Teder portret van een complexe man

Meezingen zou kunnen, bij de musical ‘Sonneveld’, maar het is zeker geen al te gemakkelijk avondje met ‘greatest hits’

Cindy Bell enTony Neef zingen het succesnummer ‘Margootje’ in de musical ‘Sonneveld’ Foto ROY BEUSKER

Wim Sonneveld op zijn ziekbed, anno 1974. Hij heeft zijn eerste hartaanval gehad en is door een (anoniem gebleven) lifter naar het ziekenhuis gebracht. Het gaat weer beter, hij moet alleen nog wat rusten. En die gedwongen rust zet hem natuurlijk aan het denken over wat achter hem ligt.

Bijster origineel is dat uitgangspunt niet, voor een biografische musical. Het sterfbed is al menigmaal het epicentrum van een musical geweest. Maar bij Sonneveld werkt het voortreffelijk, want er is veel om op terug te zien. Pieter van de Waterbeemd schreef een script waarin veel facetten uit ’s mans leven („ik ben geen cabaretier, ik ben een amuseur”) voorbijkomen, in rake scènetjes die vaak de aanloop vormen voor het juiste liedje op het juiste moment. De vertelling is goeddeels chronologisch, het liedrepertoire niet. Elk liedje lijkt precies te formuleren waar het verhaal op dat moment over gaat.

Zo schetst Van de Waterbeemd het portret van een gecompliceerd man, wiens tweede vriend zijn grote liefde was, zonder zijn eerste de deur te willen wijzen: „Huub hoort erbij”. Een man ook, die koste wat kost niet burgerlijk wilde zijn, maar zijn homoseksualiteit verborgen wilde houden. Een man die vond dat hij alleen tussen 8 en 11 uur ’s avonds publiek eigendom was, niet daarbuiten. En die op het toneel veel verschillende artiesten in zich borg: de gevoelige chansonnier, de conferencier en de wufte zanger van komisch repertoire waarin hij zijn lellebellerige kant liet zien.

Tony Neef zingt iets minder lyrisch dan Sonneveld, maar zijn voordracht is zo zorgvuldig en minutieus, zo teder en toegewijd, dat dat verschil gauw genoeg geen rol meer speelt. Hij doet deze hoofdpersoon alle eer aan, ook als acteur – in de puntige dialoogjes met zijn tegenspelers en de vileine terzijdes die Sonneveld op en top tekenen. Neef speelt een enigmatische man, een ongrijpbare figuur met een vanzelfsprekende elegantie en een gedistingeerde présence, en houdt die houding tot het eind toe in stand. Als iemand hem zegt dat hij niet moet zeuren omdat het publiek veel van hem houdt, antwoordt hij languissant-vermoeid: „Kind, ik hou niet eens van mezelf”.

Dat deze musical geen poging doet de held ook als de in typetjes excellerende conferencier te laten zien, lijkt me terecht. Conferences zijn, zo veel jaar na dato, niet meer te evenaren. Wel wordt in het script even heel listig verwezen naar de door Simon Carmiggelt geschreven voordracht Kroketten, een hoogst lachwekkend nummer dat intussen tot de klassiekers van het Nederlandse amusementsrepertoire behoort.

Productioneel gezien is Sonneveld een kleine voorstelling, met niet meer dan zes spelers en een driekoppig combo. In de rest van het ensemble vallen vooral Mariska van Kolck op, als een komische Conny Stuart, die in veel Sonneveld-voorstelling de leading lady was, en Jan Elbertse die in diverse rolletjes mooi millimeterwerk verricht – vooral als de gekrenkte Huub. Alle zes dansen ze ook mee in de geënsceneerde groepsnummers die Sonneveld in de jaren vijftig met zijn cabaretensemble vertoonde, en die hier in authentieke stijl worden gereconstrueerd.

Ook in die mouvementen uit zich de zichtbare zorg die aan deze voorstelling is besteed. In de consciëntieuze regie van Eddy Habbema passen leven en werken van Wim Sonneveld nagenoeg naadloos in elkaar, met een decor dat niet meer behelst dan een paar schuivende panelen en een zwierig zwaaiend vitragedoek dat diverse scènes van elkaar scheidt.

De liedjes zijn veelal iets ingekort, waardoor er een ruimte keus kon worden gemaakt. Ook minder bekend repertoire is opgenomen. Een andere aanpassing geldt de zangteksten, waarin heel af en toe een zij in een hij is veranderd – bijna onopgemerkt, maar des te veelzeggender. En in de begeleiding is de bas dominanter dan in Sonnevelds tijd gebruikelijk, was zonder te detoneren.

Meezingen zou kunnen, maar daarop lijkt Habbema niet te mikken. Formeel moet Sonneveld weliswaar tot de jukeboxmusicals worden gerekend, met al die bestaande succesnummers, maar van een al te makkelijk avondje greatest hits is geen sprake. Wel van een mooie hommage.