Te veel mest? Dat regelt de boer zelf wel

Als het aan het kabinet ligt, mogen boeren straks zoveel dieren houden als ze willen. Voorwaarde: geen schade aan natuur, milieu en gezondheid. Maar is dat haalbaar?

Veehouderij in Grashoek, nabij Deurne Foto Rien Zilvold

In Nederland leven bijna vier miljoen runderen. Ruim twaalf miljoen varkens. En honderd miljoen kippen. Dat zouden er twee keer zo veel kunnen worden, bleek onlangs uit onderzoek van Arcadis, als veehouders straks niet meer worden tegengehouden door het systeem van dierrechten.

Het kabinet overweegt deze rechten, die het aantal te houden dieren beperken, af te schaffen. Een veehouder mag dan zo veel dieren houden als hij wil. Hij moet wel aan de milieunormen voldoen. Zo neemt morgen de Eerste Kamer een wetswijziging in behandeling die veehouders verplicht mestoverschotten te verwerken. „Afschaffen van dierrechten betekent dus niet dat er duizenden voetbalvelden vol mest in Nederland bijkomen”, zegt Mark Heijmans van boerenorganisatie LTO Nederland.

De veehouders hebben zelf voorgesteld de hoeveelheid mest te beperken tot 172 miljoen kilo per jaar. Dat was de hoeveelheid mest tien jaar geleden, de grens die Europa aan de boeren stelde. Nu is het 161 miljoen kilo. Hoe ze onder die limiet blijven, is de vraag. „Het is niet aan de over heid of journalisten maar aan ons, agrariërs, om te bewijzen dat we onder dat fosfaatplafond kunnen blijven”, zegt Heijmans. „De grote vraag is hoe wij dat controleren en of we dat kunnen garanderen. Dat is een uitdaging.”

De agrarische ondernemers mogen zelf bepalen hoe zij de hoeveelheid mest beperken. Ze kunnen minder dieren gaan houden. Ze kunnen grond verwerven waarover ze hun eigen mest uitrijden. Of ze kunnen de dieren voer geven dat leidt tot minder milieubelastende mest.

De overtollige mest moet vervolgens worden verwerkt. Dat gebeurt in toenemende mate in fabrieken die mest samen met „restproducten” verwerken en energie opwekken. In De Peel zijn plannen voor de bouw van twintig mestfabrieken, tot ongenoegen van milieuverenigingen. „Maar er zijn genoeg voorbeelden van mestinstallaties die netjes zijn ingepast in het landschap, en die je niet ziet, hoort of ruikt”, stelt Heijmans.

Actievoerders in De Peel stellen dat de mestvergisters niet zozeer op mest draaien als wel op speciaal daarvoor geteelde restproducten, zoals maïs. Die bewering is volgens de LTO-man onzin. „Het zou raar zijn om in een klein land als Nederland daarvoor maïs te verbouwen.”

Ook is er vrees dat de vergisters kunnen exploderen. Heijmans: „Het is waar dat je in de mest aan het roeren bent. Maar ik ken geen installaties die zijn ontploft. Voor kranten is het leuk om op te schrijven dat er explosiegevaar is. Maar dat klopt niet.”