zelf een groot verhaal bij moet bedenken”.

En:

“dat verhaal draait om vrijheid; het verlangen naar vrijheid en vervolgens de beperkingen en de evidente nadelen van die vrijheid zodra die is bereikt.”

Over Wouter Godijn merkte Arjen Fortuin naar aanleiding van diens Hoe ik een beroemde Nederlander werd op dat

“Wouter Godijn zo veel taalgevoel heeft dat je er bang van wordt”

waarna hij er in de recensie voor pleitte om een aparte prijs voor scènes in het leven te roepen naar aanleiding van wat er “tussen pagina 27 en 30” van de roman te vinden is.

Daarnaast is “de rest van het boek een even sterke als springerige proeve van het kunnen van Godijn”. Net als in zijn twee vorige romans (De dood van een auteur die een beetje op Wouter Godijn lijkt en Mijn ontmoeting met God en andere avonturen) “leidt Godijn zijn lezers op uiterst grillige wijze door zijn verhaal – door zijn brein eigenlijk”.

Een interview met Godijn naar aanleiding van zijn boek is hier te lezen.

De jury:

Maar wie wint vanavond? Dat weet zelfs de jury nog niet, aangezien deze pas enkele uren vóór de uitreiking hun keuze uit de genomineerde boeken zal maken. We moeten het doen met passages uit het twee weken geleden verschenen juryrapport:

Over het al met de Libris Geschiedenisprijs bekroonde De Boerenoorlog van Martin Bossenbroek is de jury niet zuinig: ‘Door de schat aan egodocumenten die zij [hoofd- en bijrolspelers uit de Tweede Boerenoorlog] hebben nagelaten, kan Bossenbroek haast in hun hart en ziel kijken zonder de waarheid geweld aan te doen. Het geeft De Boerenoorlog, dat soms de spanning van een jongensboek heeft, diepgang en zwierigheid. Martin Bossenbroek tilt met De Boerenoorlog het genre van de non-fictie naar een uitzonderlijk hoog literair niveau.’

Jan Brokken moet het met ietsje minder doen voor zijn dorp-in-oorlogsgeschiedenis De vergelding: een ‘weergaloos boek [...], waarin historische feiten en literatuur een harmonieus huwelijk aangaan. De vergelding is literaire non-fictie in de ware zin van dat woord.’

Wouter Godijn (Hoe ik een beroemde Nederlander werd) lijkt een outsider voor de prijs; hij wordt vriendelijk geprezen om zijn ‘zelf-relativerende humor’. En: ‘Bovendien weet hij het verhaal uit het begin op zo’n manier te herpakken dat de lezer opnieuw ontroerd raakt. En dat in een werkelijk virtuoze stijl.’

Met Joke van Leeuwen heeft de jury ‘een moderne Tsjechov’ ontdekt, maar de andere complimenten voor Feest van het begin wekken niet de indruk dat de literaire rechters het boven de andere kandidaten uit vonden steken: ‘Haar taal is ingetogen en fonkelt tegelijk. Dat contrast verraadt achter iedere zin een vulkaan aan betekenis. Feest van het begin toont ons, met immense verfijning, de morele vraagstukken van de geschiedenis.’

Zoals er op het schrijven van Ilja Leonard Pfeijffer geen rem staat, lijkt dat ook niet het geval met de kwaliteiten die het AKO-rapport La Superba toedicht: ‘Met dionysische geestdrift geeft de schrijver dit thema gestalte. Intelligent verhalend, vertellend in bitter ernstige anekdotes, geestige scènes en virtuoze travestie, brengt de schrijver zijn ode aan Genua en aan de verbeelding. Pfeijffer bezingt zijn muzen in een verhaal dat vele verhalen in zich draagt, wijdvertakt is als de plattegrond van Genua. Daarmee is La Superba een machtige roman waarin engagement, illusie en poëtica samenvallen.’

Daarbij steekt De dode arm van Allard Schröder dan weer wat bleekjes af: ‘Allard Schröder weet als geen ander klassieke thema’s om te buigen tot iets nieuws, en doet dat met een stilistische gevoeligheid die imponeert, een stijl die je vanaf de eerste regel beetpakt en met het vermogen een verhaal op te bouwen en af te ronden dat alleen echt grote auteurs is gegeven.’

De winnaar wordt vanavond bekendgemaakt in Nieuwsuur.

    • Sebastiaan Kort