Stormparaplu

Buiten begon het heftig te waaien en te regenen, binnen zou Diederik Samsom in Buitenhof verschijnen. Wanneer wordt de zondag weer eens een dag waarop je niks aan je hoofd hebt? Om me op het gesprek met Samsom voor te bereiden, besloot ik eerst mijn kop in de wind te gooien, daarbij geholpen door een onlangs aangeschafte stormparaplu.

Die had ik eerder moeten kopen. Terwijl overal om me heen mensen met geknakte hemaparapluutjes tegen winkelpuien werden geblazen, schreed ik onder mijn gespierde gevaarte als Mozes door de Rode Zee. „Wow, waar heeft u die gekocht?’’ wilden Amerikaanse toeristen van me weten. „Luister mijn telefoongesprekken maar af”, had ik bijna gezegd.

Hier en daar knalden fietsen en terrastafeltjes tegen de grond, het was alsof de wind zich oefende voor het betere sloperswerk van de komende dagen. Toen ik dankzij mijn paraplu drooghuids was thuisgekomen, verscheen Samsom op de beeldbuis. Mijn vrouw had zich al verwachtingsvol geïnstalleerd. Dit zijn grote momenten in het leven van een loyaal partijlid.

Zo’n twintig minuten later konden we elkaar alweer aankijken. Ze waren omgevlogen, want Diederik spreekt met een zekere haast, alsof hij weinig tijd te verliezen heeft – hij moet het land op orde brengen. Daarvoor wil hij eerst langs alle deuren in Jubbega en andere Friese buitenplaatsen; een pittig karwei. Als hij de smaak te pakken heeft – en zo klonk hij wel – doet hij op deze manier misschien wel heel Nederland.

„Het blijft een goeie prater’’, constateerde mijn vrouw. Het klonk als een compliment met een dubbele bodem – en dat was het ook, zo bleek even later toen ik vroeg of nu weer alles pais en vree was tussen haar en Diederik. „Ik ben nog niet écht overtuigd’’, zei ze, „hij zegt steeds dat het wel goed komt, dat de inspanningen er zijn, alleen de resultaten nog niet. Maar er zijn natuurlijk wél resultaten, ze zijn alleen niet erg gunstig voor de PvdA. De JSF komt er, de ontslagregeling wordt ongunstiger in een tijd van oplopende werkloosheid, de mensen, ‘doodsbange mensen’ zegt hij zelf, van sociale werkplaatsen moeten in bedrijven gaan werken...”

„En dan is er de onrust in de partij zelf”, vulde ik aan, „weglopende Kamerleden, grabbelende partijleden.”

„Hij heeft daar wel scherp afstand van genomen, puur jatwerk noemde hij het, maar als partijlid zit je er wel mee, op feesten en partijen moet je je steeds verdedigen.”

„Tegen VVD’ers, CDA’ers en PVV’ers met al die tonnen boter op het hoofd lijkt me dat niet zo moeilijk”, lachte ik.

„Maar het blijft jammer”, zuchtte ze, „de PvdA heeft hier een natuurlijke voorsprong verspeeld.”

Ik herinnerde aan Samsoms reactie op ombudsman Alex Brenninkmeijer, die gewezen had op discriminatoire en racistische tendensen in de Nederlandse politiek. „Ik deel niet zijn dramatische opvattingen”, zei Samsom. „Een echte leider van de PvdA moet hiertegen in verzet komen”, zei interviewer Kees Driehuis.

„Dat zal hij nog moeten worden’’, zei mijn vrouw. Het was een droge constatering, licht vermilderd door een vriendelijke toon. Maar het was duidelijk dat Diederik op zijn tellen moet passen. Dat moest hij toch al, gezien de stand van zijn partij in de peilingen. Nog een half jaartje van inspanningen-zonder- resultaten en er steekt een orkaan op, waarin Diederik met geen stormparaplu, zelfs de onze, meer valt te redden.