Van new wave tot grunge: schatplichtig aan Velvet Underground

Lou Reed met zangeresNico en The Velvet Underground in 1972. Foto Getty Images

Bizar, hard, navrant. In de door hippies en optimisme gedomineerde tweede helft van de jaren zestig, was The Velvet Underground als een vuist tussen de bloemen. Drie New Yorkers, een Welshe avant-gardist en een fotomodel uit Keulen lieten horen dat muziek kan stromen als bloed uit de arm van een junkie, kan bijten als een bloedhond en toch de grootste gevoelens van liefde tot uitdrukking kan brengen.

Toen was de tijd nog niet rijp voor de New Yorkse zwartgalligheid maar de invloed van vier jaar Velvet Underground en evenzoveel platen zou veertig jaar lang stand houden. In de loop van die tijd vielen prille muzikanten steeds weer voor de simpele oerkracht van liedjes als Sister Ray en Heroin – want de punks mochten drie akkoorden toereikend vinden, voor Lou Reed was één akkoord genoeg.

Zonder The Velvet Underground kun je je afvragen of er new wave geweest was, no wave (van onder meer Television en Patti Smith), doemmuziek, de ‘teenage angst’ van grunge en het opwindende nihilisme van The Strokes, begin deze eeuw. Het drumspel van Maureen Tucker was een voorbeeld voor Meg White van The White Stripes, en de dreinende viool van John Cale horen we vandaag de dag bij Arcade Fire. Ian Curtis (Joy Division) kon zijn depressieve versie van rockmuziek enten op het voorbeeld van Sister Ray, Patti Smith liet haar woordstromen ratelen als een kar over hobbelige wegen, ingegeven door de sarcastische voordracht van Lou Reed.

Ook hun manier van optreden maakte later school. Wie anders dan de door amfetaminegebruik geteisterde Reed en John Cale konden bedenken dat een zwarte zonnebril ook ’s nachts een goed idee is? En er was het audiovisuele totaalconcept van het liveconcert, bedacht door Andy Warhol. Bij de toch al opruiende muziek voegde hij duistere achtergrondprojecties en gogodansers met knallende zweep. Sinds begin jaren tachtig, bijvoorbeeld in de ‘industriële’ stroming van Britse bands als Cabaret Voltaire, zijn die gruizige achtergrondbeelden gemeengoed.

Behalve de invloed van hun muziek was er ook het effect van Reeds teksten. Zoals John Cale zei: „Wij wilden geen vragen stellen – ‘How many roads must a man walk down?’ – maar statements maken.” Reed zelf benadrukte dat alles ‘echt’ moest zijn. In Heroin, Venus In Furs, en All Tomorrow’s Parties schreef hij over heroïnegebruik, wurgende jaloezie, en over de dagelijkse ervaringen van transseksuelen en prostituees. Reed, op zijn beurt beïnvloed door het proza van Sacher-Masoch, liet horen dat de zelfkant tegelijk smerig en verlokkend is, en zou daarmee generaties van songschrijvers schatplichtig maken: van Julian Casablancas (The Strokes) tot Alex Turner (Arctic Monkeys).

In 2003 sprak ik Lou Reed. Toen we het hadden over de invloed van The Velvet Underground op nieuwe bands, riep hij uit: „The Velvet Underground! Die andere bands, ze moeten op hun knieën gaan bij de naam alleen al. Wij waren onze tijd ver vooruit. In alle opzichten: ideeën, onze manier van spelen, alles!” Op de vraag of het oeuvre van The Velvet Underground hem nog na aan het hart lag, zei hij: „Ik heb alle liedjes geschreven. Ik bén The Velvet Underground.”

    • Hester Carvalho