Utrecht toont het monsterlijke in mode

Bas Kosters ‘Monster Dress’, uit de Freedom womenswear collection (2009) Foto Marc Deurloo

Wie denkt dat het in de mode alleen gaat om slanke modellen in mooie kleren, moet snel naar Utrecht. In het Centraal Museum is Arrrgh! te zien, een expositie die een heel andere kant van mode laat zien – outfits die zijn geïnspireerd door wat je het tegenovergestelde van glamour zou kunnen noemen: monsters. De tentoonstelling, eerder in Athene en Parijs, is samengesteld door het Griekse collectief Atopos (‘raar, niet te classificeren’). De zeventig poppen in fantasievolle, vaak extreme creaties, staan op de vloer opgesteld. Daardoor „staat de bezoeker letterlijk oog in oog met de ontwerpen en wordt uitgenodigd de monsters aan zichzelf te spiegelen en zijn eigen ideeën over schoonheid te bevragen”, stelt het Centraal Museum.

Bijna alle ontwerpers van wie werk te zien is op de expositie hebben gebruikgemaakt van maskers, die alle herkenbaarheid wegnemen bij de modellen die ze dragen. Dat geeft een enorme vrijheid; opeens is het niet meer belangrijk dat een kledingstuk flatteert. Voor de modewereld zijn zulke experimenten belangrijk: ze zorgen ervoor dat er meer verandert dan alleen kleur en roklengte. Van Rick Owens, die met zijn extreme zwarte, en vaak leren ontwerpen de laatste tijd een enorme impact op de mode heeft gehad, is er een lange zwarte ‘heksenjurk’ met masker, van Walter Van Beirendonck zijn kleurrijke ‘piemelmaskers’ uit zijn Sexclown-collectie (voorjaar 2008) en de enorme, kleurrijke tule bollen die de Oostenrijker Erwin Wurm maakte voor zijn voorjaarscollectie 2012 en die het lichaam grotendeels bedekken.

Maar ook van onbekende, jonge namen zijn bijzondere dingen te zien, zoals de ‘Run over rabbit’ uit de collectie waarmee de Deense Kim Krager afstudeerde aan Central Saint Martins in Londen: een konijnenmasker, een ‘verbandpak’ en leren mitella’s en een leren rugzak, allemaal even verfijnd uitgevoerd: monstercouture. Of de woeste maskers van latten van Craig Deen, het stekelige monster van paarse foam van de Nederlandse Heyniek. Een aantal ontwerpen is speciaal voor de expositie in Utrecht gemaakt. Een complete monsterfamilie van Bas Kosters, gemaakt uit kleine stukjes gekleurde stof. Bart Hess, een ontwerper die gespecialiseerd is in bijzondere materialen en veel heeft samengewerkt met de Nederlandse Iris van Herpen, bedekte een magnetische pop helemaal met (veiligheids)spelden.

Voor wie deze zomer de Mode Biënnale Arnhem bezocht is de verrassing er wat af, want daar waren al wonderlijke en uitzinnige creaties te zien. Maar daar kan het Centraal Museum weinig aan doen.

Milou van Rossum