Schrijven blijkt pad naar glorie

Sheila Sitalsing, columniste van de Volkskrant, ontving zaterdag de Heldringprijs voor columnist van het jaar. Foto David van Dam

Het is zaterdagmiddag en zometeen gaat Sheila Sitalsing (45) in haar mooiste jurk naar Amsterdam om de Heldringprijs voor de beste columnist van 2013 in ontvangst te nemen, in de Stadsschouwburg, tijdens de Nacht van NRC. Maar nu is ze nog thuis.

Haar columns, over politiek en economie, verschijnen drie keer per week op pagina twee van de Volkskrant. Op de andere dagen staat Bert Wagendorp op die plek.

Ze woont in Delft, met haar man en hun twee dochters van 7 en 4, Zora en Zadie. Zadie heet naar Zadie Smith, de Brits-Jamaicaanse schrijfster van White Teeth en On Beauty, twee nogal ontregelende romans over rassenverhoudingen. Zora is een van de personages in On Beauty. „Ze is dat iets te dikke en niet al te knappe meisje”, zegt Sitalsing. „Heel intelligent, heel aandoenlijk.” Haar Zora, klein en dun, danst door de woonkamer. Zadie zit in haar judopak bij Sitalsing op schoot.

„Eind september werd ik gebeld door Jeroen Smit”, zegt ze. „Hij had het over een jury waar hij voorzitter van was en ik dacht: o nee, hij wil dat ik iets voor hem ga doen en ik heb geen tijd. Maar hij zei: jij hebt gewonnen. Ik mocht het tegen niemand vertellen, dus ik belde meteen mijn nichtje: ik heb een prijs gewonnen! Op de krant heb ik het wel stil weten te houden en daar ben ik heel trots op.”

Ze was verbaasd dat de jury haar had gekozen, zegt ze. Ze schrijft pas drie jaar columns en ze kan wel een paar mensen bedenken die zo’n prijs meer zouden verdienen dan zij. Maar goed, ze vindt het natuurlijk hartstikke leuk.

Ze woonde in Paramaribo, met haar man en hun dochters, toen Philippe Remarque haar belde. Die was net hoofdredacteur van de Volkskrant geworden en zocht een opvolger van Ronald Giphart die met zijn column zou stoppen. Hij dacht aan haar. „Aan mij? Ik? Denk er over na, zei hij. Ik moest wel snel beslissen, want dan kon ik over een week beginnen. Ik vroeg aan Mario, mijn man, of hij dacht dat ik het zou kunnen. Natuurlijk kun je dat, zei hij. Ik heb drie nachten niet geslapen en toen heb ik ja gezegd.”

Ze is in Paramaribo geboren en in 1975, toen Suriname onafhankelijk werd, verhuisde ze met haar ouders en haar zusje naar Curaçao. Haar vader was internist en haar moeder was, tot haar huwelijk, laborante. „Ik ben stevig opgevoed. Ik moest veel, vooral van mijn vader. Goed zijn op school, ook in wiskunde, studeren.”

Na het vwo wilde ze naar de School voor Journalistiek in Utrecht, maar dat vonden haar ouders geen goed idee: die stond slecht aangeschreven. Sociologie mocht ook niet en zo werd het economie in Rotterdam. Haar eerste baan was stadsverslaggever bij het Rotterdams Dagblad. „Echt geweldig, ik kwam overal en je leert een heel andere wereld kennen.” Daarna werd het Elsevier. De hoofdredacteur stuurde haar naar Brussel, waar ze leerde dat politiek, ook de grote politiek, gekrabbel in de marge is. „Kleine stapjes vooruit, dat is het hoogst haalbare.”

In 2001 kwam ze bij de Volkskrant en in 2004 werd ze chef van de economieredactie, wat haar niet meeviel. Leiding geven aan twintig mensen, voornamelijk mannen, met eigen ideeën en een hoofdredactie die ook wel eens wat anders wil. Na drie jaar vroeg ze of ze weer mocht gaan schrijven. Ze ging naar Den Haag, als politiek redacteur en toen, na twee jaar, hoogzwanger van Zadie, nam ze ontslag. „In Den Haag word je geleefd”, zegt ze. „De kredietcrisis was uitgebroken, ABN Amro werd geprivatiseerd en dan liep ik daar maar, vaak tot diep in de nacht, met die dikke buik. En Mario en ik hadden altijd nog het plan om een paar jaar terug naar Suriname te gaan.” Haar man komt daar ook vandaan. Hij heeft in Delft gestudeerd en is ICT-consultant.

Sitalsing schrijft haar columns thuis, op zondag-, dinsdag- en donderdagavond, aan de grote tafel in de woonkamer. „Maar ik ben er eigenlijk altijd mee bezig. Het wordt een manier van leven. Tv, radio, Twitter, kranten – ik volg alles om een gevoel te krijgen voor wat het gesprek van de dag is, of zou moeten zijn. Op mijn schrijfdagen besluit ik in de loop van de middag waar ik het over wil hebben en dan ga ik gericht op zoek naar meer informatie. Ik bel eens iemand, ik zoek wat op in een boek of een archief, en om zeven uur begin ik.”

Boven heeft ze een werkkamer, maar daar zit ze nooit.

Zora en Zadie zijn dan stil?

„Nou...”, zegt ze. Ze lacht.

Hoe gezellig is ze bij het eten?

„Vraag dat maar aan Mario. Mario? Hoe ben ik als ik moet schrijven?”

„Jij?” Hij kijkt bedenkelijk en lacht ook.

Soms dienen onderwerpen zich vanzelf aan. Het Droomboek voor de nieuwe koning – ze las de verhalen over samen gelukkig zijn en vrede op aarde, en ze wist meteen dat ze zou schrijven over Willem-Alexander als koning van Disneyland. Toen onlangs een boot met 500 migranten verging bij Lampedusa en iedereen er kapot van was, schreef ze over het lekkende bootje vol vluchtelingen dat een jaar eerder in de Middellandse Zee had rondgedreven, dagenlang, zonder water of voedsel. Iedereen die langs kwam varen had ze gezien en niemand had ze geholpen.

Waar heeft ze de afgelopen week níet over geschreven? „Zwarte Piet. Daar is echt alles wel over gezegd.”

Zadie, nog steeds op schoot, vraagt zachtjes of ze cola mag. „Nee, hoor”, zegt Sitalsing. Ze streelt haar dochter over haar hoofd en vertelt dat ze graag B onderzoekt als de dominante mening A is.

Zoals?

„Nou eh... toen de eurocrisis begon en iedereen schreef dat de Grieken luie donders waren. Ik zag het als mijn plicht om de lezers uit te leggen dat de Grieken niet alleen de schuld hadden.”

Wat vindt haar vader van haar?

„In het begin, toen ik net journalist was, vroeg hij zich af of dit wel het pad naar de glorie was. Maar nu is hij eh... heel trots. Ik was bij ze op Curaçao en ik zag oude Elseviers liggen met stukjes van mij erin. Ik zei: die kunnen toch wel weg. Nee, nee, zei mijn moeder. Je vader wil die bewaren.”

    • Jannetje Koelewijn